dr. Paul Visser (Amsterdam): ‘Een karikatuur van God’, n.a.v. Exodus 32: 1 – 14

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 14 februari 2018  *

Voorganger: Dr. Paul Visser (Amsterdam)

Een karikatuur van God, n.a.v. Exodus 32: 1 – 14

Ik vind het knap lastig als anderen een beeld van je hebben waarvan jij weet: zo zit ik helemaal niet in elkaar!
En het wordt ronduit stuitend en kwetsend als zij dat bij hoog en laag volhouden. Dan voel je je gekrenkt.
Niks minder overkwam de Almachtige.
Hij had zich vol liefde aan Israël verbonden… had hen getrouwd. Verzekerd had Hij hen:

Ik ben de ‘Ik ben die Ik ben’, de Nabije… uw God.
Afgedaald om jullie te redden uit het uitzichtloze slavenbestaan van Egypte geef Ik jullie mijn onomwonden jawoord: Ik zal er voor jullie zijn met alle liefde van mijn hart… met genade, zorg en trouw op weg naar het land dat overvloeit van melk en honing.

Beter kon het niet… een God om lief te hebben en vrolijk van te worden. Maar gek genoeg dansten ze even later om een eigengemaakt gouden stierkalf.
Symbool stond dat voor vruchtbaarheid en kracht. In die vorm hadden ze God gegoten, een vorm die hen van pas kwam. Een god van vruchtbaarheid en kracht. Precies waar ze in de woestijn behoefte aan hadden.
Dat ze daarmee een karikatuur hadden gemaakt van de Levende, hadden ze niet door… ze dansten eromheen dat het een lieve lust was.
Maar God… de Levende zelf… was gekrenkt. Kon er niet mee leven dat Hij gedegradeerd was tot een kalf. Diep gekwetst liet Hij weten: zo zijn we niet getrouwd!
Ik hoor Hem tieren tegen Mozes > zie Ex. 32: 7,8.

Onbegrijpelijk… ja. Maar het gebeurt als vanzelf. Toen en daar…. en nog altijd hier en nu. Beelden van God, ze zijn bij bosjes in omloop. Uiteindelijk hebben we allemaal een beeld van God.
En dan bedoel ik niet hoe Hij eruit ziet, maar wat voor idee je over Hem hebt. Hoewel dat eerste bestaat ook nog altijd, met name bij mensen die nogal op Hem afgeven, die houden graag vast aan dat primitieve beeld van God van een oude, wat onvoorspelbare man met een lange baard ergens hoog op een troon.
Daarmee kan Hij gemakkelijk belachelijk worden gemaakt en worden afgeserveerd.

Maar ik denk nu vooral even aan mensen die Hem serieus nemen. Zoals die Israëlieten… ze dankten God niet af. Maar bedachten Hem op hun eigen manier. Mensen doen het altijd weer. Vormen hun eigen beeld van God.
Zo hoogverheven en heilig dat je alleen maar huiveren kunt. Of zo vriendelijk en goedgeefs dat je nooit ergens bang voor hoeft te zijn.
Heel vaak ook als een soort hulp achter de hand om wat klusjes op te knappen of als wegenwacht voor als je met pech langs de kant van de weg komt te staan.
Net als Israël ooit deed, gieten ook wij God in onze eigen vorm. Zelf geloof je er heilig in, ben je er gelukkig mee, maar God wordt er niet blij van.

Kan natuurlijk niet. Dat jij zou uitmaken wie en wat God is. En dat je dat dan nog stug volhoudt ook. Vooral theologen hebben er een handje van. Zeggen precies wat mensen nog wel of niet meer met goed fatsoen kunnen en moeten geloven.

Het is een hardnekkig verschijnsel. Israël was vanuit Egypte zo met dat beeld van een kalf vertrouwd geraakt, dat het lastig was om dat later los te laten.
Hardnekkig, noemde God het. En dat is het… ook nu. Zie maar eens los te komen van het harde beeld dat erin gehamerd is.
Of van die softe god waarmee je mee bent opgegroeid.
Moeilijk om de Levende méér te laten zijn dan iemand die zorgt.
Lastig om als theoloog toe te geven dat God meer is dan jij bedenken kunt. Wat dat aangaat is, wat Israël deed zo begrijpelijk.
Tegelijk doe je er God mee tekort… en jezelf trouwens ook.

Wil je weten wie God is… kijk dan naar Jezus… in Hem zie je wie God is.
Werd god vlees en bloed, kreeg ogen en oren, handen en voeten, stem en hart.
Allerminst een oude man op een troon… maar een die nabij komt, omziet. Een die vertrapt werd, gekruisigd en dat beantwoordde met vrede. Een man uit duizend is Hij… één om je aan te verliezen.

Als dat gebeurt, keren de rollen keren om.
In plaats van je een God te vormen naar jouw snit en smaak, word jij al meer gevormd tot een mens naar Zijn beeld en gelijkenis.
Niks waar Hij zo blij van wordt als dat…

Amen

 

Reacties(2)

  1. Antwoord
    jan van wijngaarden zegt

    vraagje:
    Welk lied speelt de organist direct na de preek van Paul Visser (‘Een karikatuur van God’) op dinsdag 20 feb. j.l. ?

    • Antwoord
      Kees van der Vlies zegt

      Het lied dat Wim Magré speelde, was van Johannes de Heer (836), het ‘ruwhouten kruis’.
      Op die heuvel daarginds stond
      een ruw-houten kruis,
      Het symbool van vervloeking en schuld;
      Maar dat kruis werd de mens
      tot het kostbaarst kleinood,
      Daar Gods wet aan dat hout werd vervuld.