dr. Wouter Klouwen (Baarn): ‘De zekerheid van het gebed’, n.a.v. Psalm 86: 1-7

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 21 november 2018  *

dr. Wouter Klouwen (Baarn)

De zekerheid van het gebed‘, n.a.v. Psalm 86: 1-7

Psalm 86 is, als menige Psalm, een gebed uit nood. Hoor, Here, want ik ben ellendig en arm. Maar wat nou opvalt in deze Psalm – kijk, de nood is groot, hoogmoedigen staan tegen mij op, een horde geweldplegers staan mij naar het leven, dat kan letterlijk zo zijn, mensen die het op je gemunt hebben, dat kan ziekte zijn die jou het leven bedreigt – maar wat nou opvalt, dat net zo zeker als de nood is, zo zeker is ook dat de Heer hóórt. Dat hoort bij elkaar. Here, neem mijn gebed ter ore, sla acht op mijn luide smekingen… Ik roep u aan, want – staat er dan – want Gij hoort mij. Wonderlijk, die zekerheid: want Gij hoort mij.

En deze Psalm zo overwegend dacht ik, is dat niet eigenlijk ten diepste het kenmerk van elk gebed? Van aan de ene kant de grote verlegenheid, het vragen, het niet uitkomen, het niet weten, en aan de andere kant het vaste vertrouwen, de zekerheid, de garantie van de Naam, Ik-ben-er… Daarom eindigen wij ook elk gebed met het woord ‘amen’, dat van het Hebreeuwse èmoena komt en vertrouwen betekent, betrouwbaarheid, hier houd ik het op; en bidden we ook in Gods Naam, of in Jezus’ naam. Op wie Hij is, dáár brengen wij onze nood. Dáár brengen wij onze vragen. Ook als we geen antwoorden hebben. Ook als het heel anders loopt of verkeerd loopt of afloopt, bij Hem, in Jezus’ naam, die graf en dood is doorgegaan…

Het gebed, daarover kun je natuurlijk heel oppervlakkig denken. Als een vragen; en dan moet je het zò krijgen als je het hebben wilt, en als dat gebeurt, is dat Gods horen… en als het niet gebeurt, zou Hij dan niet…? Maar zo eendimensionaal is het niet. Het gebed is toch het vertrouwen en het volhouden in het vertrouwen ook onder de schijn van het tegendeel. Als het juist héél anders loopt. Dat dan nóg… Híj hoort… Als het juist helemaal weg is bij je, het geloof. Dat dan nóg… Hij je Heer is. En dat horen we nu ook in deze Psalm: Here, neem mijn gebed ter ore; ten dage van mijn benauwdheid roep ik U aan, want Gij antwoordt mij.

Wij zeggen wel: nood leert bidden. Het is zo’n uitspraak een beetje in de trant van: als er oorlog is, dan zitten de kerken weer vol. Ik weet niet of dat zo is. Ik dacht wel, in plaats van bidden kan nood juist ook heel iets anders leren…: Vertwijfeling. Of wanhoop. Dat je niet meer weet bij wie je het zoeken moet… Dus of nood nou echt bidden leert? Het is toch eerder zo, dat Hij die onze nood ként ons leert bidden. Dat is het toch. De Naam. Want het gebed, als we het over het gebed hebben, dan hebben we het toch niet over zomaar een schietgebedje, niet zomaar een “je-weet-maar-nooit”, of… “je kunt het altijd proberen”, nee maar het gebed is het vaste vertrouwen op de Naam, het vertrouwen op wie Hij is… En bij Hém breng ik mijn vertwijfeling en ongeloof…

Gods Naam – zo bidden wij, in Gods Naam – en zijn Naam (kent gij, kent gij die naam nog niet?) hebben wij leren kennen bij uitnemendheid, in het leven en sterven van Jezus Christus. Die zelf ellendig was en arm. Die bad: Here, neem mijn gebed ter ore; in de benauwdheid roep ik U aan. Jezus, die net als de Psalmist zeggen kon: O God, hoogmoedigen staan tegen mij op, een horde geweldplegers… De Naam, de trouwe God, die zich zo met de mens in nood vereenzelvigd heeft, dat Hij zelf als het ware in deze Psalm is gekropen, en niet eens als het ware, maar zo is deze God. En zó is Hij al ons vertrouwen waard. Hij die uitkomst weet uit de dood. Hij die zijn teken gesteld heeft, in Christus Jezus, en zo ons geholpen en getroost heeft…

Het is het wonder in de Psalmen, ja in de hele Schrift eigenlijk, dat soms God en mens heel ver van elkaar vandaan zijn, als in de nood geroepen wordt: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing. God heel ver weg. En tegelijk, en dat is echt het wonder, juist daar héél dichtbij. Omdat God hierin is mens geworden, tot in dood en graf. Om ons te bevrijden…

En nu in dat geloof en vertrouwen te wandelen.

Voeg geheel mijn hart tesaam,
tot de vrees van Uwen naam.
Want Heer,
Gij hebt mij aangenomen,
mij weer tot het licht doen komen
uit de diepten van de dood.
Ja, uw goedheid is zeer groot.

Amen.