drs. Andries Knevel (Huizen): “De Heer is mijn Herder”, n.a.v. Psalm 23

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 10 oktober 2018  *

drs. Andries Knevel (Huizen)

De Heer is mijn Herder“, n.a.v. Psalm 23

Een paar jaar geleden was ik in Israël voor een TV-opname. Ik moest daar een paar uur met een herder en zijn schapen rondlopen. Dat was op een uitgelezen plek tussen Jeruzalem en Bethlehem, de velden van Efratha dus.
En ja, die schapen moesten dus eten, maar er was nauwelijks eten. Tussen de rotsen, waar we met veel moeite overheen klommen, groeiden wat grassprietjes, en dat was het dan. Veel meer was er niet.
Ik vroeg de herder natuurlijk of dit de gewone situatie was en hij antwoordde bevestigend. Zo ziet een weide er in Israël en een groot deel van het Midden-Oosten uit.
Ik ben meer in Israël geweest, en inderdaad, nergens zag je het groene gras als bij ons, behalve bij de grasperken van dure hotels, waar iedere dag gesproeid wordt.
Ik moest eraan denken, toen ik Psalm 23 las.
Het is een heel bekende psalm, ook een heel geliefde, misschien wel de meest geliefde die er is.
Want hij gaat over Gods vaderlijke zorg, over rust, over vertrouwen en overgave. Of toch ook over meer?

Hij leidt mij aan grazige weiden, in groene weiden, zegt David. Nou, die waren er in de tijd van David al helemaal niet. Hij ziet als het ware een paradijselijke situatie voor zich, met water en groene weiden.
Waarom?
Omdat hij de behoefte heeft om in dit gedicht God te loven.
U weet dat er heel veel verschillende psalmen zijn, klaagpsalmen, wraakpsalmen, psalmen met een schuldbelijdenis, waaròm-psalmen, maar dit is een lofpsalm en een psalm van groot vertrouwen.
Misschien heeft hij wel in een bepaalde situatie Gods leiding ervaren, misschien heeft hij uitkomst ervaren, maar in ieder geval: hij belijdt dat God zijn herder is, dat hij het goed heeft en dat hem niets zal overkomen.
En dat allemaal om de eer van Zijn naam. In dit vertrouwen, in deze rust erkent hij God. Hij looft in dit vertrouwen de eer van Zijn naam.
Mijn vraag vanmiddag is: “Kent u hier iets van? Iets van gelovige overgave aan God en het dan ook goed met God hebben. Een beekje en groene weiden.”
Het klinkt haast te mooi om waar te zijn.
U zegt: “Ik zou het mooi vinden, maar zo gaat het niet in mijn leven. Ik zou het heerlijk vinden, wat een rust, om even met God in die grazige weiden te verkeren. Leuk voor David, maar je moest eens weten hoe het in mijn leven gaat. Soms heb ik zelfs moeite om nog in God te geloven, zo moeilijk gaat het, dus die grazige en groene weiden…?
Deze vraag is heel herkenbaar, want met hoevelen van ons gaat het altijd voor de wind? En bij het ouder worden, lijkt je rugzak steeds voller te worden. Niks grazige weiden, niks beekje en niks veilige paden.
Mijn weg lijkt eerder op een donker dal, zegt u.

En inderdaad, dat zegt David ook. Vaak wordt gedacht dat Psalm 23 een grote lofzang op een vredig leven met God is, zo vredig dat het niet meer reëel lijkt. Maar deze psalm is wel degelijk uit het leven gegrepen!
Al gaat mijn weg door een donker dal, zegt David.
En hij kon ervan weten. Achtervolgd door Saul, een kind dat in opstand kwam, een kind dat van hem weggenomen was en zijn gezin was een grote puinhoop, om maar eens wat te noemen.
Hij wist van het donkere dal. En toch zegt hij dan: Ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf die vertroosten mij.
In het donkere dal dus. Wanneer je gelooft, betekent dat niet dat er dus geen donkere dalen zijn. Ach, de Bijbel is er vol van, en uw leven misschien ook wel.
Het kan zijn dat u zegt: “Ha, David is weer terug op aarde, ook hij weet van een diep dal. Die grazige en groene weiden, dat is voor mij een brug te ver, maar het diepe en donkere dal herken ik.”
En ook als u misschien niet wilt spreken van een diep en donker dal, zult u wel zeggen dat het leven af en toe niet meevalt. Dat het rugzakje aardig gevuld is, dat moeite en verdriet, (om het oude formulier te citeren) ook uw deel zijn.
Ja, inderdaad, zo is het leven van velen en juist de psalmen geven daar taal aan. De meeste psalmen in de Bijbel zijn klaagpsalmen, en dat is nog te begrijpen ook. David kon er ook wat van.
Psalm 6: Ik vrees voor mijn leven Heer, Heer hoe lang moet ik nog wachten?
Psalm 13: Hoe lang nog Heer zult u mij vergeten. Hoe lang nog verbergt u voor mij uw gelaat?
Ja, dat is ook David, misschien wel voor u een herkenbare David.
Maar in Psalm 23 slaat hij andere taal uit. Ook Bijbelse taal. Deze psalm is vol van geloofsvertrouwen ook in het donkere dal.
Ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij.
Dat is een belijdenis tegen de klippen op. Het is een belijdenis tegen de vragen van ons eigen hart op. Het is dezelfde belijdenis als in vers 1: De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets.
Dit is taal van het geloofsvertrouwen. En dus is het ook moeilijke taal.
Want, ervaring van verdriet en leed, schreeuwt tegen deze uitspraak van David. En misschien heeft hij later wel eens nagedacht over de vraag hoe hij ooit deze psalm heeft kunnen schrijven.
Geloofsvertrouwen is ook niet meetbaar, het is niet toetsbaar, het gaat recht tegen onze ervaringen in, en het zegt toch: de Here is mijn Herder.
Kent u dat? Juist in het donkere dal? Het is iets dat persoonlijk doorleefd mag worden.
Want het is opvallend dat David in vers 4 verspringt van Hij, naar Gij, of U. Het wordt nu heel persoonlijk tussen God en hem.
U bent bij mij.
Geloofsvertrouwen kun je mensen niet zomaar aanpraten. Het is een diepe persoonlijke ervaring: u bent bij mij.
Ik kan het u ook niet aanpraten, maar ik kan u wel vragen: “Mag u dat belijden met David: U bent bij mij. Misschien met een heel klein stemmetje. Misschien al aarzelend, maar toch: u bent bij mij…?

Ik wijs u nog op een woord. David laat eerst het beeld verspringen, komt terug bij de grazige weiden en spreekt dan over een overvloedig gedekte tafel.
En dan zegt hij: Geluk en genade volgen mij.
En bij dat woord genade, of goedertierenheid, of heil, denken we direct aan die andere herder, de herder uit het Nieuwe Verbond, Jezus. Wat mooi dat die beelden van een herder zo in elkaar overvloeien.
Want herder en Jezus en genade en goedertierenheid, ze horen allemaal bij elkaar.
Want is het niet door het volbrachte werk van de goede herder dat we deze tekst in de nieuwtestamentische gemeente kunnen zingen.
David kon God als herder ervaren omdat de goede herder in het nieuwe verbond zijn leven voor hem gaf.
Hij zal dat zelf allemaal wel niet geweten hebben, maar wij wel. We mogen zoveel meer weten dan David.

En daarom: als u moeite heeft met de beelden van David uit deze psalm, denk dan aan dat andere beeld. Die goede herder die zijn leven gaf voor zijn schapen. Zodat we in het huis van de Here mogen verkeren tot in lengte van dagen.

Amen