dr. Ruud Stiemer (‘s-Hertogenbosch): ‘Daar kun je mee thuiskomen’, n.a.v. Johannes 14: 4-6

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 25 april 2018  *

Voorganger: dr Ruud Stiemer (’s-Hertogenbosch)

Daar kun je mee thuiskomen’ n.a.v. Johannes 14: 4-6

Lieve mensen,

Tram 17 gaat van Amsterdam CS naar Osdorp. De lijn loopt door de ‘West-Indische’-buurt. Ik moest naar ‘halte Surinameplein’. Vanaf dat punt moest ik naar de Antillenstraat. Er woonde indertijd een studiegenoot van me. Ik had nog geen smartphone en kon dus geen kaart tevoorschijn toveren. Aan de trambestuurder vroeg ik: ‘Hoe loop ik vanaf de halte Surinameplein naar de Antillenstraat?’ Hij zei: ‘U moet oversteken en dan linksaf en dan de eerste of tweede straat rechts.’
Een van de passagiers hoorde het en zei. ‘Nee, meneer u moet oversteken en daarna rechtsaf en vervolgens links.’ Nog een ander reageerde: ‘Nee, als u nu eerst nog een eindje de weg volgt en pas verderop oversteken, en dan…’. Toen zei een meneer, twee banken verderop: ‘Loopt u maar met mij mee, hoor. Ik moet er ook uit bij halte Surinameplein en ik woon in de Antillenstraat.’ Deze meneer bracht me tot bij de voordeur.

Aan dat voorval moest ik denken bij de woorden van Jezus. Het is de avond van de laatste maaltijd met zijn leerlingen. Het is de avond van de voetwassing en het breken van het brood. Na de maaltijd begint Jezus te vertellen over zijn naderende afscheid. Hij zal de weg gaan van lijden en sterven, opstanding, hemelvaart. Hij vertelt dat hij die weg alleen moet gaan, omdat hij een opdracht te vervullen heeft, die hij alleen kan vervullen. Hij vraagt hen vertrouwen te hebben. Hij gaat naar de Vader, naar het huis met de vele kamers, om een plaats voor hen klaar te maken.

Het huis van de Vader, vele kamers? Bedoelt Jezus een plaats in de hemel? Of in het koninkrijk van God, in Gods nieuwe Wereld? In ieder geval sluit hij aan bij voorstellingen in die tijd: een heiligdom bij God, vergelijkbaar met de tempel in Jeruzalem. Een enorm complex. Waar, zoals de dichter van Psalm 84 zingt, zelfs de mus een huis vindt en een zwaluw zich een nest bouwt. Het huis van God waar de pelgrims vanuit alle windstreken naartoe trekken om God en elkaar te ontmoeten. Het ‘huis met de vele kamers’ is een beeld, om het geheim, dat niet te verwoorden is, namelijk dat zij – de leerlingen – samen met Jezus zullen wonen in de glorie van God. Jezus belooft hen om daar voor hen een kamer klaar te maken. En dat hij dan terugkomt om hen te halen en mee te nemen.

Dit betekent echter niet dat ze dan maar moeten blijven zitten en wachten tot het zover is. Jezus zegt tegen ze: ‘Jullie kennen de weg.’ Met andere woorden: ‘Ga maar op weg en loop die richting, maar uit. Wandel maar in de richting van het huis met de vele kamers.’ Thomas, een van de leerlingen, kijkt Jezus aan met grote vraagtekens in zijn ogen: ‘Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we de weg daarheen dan kunnen weten?’ Net als de meneer in tram 17, zegt Jezus ‘Loopt u maar met mij mee, moet er ook uit bij halte Surinameplein en ik woon in de Antillenstraat…..’.

Ik ben de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader dan door mij.’ Het zijn woorden allereerst bedoeld als troost, voor de leerlingen die zich ontheemd voelen, omdat ze zonder Jezus verder moeten. Het is ook een troost voor de christenen, einde eerste eeuw. De mensen die schrijver Johannes voor ogen had, toen hij deze woorden optekende: de kleine groepen christenen, die in de Grieks-Romeinse cultuur van die tijd, in die religieuze context, hun weg moesten vinden.

