dr. Ruud Stiemer (‘s-Hertogenbosch): ‘Het loflied op de vrije dag’, n.a.v. Genesis 2: 2-3

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 10 juli 2019  *

Voorganger: dr. Ruud Stiemer (’s-Hertogenbosch)
Het loflied op de vrije dag’ n.a.v. Genesis 2: 2-3

Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.

“Geniet van je welverdiende vakantie,” zeiden mijn buren vorige week tegen me. “Jullie een ontspannen vakantie toegewenst,” zei ik tegen hen. “Ja, ik hoop dat we een beetje op adem kunnen komen,” antwoordde mijn buurman. Zij zijn afgelopen zaterdag naar Frankrijk vertrokken.
Wel-verdiende vakantie; ont-spannen; op adem komen’, het zegt iets over hoe wij ‘vrije tijd’ beleven. Namelijk als een beloning, die je na inspanning ten deel valt. In onze beleving staat arbeid dus voorop. Arbeid is het uitgangspunt. Pas daarna mag je op vakantie, mag je recreëren. ‘Na gedane arbeid is het goed rusten’, zegt het spreekwoord.
Is dat nu het Nederlandse arbeidsethos? Is het ons Calvinistische DNA? Dat zou heel goed kunnen. ‘In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen’, staat er in Genesis 3.

Ongetwijfeld kunnen we het Nederlandse arbeidsethos met tientallen andere Bijbelteksten ondersteunen. En, als je de eerste twee hoofdstukken van Genesis leest, dan geven ze de indruk, dat die teksten deze gedachte onderschrijven: ‘In zes dagen heeft de HEER de hemel en aarde in al hun rijkdom voltooid. Op de zevende dag rustte hij van zijn scheppingswerk’. Voor God geldt inderdaad ‘na gedane arbeid is het goed rusten…’ Voor God geldt dit, maar niet voor de mens! In Genesis 1 lezen we namelijk dat God de mens op de zesde dag geschapen heeft. Meteen de dag erna, de zevende, krijgt de mens een vrije dag, een feestdag. De mens heeft dan nog niets gepresteerd, maar mag direct genieten van het werk dat God heeft gedaan. Er wordt van hem niet eerst een prestatie verwacht. Nee, hij krijgt de vrije dag geschonken. Dat is genade!

Die vrije dag plaatst de hele tekst in perspectief. Genesis 1 en 2 is een sabbatslied. De tekst is niet bedoeld als een wetenschappelijk betoog over het ontstaan van de aarde en het leven. Het gaat de schrijver niet om de geologie. Nee, hij schrijft een lied, een loflied, in zeven strofes! Waarin bezongen wordt hoe God aan de schepping de zevende dag schenkt, de kroon op zijn werk. Zeven is een symbolisch getal. Het staat voor volheid, volkomenheid. Hij schenkt het aan de mens, aan de samenleving. Opdat de mens eerst zou leren vieren, en pas daarna leren werken.

Het is prachtig dat het eerste boek van de Bijbel daarmee opent, met dit lied op de Sabbat. Voordat de volgende verhalen verteld worden, wordt meteen duidelijk gemaakt dat dit het uitgangspunt is. Direct bij de opening van het boek wordt zichtbaar gemaakt wat God voor ogen had, beter gezegd ‘heeft’! Namelijk, dat mens vanuit het ‘vieren’ naar leven en werken kijkt: en dat leven dus meer is dan werken; dat de mens meer is dan een baan; dat de mens meer is dan het behalen van targets.

De Bijbelschrijvers plaatsten dit loflied voorop, want ze weten uit ervaring dat in de praktijk van het dagelijkse leven het geschenk van de vrije dag gemakkelijk vergeten wordt. Voor velen die hun hoofd met moeite boven water kunnen houden, is een vrije dag een luxe, die ze zich niet kunnen permitteren. Voor anderen geldt dat ze geen keuze hebben. Het volk Israël weet daar zelf alles van, wanneer het gebukt gaat onder slavernij. Voor weer anderen is het wel een keuze: ze werken en werken en werken om meer geld te verdienen; en voor je het weet ben je zeven dagen in de week in de running. Dan is het gedaan met je vrijheid. Dan leef je als ballingen in een ver en vreemd land. Voor je het weet, ben je geknecht door vreemde mogendheden. Ook dat is iets wat het volk Israël zelf ervaren heeft, ten tijde van de Babylonische ballingschap.

Vele bijbelwetenschappers gaan ervan uit dat dit loflied uit Genesis 1 en 2 dan ook geschreven is tijdens die periode. Het Babylonische rijk kende geen vaste rustdagen. Men kende er wel ‘onheilsdagen’, ‘ongeluksdagen’. Dan werd er niet gewerkt, omdat dit anders ongeluk zou brengen. In die context is een ‘rustdag’ uniek. Door deze vrije dag te vieren heeft Israël door de eeuwen heen getuigenis afgelegd van dat verlangen van God voor mens en dier. Opdat het hen tot zegen zou zijn, niet alleen toen, maar ook hier en nu en in de toekomst.

De Heer zegende de Sabbat, heiligde die’, schrijft de auteur van Genesis. Die woorden kunnen allerlei associaties oproepen aan strikte zondagsheiliging. In de christelijke traditie is het niet ‘zevende dag’, maar eerste dag van de week de vrije dag. De zondag is gekozen, omdat het de dag van de opstanding is. In het verleden was het voor velen een dag met regels en gebruiken: niet kopen, niet fietsen, niet schaatsen, verplichte rust. Vaak geen ontspanning: verplichte kerkgang en zondagsschool en vereniging. De winkels waren dicht en het enige wat je kon doen, was een ommetje maken. Daar wil je niet meer naar terug!
En toch… als alles maar door draait; en er geen onderscheid meer is tussen de dagen. Als er geen rust meer is in de samenleving en alles vierentwintig uur doorgaat en dat zeven dagen lang en er geen ruimte is om op adem te komen… dat kan toch niet goed zijn voor de samenleving? Zijn wij niet gebaat bij een dag rust, of het nu de zevende dag of de eerste dag of de derde dag is?

Mijn indruk is dat Genesis 1 en 2 niet alleen een loflied, maar ook een protestlied is. Het tekent protest aan bij de 24-uurs economie. Natuurlijk, het Nederlandse arbeidsethos en het calvinisme zit in ons DNA. Het heeft ons heel wat gebracht. Maar, door ons te bepalen bij Gods verlangen, worden we opgeroepen om kritisch te kijken naar onszelf en naar onze samenleving. Het roept ons op om anders te kijken: niet van werk naar rust verdienen. Maar, vanuit de rust die je geschonken wordt aan de slag te gaan. Dan wordt iets zichtbaar van dat Koninkrijk dat God voor ogen heeft, zijn nieuwe wereld.

Ten slotte. Vorige week vertelde een gemeentelid uit Den Bosch, een man van middelbare leeftijd, dat hij weer een baan gevonden had. Hij was een tijdje zonder baan geweest en nu was het hem gelukt. Hij was dolblij. Ik vroeg hem: “En, hoe bevalt het?” “Uitstekend,” antwoordde hij, “op de dag dat ik begon, werd ’s middags de jaarlijkse BBQ gehouden en heb kennisgemaakt met al mijn collega’s. Op de 1e dag viel ik dus met mijn neus in de boter. Ik was nauwelijks begonnen en mocht direct meedoen.” “Dat is een mooie start van je nieuwe baan, als dat geen genade is”, zei ik.

Amen