dr. Ruud Stiemer: ‘Dank u feestelijk’ n.a.v. 1 Tessalonicenzen 5: 18

*  Alle-Dag-Kerk, 5 november 2014  *

Voorganger: dr. Ruud Stiemer

‘Dank u feestelijk’ n.a.v. 1 Tessalonicenzen 5: 18

‘Dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt.’

Broeders en zusters,
Wat denkt u, wanneer u deze woorden van Paulus hoort? Ik denk: ‘Danken? O.K! Maar, in alle omstandigheden? Nou, nee! Op de mooie momenten van het leven is het vanzelfsprekend om God te danken. Maar, als het moeilijk is…? Is dat niet wat te veel gevraagd? Bijvoorbeeld, wanneer je ziek bent en in een traject van onderzoeken zit, en de uitslag nog op zich laat wachten? Of je bent je baan kwijt en druk aan het solliciteren, tot nu toe zonder resultaat? Of je hebt verdriet om die ene die je mist…?’
Bovendien maakt Paulus het nog eens lastiger door erbij te schrijven: ‘want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt.’ Als je dat hoort, dan denk je: ‘Het moet dus van God? Je moet hem dus danken. Het kan je een enorm schuldgevoel opleveren als je dit niet kunt. Als dat de bedoeling is, als het dan inderdaad ‘moet’ in ‘alle omstandigheden’, dan zeg ik: ‘Nou, dank u feestelijk!’

De oproep om God te danken staat niet op zichzelf. Het staat in een rijtje van aansporingen die Paulus aan het slot van zijn brief aan de Tessalonicenzen schrijft: ‘wees altijd verheugd, bid onophoudelijk’ en dan volgt: ‘dank God onder alle omstandigheden’. Als je dat rijtje van drie hoort, dan vallen daar deze woorden op: ‘altijd, onophoudelijk, alle omstandigheden’.
Paulus schrijft het rond het jaar vijftig van de eerste eeuw aan de jonge christelijke gemeente in de Griekse stad Thessaloníki. Het is een gemeenschap van mensen die zoekend en tastend haar weg gaat. Ze leven met tal van vragen over hoe ze gemeente moeten zijn in een wereld die hen met argusogen bekijkt. Door hun keuze voor Jezus Christus komen ze in conflict met de overheid. Ze nemen geen deel meer aan de staatsreligie, met zijn feestdagen en de bijbehorende plichtplegingen, die elke inwoner van de stad geacht wordt te vervullen. Ze kunnen hiervoor represailles van de overheid verwachten. Hoe kan Paulus, in die omstandigheden dit opdragen aan gemeente: ‘wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God in alle omstandigheden, want dat is wat God van u verlangt’….?

‘…van u verlangt…..’. Andere vertalers zeggen: ‘dat is Gods wil voor u’ (Nieuwe Statenvertaling) of ‘Dat is de wil van God jegens u’. (Naardense Bijbelvertaling). Op grond van de oorspronkelijk Griekse tekst is dat ook naar mijn mening de beste vertaling. Het is dan niet een eis van God waaraan wij moeten voldoen. Maar, het is Gods wil vóór ons. Hij verlangt vóór ons dat wij verheugd kunnen zijn en bidden kunnen en danken. In dat verlangen van God wordt duidelijk dat er Hij weet van heeft hoezeer wij getroffen kunnen worden door de omstandigheden, waarin we verkeren. Zozeer zelfs, dat de vreugde op is, en er geen woorden meer zijn voor ons gebed en dat er geen dank over onze lippen komt. God weet van de gebeurtenissen die ons leven kunnen bepalen, hoezeer we meegenomen kunnen worden door de golven; door de ups en downs van ons bestaan. Onze emoties golven mee, op en neer. Paulus zegt dan: wat God voor ons verlangt is, dat onze vreugde, ons gebed en onze dankbaarheid niet afhankelijk zijn van de omstandigheden. Maar, dat ze verankerd zijn in een stevige bodem. Het is Gods verlangen dat we niet worden meegesleurd door de ups en downs, maar dat we vaste grond onder onze voeten hebben.

Die vaste grond is te vinden ‘in Christus Jezus’. Paulus plaatst hier in de titel: ‘Christus’ voorop (dit Griekse woord het kan vertaald worden met het Hebreeuwse woord ‘Messias’ of in het Nederlands: ‘Gezalfde’). De apostel doet dat bewust om er de nadruk te leggen, dat Jezus dé Messias is, de gekruisigde en opgestane Heer. In Hem heeft God zijn liefde kenbaar gemaakt. In Hem heeft God zijn hand naar ons uitgestrekt. In Hem heeft God zijn belofte voor de toekomst zichtbaar gemaakt en in Hem is Hij zijn toekomst begonnen: zijn Koninkrijk. Christus Jezus is de zekerheid dat te midden van alles wat er gebeurt, te midden van alles wat wisselt, Gods liefde blijft…! (Zie ook Romeinen 8: 39 ). Als je op die basis staat dan kun je blij zijn, dan kun je bidden, dan kun je dankbaar zijn door alles heen, omdat die liefde je vasthoudt.

Misschien denkt u: ‘Ja, dat klinkt allemaal prachtig, maar met dat anker heb je dan weliswaar een stevige basis, maar daarmee zijn je je zorgen nog niet weg. Je verdriet is niet zomaar over en daarmee heb je nog geen baan gevonden. En ook de vluchtelingen hebben geen dak boven hun hoofden en de oorlog in Irak en Syrië duurt voort. Dat is allemaal waar! Maar, dat anker zorgt ervoor dat je niet op drift raakt en tegen de rotsen slaat. Het anker zorgt ervoor dat je niet ten onder gaat aan alle zorg, het verdriet, het eindeloos solliciteren. Gods liefde in Christus houdt je staande. Als je daarop vertrouwt, dan kun je vreugde ervaren van binnen, dan komen er woorden voor een gebed naar boven borrelen en dan klinkt er een danklied, door tranen heen.

Ten slotte. Het is vandaag ‘Dankdag voor gewas en arbeid’. Zo’n dag als deze bepaalt je bij je leven, bij je werken, bij de natuur. Wat heb je mogen doen in de afgelopen maanden? Wat heb je mogen ontvangen? Wie mocht je ontmoeten? Als we vandaag een lijstje zouden maken dan zouden we ongetwijfeld een hele rij aan dingen kunnen noemen. Stuk voor stuk punten om voor te danken. Echter, Paulus doet ons verder kijken, dieper kijken. Hij wijst op de liefde van God in Christus Jezus, die ons vasthoudt ook al hebben we alles tegen.
Daarbij moet ik denken aan wat de bekende Hervormde theoloog dr. Arnold Albert van Ruler (1908-1970) eens geschreven heeft: ‘Wanneer wij ons er goed in verdiepen hoe wij God kennen in Jezus Christus, dan zit daar zo iets ontzaglijk vrolijks in, dat we de hele dag, om zo te zeggen, een binnenpretje hebben.’ [dr. O. Jager noemt dit citaat in zijn boek ‘Humor van de Bijbel’]. Dat binnenpretje mogen ook wij ervaren, wanneer wij – tegen alle omstandigheden – in, weten van Gods liefde. Dan kunnen we, ondanks alles, toch blijven zeggen: God, feestelijk dank voor alles!

Amen