dr. Ruud Stiemer: ‘De waarheid’ n.a.v. Johannes 16: 13a

*  Alle-Dag-Kerk, 29 april 2015  *

Voorganger: dr. Ruud Stiemer, Den Haag

‘De waarheid’ n.a.v. Johannes 16: 13a

‘De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.’

Er is geen woord dat in kerk met zoveel verlegenheid wordt uitgesproken, als ‘de waarheid’. Bij de één roept dit woord namelijk herinneringen op aan theologische disputen waarin dominees elkaar de maat namen. Dan werd ‘de waarheid’ vaak gebruikt om het eigen gelijk te halen. Het woord had de geur van ‘scheiding maken’ en van ‘uitsluiten’, van ‘voor en tegen’, van ‘hete hoofden en koude harten’.
De ander moet bij ‘de waarheid’ denken aan de hedendaagse dialoog tussen de godsdiensten. Vrijwel elke religie heeft het over ‘waarheid’ en ieder definieert het op een verschillende wijze. Dat roept vragen op: ‘is er één waarheid of bestaan er meerdere waarheden naast elkaar? Maar, als dat zo is, is er dan nog wel sprake van ‘de waarheid’?
Het zijn vragen die ons tot nadenken stemmen en ons tot voorzichtigheid manen. We zitten niet te wachten op nieuwe discussies in een tijdsgewricht waarin, de gemoederen hoog kunnen oplopen. Misschien, kun je het onderwerp beter laten rusten.
Toch klinken vandaag die woorden van Jezus. Met Hemelvaart en Pinksteren in het zicht spreekt hij in alle vrijmoedigheid over ‘de waarheid’. Hij heeft het over ‘de Geest van de waarheid’ en alsof dat nog niet genoeg is, voegt hij eraan toe, dat deze ons zal leiden tot de ‘volle waarheid’.

In zijn rede bereidt Jezus zijn leerlingen voor op zijn naderend afscheid. Nog even en dan moeten ze zonder hem verder. Hij belooft dat hij hen niet als wezen zal achterlaten, maar hen de pleitbezorger zal sturen, de Geest van de waarheid. Die zal in hun hart wonen, hij zal van Jezus getuigen en hun zijn woorden doen herinneren. Zo zal de Geest van de waarheid een betrouwbare gids zijn voor de leerlingen.
Het is belangrijk hierbij aan te tekenen, dat wanneer er in het Evangelie van Johannes gesproken wordt over ‘de waarheid’ het dan niet gaat om een filosofisch begrip. Het gaat niet om een formule of om dogma’s die zwart op wit gedrukt staan. Wanneer Johannes schrijft over ‘de waarheid’, dan gaat het om datgene wat God ons in de persoon van Jezus Christus heeft laten zien, om wat in hem aan het licht is gekomen. Jezus is de belichaming van deze waarheid van God: namelijk van Zijn oneindige liefde voor mensen. Als Jezus het dus over waarheid heeft, dan heeft hij het over Gods kloppende hart voor mensen; liefde die gestalte kreeg in Jezus leven met de mensen van zijn tijd, zijn spreken, zijn luisteren, zijn aanraking, zijn teken van genezing en bevrijding.

De Geest, die van die waarheid getuigt, zal – zo zegt Jezus tegen zijn leerlingen – jullie de weg wijzen tot de volle waarheid. Wat bedoelt hij daar nu mee? Is wat God in Jezus is geopenbaard dan niet genoeg geweest? Moet er nog meer geopenbaard worden? Heeft God nog iets achtergehouden voor later? Nee! Alles wat God heeft willen zeggen, heeft Hij in Jezus Christus geopenbaard. In hem heeft hij zijn hart laten zien! Het gaat bij de ‘volle waarheid’, dan niet om iets nieuws, om een extra, maar om een ‘voller’, dat wil zeggen, een ‘dieper’ verstaan van de liefde van God in Christus. Daartoe roept de Geest niet alleen de woorden van Jezus in herinnering, maar wekt hij ze ook tot leven, opdat we ze nieuw horen in onze tijd.
Wanneer de Geest ons raakt met die woorden van Jezus, groeit er een verlangen, om meer te horen, om Jezus meer te leren kennen, om meer te proeven van die liefde van God.
Jezus zegt ook niet voor niets dat de Geest van de waarheid ons de weg zal wijzen naar de volle waarheid. Dat betekent dus dat de volle waarheid iets is dat vóór ons ligt. Die volheid ligt dus niet achter ons! We kunnen dus nooit zeggen dat we die volle waarheid in pacht hebben. Maar, ze ligt voor ons, dat wil zeggen: we hebben nog een weg te gaan, van verlangen, van zoeken en leren en groeien.

Dat klinkt allemaal prachtig, maar schuilt er niet toch een gevaar in deze woorden van Jezus? Namelijk, dat mensen die waarheid gaan claimen en stelling nemen tegenover anderen? Zijn Jezus’ woorden dan geen olie op het vuur? Zullen ze de dialoog tussen mensen van verschillende religies niet enorm frustreren? Dat is in het verleden gebeurd en kan zomaar weer gebeuren. Zouden we deze woorden van Jezus dan maar niet beter tussen haakjes kunnen zetten, zodat ze geen kwaad doen? We zouden er in ieder geval veel ergernis mee voorkomen!
Als we dat zouden doen, dan komt de Geest – naar mijn vaste overtuiging – protesteren! Hij zal ons in herinnering roepen dat Jezus deze woorden sprak tot zijn leerlingen van toen.
Het woord over ‘de waarheid’ is bedoeld als troost en ter bemoediging van hen die verder moeten zonder de nabijheid van de Heer. Het is niet bedoeld voor discussies en om in stellingen te worden gevat, om vervolgens een ander ermee om de oren te slaan. Maar, het is gericht op het leven met elkaar, in de gemeente. Het wijst de weg die de gemeente mag gaan. Het roept op om daaruit met elkaar te leven: waarachtig, eerlijk, open. Wanneer de gemeente vanuit die waarheid leeft, zal zij een getuige zijn van de persoon die de waarheid belichaamt: Jezus Christus.

Ten slotte
Hij sprak die woorden, zittend aan tafel, etend met zijn leerlingen. Hij spreekt die woorden ook tot ons, leerlingen van vandaag. Woorden die ons moed inspreken: ‘Hij laat ons niet alleen, als wezen. Hij schenkt ons zijn Geest, die ons in waarheid leidt, naar de volle waarheid. Hij geeft houvast en richting!’ Het nodigt ons uit om aan die waarheid gestalte te geven: in onze omgang met elkaar, met de mensen om ons geen. Door de waarheid te doen, mogen wij ervan getuigen. In alle vrijmoedigheid! Opdat door ons heen iets zichtbaar wordt van de Heer van de kerk. Geen waarheid zwart op wit, maar een waarheid van vlees en bloed.
Maar, dat gaat niet vanzelf. Dat kan alleen als we met ons hoofd in de ‘Wind’ gaan staan, als we ons hart openstellen voor de Adem van de Geest. Wie dat doet maakt hij tot getuigen van Hem die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
Amen