dr. Ruud Stiemer (‘s-Hertogenbosch): “Slaapverwekkend”, n.a.v. Psalm 127: 2

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 27 februari 2019  *

Voorganger: Dr. Ruud Stiemer (‘s-Hertogenbosch)

Thema: “Slaapverwekkend“, n.a.v. Psalm 127: 2

Vergeefs is het dat je vroeg opstaat, je laat te ruste legt, je aftobt voor wat brood – Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.‘ Psalm 127: 2

‘Tijd is geld’, zegt het spreekwoord. Wanneer je je tijd verdoet, dan kost dat je dus wat. Vanuit dit oogpunt gezien is acht uur slapen op een dag dus ronduit geldverspilling. Natuurlijk kan niemand zonder slaap. Maar ieder uur op een dag, dat je langer productief kan zijn, is er één. Vandaar dat veel mensen ’s ochtends een uurtje eerder opstaan en ’s avonds een uurtje later naar bed gaan: ‘Er moet nog een verslagje geschreven worden. De mails moeten nog worden beantwoord. Enzovoort.’ Tussen de bedrijven door doe je even een dutje op de bank, een ‘powernap’, om er vervolgens weer tegenaan te kunnen gaan. Van verschillende ministers wordt gezegd dat ze wel tot 3 uur ’s nachts bezig zijn met het lezen van de verschillende dossiers en ’s ochtends toch om 9 uur op het ministerie aanwezig zijn. En in het bedrijfsleven hoor je mensen trots zeggen: ‘Ik kan met 4 uur slaap toe!’ Als je tegen die mensen zegt: ‘slaap is een geschenk van de Allerhoogste’. Dan zullen ze zeggen ‘Wat een verspilling!’

In Psalm 127 horen we over mensen die drukdoende zijn. Er wordt een huis gebouwd; er wordt een stad bewaakt. De dichter schildert het dagelijkse leven in de volle breedte: mensen wonen en werken, zij zetten zich in voor hun familie, voor de samenleving. En dat alles kan een mens behoorlijk in beslag nemen. Dat gold voor de mensen in het Israël van die tijd; dat geldt ook voor ons nu.
De meeste mensen leefden toen van het land en konden zich – als het meezat – een paar dieren veroorloven. Het leven was in veel opzichten een gevecht. Een gevecht met de natuur: met de gevolgen van droogte of juist van de plensbuien, die een oogst konden verwoesten. Een gevecht ook met de politieke omstandigheden: dreigende conflicten en oorlogen hing de bevolking voortdurend boven het hoofd. Alle zeilen moesten worden bijgezet, om staande te blijven. Ook vandaag moet er hard gewerkt worden. We krijgt het niet voor niets, we moeten aan de bak. Wil je je huur kunnen betalen, wil je op vakantie kunnen. En … het beoordelingsgesprek komt eraan.

De dichter van Psalm richt zich in zijn lied met name tot die mensen: die werken alsof het alleen van hen afhangt. Mensen voor wie het werk – te midden van alle drukte – een soort afgod dreigt te worden, waardoor ze aan de levende God voorbijgaan. Hij die hen het leven en de aarde en de talenten heeft toevertrouwd. Om die mensen een spiegel voor te houden schetst hij in zijn lied 2 typen mensen. Daarbij overdrijft hij bewust om zijn punt helder te maken.
De ene mens is dus die mens die werkt alsof zijn ziel en zaligheid ervan afhangt. Die altijd in controle wil zijn en alle ballen in de lucht wil houden. De dichter zegt: Als je zo door blijft gaan, zul je het uiteindelijk niet redden, het is tevergeefs. Het valt je uit handen.
Daartegenover zet hij de andere mens, ‘de lieveling’. ‘Hij geeft het zijn lieveling in de slaap’. Wie is die ‘lieveling?’ De psalm is toegeschreven aan koning Salomo, die de tempel in Jeruzalem heeft mogen bouwen. In het boek 2 Samuel 12: 2 wordt hij Jedidjah genoemd: de lieveling van de Heer. Maar, in Psalm 127 duidt die uitdrukking ‘lieveling’ niet alleen op Salomo zelf. Het doelt op ieder mens, die op de Heer vertrouwt. Die in zijn werken, huis en samenleving, niet alles krampachtig zelf in handen wil houden. Maar, die bij zijn werken durft te vertrouwen op de Heer die hem het leven en aarde en de talenten heeft toevertrouwd. De mens die Gods wil zoekt voor het dagelijkse leven, voor de samenleving. Voor die ‘lieveling’ geldt: ‘geeft het in de slaap’.
Letterlijk staat er: ‘hij geeft zijn lieveling de slaap’. God schenkt hem uren om tot rust te komen: uren om los te laten, tijd om te verspillen. Want: het hangt niet alleen maar van de mens af. Hij omringt ons met zijn zorg en zegen.
De kerkhervormer Maarten Luther schreef eens naar aanleiding van dit vers uit Psalm 127: ‘Gods zegen gaat schuil achter onze inspanningen…..’. Je gaat aan de slag, in het vertrouwen dat Hij er is en je leven met zijn zorg en zegen omringt. In dat vertrouwen mag je de slaap vatten. Morgen is er immers weer een dag’

Wat voor een slaper bent u, ben jij? Bent u een gemakkelijke of ’n moeilijke slaper? De één zegt: ‘zodra ik mijn kussen raak, slaap ik al’. De ander zegt: ‘ik kan moeilijk slaap vatten, omdat ik lig te piekeren over mijn gezondheid, of over mijn kinderen, of over mijn werk. Of misschien lig je wakker van wat er allemaal in wereld speelt. Regelmatig hoor ik mensen zeggen: ‘Had ik maar knopje dat ik kan omzetten, want ik heb de halve nacht te woelen’. En als ik dan uiteindelijk in slaap val, wordt ik ’s ochtends doodmoe wakker.
Dan kan het zijn dat je bij de woorden van de dichter denkt: ‘gemakkelijker gezegd dan gedaan: ga maar lekker slapen, vertrouw maar op God’. ‘Ik moet er ’s ochtends weer uit en aan de slag.
Ik zei al: de dichter overdrijft als hij de twee type mensen beschrijft. Hij doet dat bewust om ons spiegel voor te houden. Zodat wij ons afvragen: wie ben ik? Ben ik degene: die alles zelf in de hand wil houden? Ben ik degene: die denkt alles alleen wel af te kunnen? Ben ik degene die denkt: ‘als ik niet sterk ben wat komt er dan van terecht…..’. Of denk ik: ‘Gelukkig sta ik er niet alleen voor. Er is een God, die mijn leven omringt met zijn zorg en zegen.’ Als je de boel dan even de boel kunt laten en in slaap valt, dan is dat Zijn geschenk

Ten slotte. We leven in een tijd waarin ‘tijd geld is’ en slapen een verspilling. Want in onze economie moet alles door, 7 dagen, 24 uur. Er worden op internet zelfs cursussen aangeboden om met minder slaap toe te kunnen. In die context is slaap een daad van verzet. En tegelijk een geloofsbelijdenis: ‘ik ben maar mens, ik ben begrensd, ik ken mezelf. Ik vertrouw me toe aan God, die sluimert noch slaapt, een wakkere God die over mij waakt ’. (Psalm 121)

Amen