dr. Ciska Stark (Lexmond): “Heimwee naar huis” n.a.v. Psalm 84

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 5 juni 2019  *

dr. Ciska Stark (Lexmond)

Heimwee naar huis n.a.v. Psalm 84

 

75 jaar geleden, deze dagen. Juni 1944, herdenking van de landing van de Geallieer­de troepen aan de kust van Normandië. In de documentaires die deze dagen op TV zijn, zien we de 90-jarigen van nu terugblikken. Broze mannen, destijds kameraden van de jonge jongens die het leven lieten op de stranden. In de jaren daarna heeft de golfslag het bloed weggespoeld, maar de offers worden niet vergeten. Het strand is haast heilige grond geworden.

De veteranen kijken terug, soms met een soort van heimwee, naar huis, ja, destijds, ver van huis, maar ook heimwee naar de kameraadschap die hen voor altijd samenbond. De herinneringen dragen ze mee en van jaar tot jaar, van kracht tot kracht gaan zij voort. En soms, dan zijn ze er in gedachten weer, onbeschermd, op het strand, dorre doodsvallei, totdat ze in de beschutting van de duinen konden vluchten. Soms vindt de mus een huis.

Het lied van psalm 84 is een lied van degene die onderweg is door een leven vol verlangen, vol herinnering, heden en toekomst. Het is de pelgrim die op gezette tijden het heiligdom nadert, daar waar het heilig en veilig is. De tempel, een heiligdom waar bloed vloeit, maar niet van mensen maar van het offer, van boete en dank, van hoop op zegen, van verzoening. De tempel, zo’n plaats met altaar of tafel waar uitgesproken wordt wat er écht toe doet, waar gebrokenheid een plaats heeft, maar heelheid gezocht wordt, een plaats aan alle strijd voorbij, een plaats in de nabijheid van God, in de luwte van het leven, in de kracht van de Geest, de Ene de Onnoembare de Eeuwige, de ‘Heer van de hemelse machten’. Iets in de mens houdt het verlangen naar zo’n plek altijd levend. God zelf houdt het levend.

En je ziet de zingende pelgrim naderen, eerst nog van verre, waar het verlangen bezongen wordt. Hoe goed het is… verlangen naar God als naar je geliefde. Omdat je geen andere taal hebt om je geloof te verwoorden. Geloof: je weet soms niet wat je mist, maar je mist het heilige, datgene wat jou optilt en over je eigen bestaan heen laat kijken in verten die je anders niet ziet. De intense ervaring die zoveel anders is dan een tijdelijke opkikker in de race van het bestaan, waarin je altijd maar moet vechten, ook al wordt er misschien niet letterlijk geschoten.

O zag ik je maar, o was ik er maar, was het maar zo ver. En dan dichterbij, waar de pelgrim, de levensreiziger om zich heen kijkt en ziet dat de klaproos bloeit, dat de vogels hun huis hebben, de mus en de zwaluw. Worstelend met de onrust in het hart geeft opeens dat beeld een wonderlijke rust.

Als zelfs die vogels een huis vinden in de spleten van de ongehouwen stenen, dan zal er ook een plekje zijn voor mij. En zo dichtbij gekomen zingt de dichter: gelukkig wie hier altijd mag wonen.

En dan komt het bijzondere, misschien wel het meest bijzondere van wat we zouden noemen de religieuze ervaring; het lied van verlangen krijgt weerklank, het wordt beantwoord.

De lofzang wordt overgenomen door wie in de tempel zijn: zij zingen de aankomenden toe, gelukkig die bij God hun toevlucht zoeken. Je zou het hier in het Begijnhof de toeristen willen toezingen: gelukkig, zoek ook maar hier je rust en toevlucht. En dan, midden in het hart van de psalm, komt de pelgrim heel even tot de intimiteit van gebed: God, zie naar ons om, sla goedgunstig het oog op uw gezalfde.

Het is de stille aanbidding, het kaarsje in de kerk, de eerste voetstap op het strand die je doet verzuchten: ‘God, zie naar ons om.’

Kort misschien, zoals een middagpauze-intermezzo, waarna de bidder weer verder kan. En veranderd verdergaat, want haast euforisch klinkt het: ‘Beter één dag hier, dan duizend elders’. En weer klinkt het antwoord: Ja, gelukkig de mens die op U vertrouwt. Zo eindigt het lied in de lofprijzing.

Psalm 84 is het lied van de tempel, het lied van de heilige grond, de heilige plaatsen en momenten in het mensenleven. Wie dat proeft, houdt levenslang iets van heimwee daarnaar. Niet van heimwee als nostalgie, want die vertekent het verleden en idealiseert. Nostalgie vergeet hoe zwaar de reis was, hoe dor het dal, hoe diep de zoute zee en hoe lang de weg naar de vrede. Dit lied is anders, het is heimwee naar huis, naar een huis dat niet vergaat, naar een plaats bij God om te zijn nu al, en altijd onderweg. Samen met kameraden, pelgrims door de eeuwen heen en de Eeuwige God als zon en schild.

Amen.