dr. Ciska Stark (Lexmond): “op hoop van zegen”, n.a.v. Hebreeën 11: 13

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 3 oktober 2018  *

dr. Ciska Stark (Lexmond)

Op hoop van zegen“, n.a.v. Hebreeën 11: 13

 

Afgelopen vrijdag was de oud-president van de Verenigde Staten, Barack Obama, in Amsterdam. Misschien hebt u er iets over gehoord. Ik dacht nog: ‘Jammer dat het niet op woensdagmiddag was, anders had hij hier even langs kunnen komen op het Begijn­hof’.

Ik ben er niet bij geweest, maar uit de verhalen op internet bleek dat hij minstens zo­veel enthousiasme losmaakte met zijn levensverhaal en het delen van zijn wijsheid als de geloofsgetuigen uit de Hebreeën-brief dat wellicht deden bij degenen voor wie de brief destijds geschreven werd. Ook zij hadden misschien wel graag een optreden van Noach, of Abraham of Sara zelf gehad, iets wat nog veel meer indruk maakt dan een verhaal op papier.

Nee, protestanten hebben nooit heiligen gekend, maar ook zij zijn enthousiast gewor­den van voorbeeldfiguren, en vatbaar gebleken voor geloofshelden en heldinnen, oud­vaders en -moeders, en niet alleen voor de getuigen uit bijbelse tijden. Daarom is het ook niet zo gek de opsomming van die bijbelse getuigen toch ook nu  eens voort te zetten, want de Pinkstergeest is in de wereld present en er zijn mensen die ons voor­gaan in die Geest. Niet voor niets begon ik met Obama, voor velen toch een actuele getuige, niet alleen van beschaving en beleid, maar ook van geloof, zoals hij ‘Amazing Grace’ zong bij de begrafenis van slachtoffers van een schietpartij in Charleston. En natuurlijk zijn er meer, grootheden van onze tijd, vaak al gestorven, soms martelaren en dan wordt de voorbeeldkracht soms des te groter, zoals moeder Teresa, Etty Hille­sum, Corrie ten Boom, Nelson Mandela. Of voor sommigen misschien ook Johan Cruijff en oud-burgemeester Van der Laan. Misschien hebt u veel dichterbij getuigen, in uw eigen leven of eigen tijd, een moeder, een buurvrouw, een leidinggevende. Want als je die niet hebt, waar moet je je dan op oriënteren? Moet je alles altijd uit jezelf alléén halen? Nee, geen heilige mensen, geen onfeilbare politici of profeten, net zo min als de getuigen uit de Schriften, als je goed leest en kijkt, dan zitten er altijd vlekjes op hun reputatie. En toch…

Het zijn getuigen, omdat ze drie kenmerken hebben.

  1. Ze hebben de moed om over grenzen heen te kijken. Over grenzen van bestaande belangen en in het bijzonder over grenzen die mensen scheiden. Als je zo iemand hoort spreken, dan geloof je zelf ook weer in mogelijkheden, in verzoening, in heling, als het moet, over de grenzen van de tijd en de ruimte,
  2. Ze leven van vertrouwen. Op wat er misschien nog niet is, maar in geloof gezien kan worden en geoefend kan worden. Een christelijke gemeenschap oefent dat vertrouwen en houdt elkaar voor: ‘God is er ook nog ’.
  3. Getuigen zijn zichzelf, volkomen authentiek, maar ze wijzen niet naar zichzelf, maar ze verwijzen, andere wegen, naar God. Daarom is hun heilig vuur geen vuur dat anderen verteert of vernietigt, maar aanvuurt en inspireert.

Zulke mensen bestaan, in ons midden in deze tijd, zulke mensen in de kerk en in de samenleving. En in de bijbel worden ze ons eveneens voorgehouden. Ze moedigen je aan, vanaf de zijlijn. Alsof de hemel een grote tribune is en wij nog in de Arena onze wedstrijd spelen en soms al op achterstand staan, maar zij moedigen ons aan om vol te houden, niet op te geven, door te gaan.

Omdat we onderweg zijn. Op doorreis naar een vaderland.  Bijna beschamend om te horen. Een christen is altijd op reis, een ‘christenreize naar de eeuwigheid’. Maar nooit zonder het besef dat er tallozen zijn die in dit leven daadwerkelijk op weg, op zoek naar een beter vaderland. Voor sommigen is een beter vaderland een terecht en heel aards verlangen. Ook die stem brengen de getuigen ons te binnen.

Maar zij allen, erkent de bijbel, zijn gestorven, zonder dat ze de verwerkelijking zagen van wat hen beloofd was. Niet kunnen oogsten wat gezaaid is. Ze hebben slechts een glimp ervan begroet… en daar hebben ze het mee moeten doen. Ik denk dat we dat herkennen. Dat in de Bijbel gesproken wordt over het Koninkrijk van God, waar vrede en recht de boventoon voeren maar dat wij op aarde zien hoezeer ons leven besmet is met oorlog en onrecht. Slechts een glimp.

Maar wie Hebreeën verder leest, ontwaart een heel bijzondere glimp: Jezus Christus die als hogepriester van Godswege aarde en hemel verbindt. Jezus als glimp van God, méér dan een profeet.

Terug naar onze eigen tijd. Obama vertelde nog iets opvallends in zijn lezing. Hij zei dat hij gevraagd had aan kinderen en jongeren of ze in deze tijd of liever in een andere tijd geboren zouden zijn.
En wat zeiden ze? Dat zij het liefste in de eigen tijd zouden leven. Wat zou je ook anders kiezen? De middeleeuwen met zijn pest en zwarte dood? De tijd van de brief aan de Hebreeën met christenen die zich als minderheid moesten manifesteren in het Romeinse rijk?

Wij verkiezen onze eigen tijd, hoe complex ook. En dat deden de mensen toen even­zeer. De eigen tijd en uitdaging. We kunnen niet anders, maar een christen wil eigen­lijk ook niet anders. Omdat je weet van die glimp die alle tijden overstijgt. Die glimp van Gods liefde in Jezus die ons verlangen wakker houdt. Het is die glimp die ons ge­loof blijft voeden tot dat eens, eindelijk, thuis zijn. Zo leven wij, in hoop, van zegen.

Amen