Het is een troost voor de kerk van vandaag, die te midden van een wirwar van wegen, op de borden kijkt. Waar moeten we heen? Welke koers moeten we varen? De kerk die in de marge van de samenleving terecht komt. Een kerk die moet bezuinigen om te overleven, Kerkgebouwen worden gesloten en gemeenten of parochies samengevoegd. Te midden van al het vergaderwerk kun je je doel zomaar uit het oog verliezen: het koninkrijk van God, het huis van de Vader, Gods Glorie. En dan zegt Jezus: ‘Loop maar met mij mee.’
Ik ben de weg, dat betekent: Volg mij maar, ik breng je op je bestemming. Ik ben de waarheid, dat betekent: De weg die ik je wijs, is betrouwbaar. Ik ben het leven, dat bekent: Gaandeweg, zul je iets proeven van de volheid van het leven met de Vader. Als je met me meewandelt, zul je al iets ervaren van het leven met een hoofdletter ‘L’, dat jou in het huis van de Vader ten deel zal vallen.
En, zoals een reisleider zijn paraplu omhoog houdt, zodat de groepsleden hem in de drukte kunnen zien, zo zegt Jezus in feite: ‘Houd mij maar in het oog.’ Zo leidt Hij zijn kerk door Woord en Geest, door de drukte naar huis En dat geeft rust.

Onlangs kwam deze tekst op de Bijbelkring in Den Bosch aan de orde. Iemand zei: ‘De woorden van Jezus schuren. Het klinkt namelijk wel erg exclusief: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.’ ‘Niemand?’ Sluit je daarmee niet een heleboel mensen uit?’ Een ander zei: ‘Kun je deze woorden nog voorlezen in een multiculturele en multireligieuze samenleving als de onze? Je zou deze tekst zomaar kunnen gebruiken, om anderen te diskwalificeren.’
Ik kan me deze kritiek voorstellen. Daarom is het goed om ons te bedenken dat Jezus’ woorden allereerst bedoeld zijn voor ontheemde leerlingen. Jezus spreekt tot zijn gemeente. Om de kerk te bemoedigen en sterken, opdat ze koers kan houden op open zee. Maar het klinkt inderdaad exclusief.
Voor schrijver Johannes staat deze exclusiviteit voor betrouwbaarheid. In de proloog van zijn boek wordt die exclusiviteit benadrukt: ‘Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige zoon, die zelf God is’ (Joh. 1: 18). Johannes bedoelt te zeggen: ‘Hij is enige zoon, die als geen ander het Huis van de Vader kent. Hij weet als geen ander de weg. Dus als je daar wilt uitkomen, volg Hem dan!’

Tijdens mijn studie aan de Vrije Universiteit kwam deze tekst een keer ter sprake bij het vak godsdienstfilosofie. Wijlen professor Henk Vroom zei: ‘God is betrokken op alle mensen. En alle religies zijn menselijke antwoorden op Gods betrokkenheid. Verschillende religies belijden God als schepper. Of als een ‘kracht’ die de natuur doortrekt. Of als wetgever. Of als ‘het grote mysterie’, dat alles en ieder omvat.’ ‘Maar,’ zei Henk Vroom, ‘in Jezus heeft God aan de wereld z’n ‘Vaderhart’ laten zien. Wil je Hem als dus Vader leren kennen, dan moet je bij Jezus zijn.’

Tenslotte. De meneer in de tram bracht me inderdaad tot bij de voordeur. Het is best spannend om met iemand mee te lopen. Het vraagt om vertrouwen. Je weet het maar nooit: doet hij wat hij belooft? Of leidt hij je om de tuin; zoek het zelf maar. Jezus zegt: Vertrouw op God en op mij‘ (Johannes 14: 1). Want daarmee kun je thuiskomen. Vast en zeker.

Amen