dr. Wouter Klouwen (Baarn): “Gods aangezicht”, n.a.v. Numeri 6: 22-27

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 14 augustus 2019  *

dr. Wouter Klouwen (Baarn)

Gods aangezicht“, n.a.v. Numeri 6: 22-27

Zusters en broeders in Christus,
Elke zondag worden we met deze zegen voor Israël gezegend in de dienst: De Here zegene u en Hij behoede u. Maar nu moeten we het goed zeggen: met deze woorden ontvangen we de zegen, maar het is niet de dominee die zegent, of de priester die zegent. Het is Adonai, de Héér die zegent, en daarom die wat archaïsch aandoende aanvoegende wijs: Hij zegene u. Dat ligt niet in onze macht. Dan zouden we er iets magisch van ma­ken: zegen instralen, of op cultisch-reli­gieuze wijze dingen inzegenen, maar dat is het zeker niet. Nee, zegenen is, als we dat zeggen De Here zegene u en Hij behoede u – het is Gods Naam op de mensen leggen, en Hij zal hen zegenen.

En nu wilde ik vanmiddag bij deze be­kende woorden die dus elke zondag klin­ken, stilstaan en dan vooral bij dat er ge­zegd wordt dat de Here God een aan­gezicht heeft. Een gezicht. En dat ge­zicht dat wordt hier in de zegen in een metafoor uitgelegd. Gods gezicht is als de zon die over ons opgaat. De Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u ge­nadig. De Here verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. Zoals de zon opgaat en we in het volle licht staan, zo licht Gods aangezicht over u, dat je in zijn licht staat. Begrijp wel: de zon is een metafoor. In Israël wordt de zon niet als god aanbeden, dat deden de Egyptena­ren en Babyloniërs. Daar is in Israël geen sprake van. Adonái is hun zon. De Náám is hun licht. Die zegent en bewaart, die genadig is en onze vrede.

Het aangezicht. Als u op een joodse be­graafplaats bent en u ziet daar twee handen afgebeeld, dan weet u dat daar een priester begraven is: de ringvinger en pink bij elkaar en de andere drie bij elkaar. Ik kan dat niet. Maar de gedachte is: zo zegent de priester dat het zonlicht er doorheen straalt. Zo licht de Heer over jou.

Dat de Here God een aangezicht heeft, een gezicht, dat is misschien moeilijk om ons voor te stellen. Toch spreekt de Bijbel opvallend concreet over God. God heeft een aangezicht. En het aangezicht staat voor de ontmoeting. Ook heel concreet. De relatie. Dat is in de Schrift zo wezen­lijk. We kennen de uitdrukking: elkaar spreken van aangezicht tot aangezicht. Dat is dat je er voor elkaar bént. Voor elkaar leeft. Elkaar gegeven bent.
Zo wordt er karakteristiek gezegd – als Sara gestorven is, dan zegt Abraham, ik zal haar van voor mijn aangezicht begra­ven. Want zij leefden van aangezicht tot aangezicht, in relatie.
Je aangezicht kan ook vallen. Dat horen we in het verhaal van Kaïn en Abel. Dat Kaïns aangezicht, ja ‘betrok’ zeggen de vertalingen, als Kaïn boos wordt, omdat het offer van Abel wel wordt aangezien en dat van hem niet – dan ‘vervalt’, staat er letterlijk, dan valt zijn aangezicht. En de communicatie tussen die twee is ver­broken, en dan weet je al waar het op uitloopt.
En in de zegen horen we nu precies het omgekeerde, niet dat Gods aangezicht vált, maar dat Hij het verheft. En wat wil het anders zeggen dan dat wij in het vol­le licht komen te staan van wie Hij is. De Naam. Ik zal er zijn. De Naam die ons be­waart. De Naam die ons genade geeft en vrede. Dat is de zegen: zijn aangezicht over jou. Want als je de zegen ontvangt, ontvang je niet de garantie op succes. Niet de waarborg van geluk en voorspoed, naar de mens genomen. Dan zit je weer in het magische. Nee, als je de zegen ont­vangt, dan sta je in het licht van zijn na­bijheid, die óók straalt over angst en pijn. Waar je door een dal gaat van diepe duisternis. Waar ongeluk je deel is. Waar het je bij de handen afbreekt. Maar zie je zijn aangezicht, weet je van het Verbond met Hem, dan kun je ook daar gaan… In het licht van zijn belofte en zegen. Het gaat niet om magie. Het gaat om Ver­bond. Relatie.

Gods aangezicht. Wie heeft ooit God gezien? Hoe zou Hij eruit zien? De Schrift vertelt ons wie God is. De Bewaarder van Israël. En is het niet zo, dat we Gods ge­zicht bij uitnemendheid hebben leren kennen, dat Hij zijn gezicht heeft laten zien in… Jezus Christus. Wie Hem kent, kent de Vader. Zo is Adonai de Heer. Het is niet zo dat achter Jezus een geheel an­dere Vader schuil gaat. Onberekenbaar of boos. Nee, zo Zoon zo Vader. En Jezus zegt: Ik ben het licht der wereld. Ik ben niet gekomen om te oordelen, maar om te bewaren. Hoor de zegen! Jezus, die met genade en vrede tot ons komt. Om ons niet in ons falen vast te zetten; ons niet met onszelf alleen te laten. Maar ons nabij te zijn. Van aangezicht tot aange­zicht.

En zo zijn zo wij nu ook hier samen, van­middag. Als broeders en zusters in Chris­tus. In het geloof dat Gods aangezicht over ons licht en Hij ons genadig is. Dat zijn licht over ons mag opgaan, en wij door Hem nieuwe kracht ontvangen. Omwille van Jezus Christus.

Hij is onze vrede. Ons eeuwig leven.
Amen.

Plaats een reactie