dr. Ad van Nieuwpoort (Bloemendaal): “Waarmee voeden wij ons?”, n.a.v. II Koningen 4 : 38 – 44

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 26 juni 2019  *

Dr. Ad van Nieuwpoort (Bloemendaal)

Waarmee voeden wij ons? n.a.v. II Koningen 4 : 38 – 44

Gemeente van Christus,

‘En ik begrijp nu het standpunt van Christus, de ergernis die al die ongevoelige harten steeds bij hem wekken: ze hebben alle tekenen en ze trekken zich er niets van aan’. Zo eindigt de laatste veelbesproken roman van Michel Houellebecq getiteld ‘Serotonine’. De hoofdpersoon in dit boek is de personificatie van een cultuur die langzaam aan, slapend terugvalt in een soort orale fase. Een cultuur waar elke solidariteit uit is verdwenen, waarin tradities worden verkwanseld en het platteland wordt verwoest. Florent-Claude Labrouste kan het leven alleen nog aan dankzij een zware dosering antidepressiva. Hij kijkt terug op een leven vol gemiste kansen en heeft niet meer de moed het tij te keren. Een typische Houellebecq maar dan misschien nog grimmiger dan ooit. De verhalen zijn doodgebloed en het enige wat overblijft, is de seksuele lust die vanwege de zware medicatie ook langzaam aan wegdruppelt in een eenzame hotelkamer met enkel een bed en een enorm televisietoestel waarop niets te zien is. De diagnose van de huisarts is dat hij uiteindelijk zal sterven aan stress en verdriet.

Er is honger in het land. Zo gaat het verhaal van vandaag. Een honger naar voedsel dat werkelijk voedt, dat leven brengt en leven doet. Dat is in bijbelse verhalen altijd de dubbele betekenis van honger. Honger dus ook in overdrachtelijke zin. Er is honger in het land omdat men vergeten is waar het leven ook alweer toe diende. Omdat we het woord ‘roeping’ uit ons vocabulaire hebben geschrapt. De context van dit verhaal is die van koningen die, zoals het er steeds staat, doen wat kwaad is in de ogen van JHWH. En dat is precies door heel dit boek heen de oorzaak van die honger. Waar het visioen van liefde en bevrijding niet meer wordt geleefd en geloofd, daar stort een mensenvolk zich in een dorre woestijn. We leven wel. We doen ons best. Maar daar is dan ook alles mee gezegd.
Het is precies wat de boeken van Houellebecq proberen te beschrijven. Materieel is alles, maar dan ook alles mogelijk. We hebben het allemaal geweldig voor elkaar. Maar het echte leven ontbreekt, zonder dat we het in de gaten hebben. Het klinkt allemaal misschien wat zwart-wit, maar soms heb je die kleuren nodig om scherp te krijgen waar het ons vandaag aan ontbreekt.

De profeet draagt zijn leerlingen op wat aan die honger te doen. Ze moeten een pot soep koken. En een van hen gaat het veld in om de ingrediënten te verzamelen. En dat roept meteen de vraag aan ons op waarmee wij ons voeden om onze honger te stillen?  Waar halen wij vandaag ons voedsel vandaan? We sporten ons suf om lichamelijk gezond te blijven, maar hoe blijven we mentaal fit en wakker? Wat hebben we daarvoor nodig? En welke moeite willen we daarvoor doen? Wel een vraag. Laten we ons leiden door wat ons dagelijks overspoelt aan berichten, filmpjes, nieuws en smalltalks?
Of willen we een tandje dieper spitten? De jongen van Elisa pakt wat hij vindt. Een wilde wijnstruik, zo blijkt. Hij lijkt verdacht veel op de wijnstruik waar andere profeten van dromen, maar is het net niet, zo blijkt aan de vruchten. Het blijkt een slingerplant met kolokwinten. Citrullus Colocynthis, zegt het commentaar. Een giftige vrucht met een uiterst laxerende werking, zo zegt de biologie. Als je nog iets in je lijf had, komt het er meteen allemaal uit. Met die vruchten komt de jongen terug. Zijn kleed vol. Hij pakt wat hij pakken kan. Hij pakt wat voorhanden is, snijdt het in stukken en gooit het in de pot. (De dood in de pot). Ze kenden het niet, zo staat er te lezen. Ze hebben er geen relatie mee, betekent dat. En dan te bedenken dat we ons in de kring van profeten begeven. Zij die het verhaal hoog moeten houden van manna in de woestijn. Van het brood des levens. Ze doen maar wat, zo blijkt. Zoals de kerk vandaag de dag ook soms maar wat lijkt te doen. Een soort buurthuis zonder bijbel. Om de tent maar open te kunnen houden. Zingevingsactiviteiten om maar aan de behoefte van het publiek te voldoen.
Elisa moet er aan te pas komen. Hij roept om wat meel, werpt het in de pot en ineens is er geen kwaad meer in de pot te vinden. Letterlijk staat er: geen kwaad woord meer. Hier treedt hij op als een Mozes die het bittere water zoet maakt. En het laat meteen zien waar de profetie voor staat. Wat hij biedt is tegengif. Effectief anti-dotum. Woorden zie zuiveren. Die wakker maken. Die de weg wijzen. Woorden die ons uitleiden uit het gif dat ook zomaar ons leven kan binnendringen. Dat gif dat alle humaniteit verwoest. Ook op heel persoonlijk vlak. De stemmetjes die jou alsmaar naar beneden halen. Jou influisteren dat je niets waard bent. Dat je nergens toe doet. Stemmetjes die je bestaan kunnen uithollen. Dan heb je effectief tegengif nodig. Woorden en mensen die je de andere kant laten uitkijken. Door het tegengif van Elisa kan de soep voorgezet worden aan het volk. Om hun honger te bestrijden.

Als mensen zonder richting. Zonder bezield verband. Als eenzame mensen, verloren in de massa. Mensen zoals Michel Houellebecq ze beschrijft. Die maar wat leven zonder zin en zonder doel. Met middelen die de neerslachtigheid moeten dempen. Temidden van hen staat iemand op. Iemand die er werk van maakt. Iemand die je niet alleen maar een zingevende aai over je bol geeft, maar brood om van te leven. Iemand die dieper graaft dan de chronische oppervlakkigheid waar wij mee leven. Iemand die ons iets substantieels geeft. Brood dat zegt: vreest niet! Je bent niet alleen. Er is iemand die werkelijk om jou geeft. En jou een weg wil wijzen. Uit de honger vandaan. Overwin je angst en laat je niet overspoelen door wat zich dagelijks aandient. Maar zoek het woord dat jou verder helpt. Wapen je tegen de machten die je naar beneden willen halen. En voed je met het woord van leven, bron van liefde. Want dan, zo zegt ook ons verhaal vandaag, dan zullen we eten en genoeg overhouden om te delen.

Amen

Plaats een reactie