ds. Aart Mak (Haarlem): “Beproefd worden”, n.a.v. 1 Korinte 10: 13

*  Alle-Dag-Kerk Middagpauzedienst 17 juli 2019  *

Ds. Aart Mak (Haarlem)
Beproefd worden” n.a.v. 1 Korinte 10: 13

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.

Beproevingen doorstaan, een ernstig onderwerp op een zomerse dag.
Hoewel vandaag, woensdag 17 juli, zijn velen bezig zijn met de ramp met de MH17, nu vijf jaar geleden; 298 mensen uit de lucht geschoten en dood. Voor de nabestaanden is dat al even zo lang als het geleden is, een beproeving. Je mist één of meer geliefden, het was niet zomaar een ongeluk, maar een bewuste daad van een aantal mensen op de grond; deze misdaad is na al die tijd nog niet rechtgezet, de daders gaan nog vrijuit en Rusland blijft weigeren mee te werken.

Ik heb het over beproevingen. Mensen worden beproefd. Je bent ziek en houd je het vol om mens te blijven? Of ben je nog slechts een hoopje ellende? Je hebt ineens succes, je gaat veel geld verdienen. Blijf je gewoon of ga je naast je schoenen lopen en neerkijken op de armoedzaaiers om je heen. Je bent gekozen voor de gemeenteraad. Leuk, je mag meedoen met de plaatselijke politiek waar je altijd al een zo uitgesproken mening over had. Maar nu mag je het zelf zeggen, moet je je mening bijstellen, compromissen sluiten, je ongelijk toegeven. Kun je dat? Of blijf je ook dan de zeurpiet aan de zijlijn?

Ik geef nu maar wat voorbeelden. Wij kennen allemaal het verschil tussen zeggen en doen, en daar ergens tussenin duikt het woord beproeving op. Want je kunt het wel zeggen of beloven, maar doe je het ook, kom je je belofte na? Je zegt dat je dapper bent, maar ben je het ook, als het erop aankomt? Je zegt dat je een mens van vrede bent – dat heeft iets met je geloof te maken, maar ben je het ook, bijvoorbeeld als iemand jou te na komt, zuigende opmerkingen maakt, je het bloed onder de nagels vandaan haalt?

Ik hoorde en las als kind veel sprookjes. Ik heb daar veel van geleerd. Sprookjes zijn geen kinderverhalen. Het zijn verhalen van de mensheid, van elk mens en ze gaan over goed en kwaad, over geluk en ongeluk, over het leven als een reis, over de gevaren die je onderweg tegenkomt en één van die grootste gevaren ben je zelf, met je egoïsme, je eigendunk, heerszucht en je machtswellust. Nu is het mooie dat in heel veel sprookjes het ook gaat over beproeving. Mensen worden op de proef gesteld. Een vader met drie zonen ligt op sterven en de drie zonen moeten ergens een geneeskrachtig kruid vandaan halen. Twee van de drie blijven onderweg steken, de derde vindt het kruid en brengt het thuis. Dat is een verhaal over beproeving. Zoals mensen verdwalen in een bos, omdat ze niet goed opletten, de oorspronkelijke boodschap vergeten, met de verkeerde mensen of dieren meegaan. Assepoester die alle haat en jaloezie over zich heen krijgt, wordt op de proef gesteld om aardig te blijven en haar lot te dragen tot een keer de rollen omdraaien.

Waarom ik dit vertel, is ook omdat dit motief vaak in de bijbel voorkomt. De woestijnreis van het oude volk Israël was een reis waarin ze op de proef werden gesteld. De klacht om terug te keren naar Egypte waar ze slaaf waren (maar ook te eten kregen!), klinkt regelmatig in die woestijn. Ontberingen worden geleden. Vrij zijn – de bedoeling van alles – gaat blijkbaar niet op een koopje. Het geloof in het beloofde land, het doel van de reis, wordt er steeds bijgehaald om de moed erin te houden. Maar het is nog niet zover en hoe lang zal het wel niet duren? Dat is het verhaal van de beproeving.

Vergelijk het ook met de veertig dagen in de woestijn die het kind van Israël, Jezus, doorbracht. Tot drie keer toe werd hij op de proef gesteld. Het is als een bijna mythisch verhaal aan ons overgeleverd. Hij wordt getest. En de test is: vertrouwt hij op de Onzichtbare of heeft hij liever brood, status en macht?

De christenen in de eerste eeuwen van onze jaartelling, vaak heftig vervolgd, gemarteld en gedood in de Romeinse arena’s, ervaarden hun leven ook als een beproeving. Hun geloof werd op de proef gesteld. De Romeinen vroegen hen te knielen voor de keizer. En dat weigerden velen, ten koste van hun leven.

Dus kun je zeggen, gezien wat de generaties voor ons hebben ervaren, dat je niet onder de beproeving uitkomt. Je wordt als mens op een of andere manier getest. Door wieDoor GodMet wat?  Zegt u het maar, ik denk dan vooral aan ziekte, pech, tegenslag, ontslag, een handicap.

Nu ben ik wel voorzichtig ook hiermee. Want dit wil niet zeggen dat ik het begrijp. Of dat ik kan verklaren waarom er mensen zijn met een ernstige levenslange psychiatrische stoornis. Hoezo: beproeving? Waartoe dan? Of waarom we nog steeds niet uitgedacht zijn over de wreedheden van de nazi’s in de vorige eeuw, miljoenen joden en andere paria’s vermoord op een nog steeds onvoorstelbare wijze. Hoezo beproeving? Wie moest daar dan wijzer of verstandiger van worden?

Wij hebben als mensheid te veel meegemaakt – en dat geldt voor sommigen in hun persoonlijke leven: ze hebben te veel meegemaakt -, om nog in een persoonlijke God te geloven die je uiteindelijk beschermt, hoe zeer hij je ook op de proef stelt. Ik ben zo wel grootgebracht. En daar ben ik dankbaar voor. Het was en is mijn geestelijk dak boven mijn hoofd. Wij staan er niet alleen voor. Ons leven is bedoeld door God. Wij maken wat mee, soms heel ernstige zaken, maar het is om ons wijzer, gevoeliger of eenvoudiger, vult u maar in, te maken… Uiteindelijk is het ons ten goede. Maar ik houd ook mijn twijfels en grote vragen.

Helpt het dan om te lezen wat er staat? In 1 Korinte 10: 13? ‘Wij krijgen geen beproevingen die niet voor mensen te dragen zijn.’  Ik bid soms: Heer verlos ons van het kwaad dat ons te machtig is, te overweldigend. Wordt dat gebed verhoord? Is uiteindelijk dan alles toch te dragen? Ik geef toe, ik ben zo vaak zo diep onder de indruk geraakt van mensen die ik ontmoette. In omstandigheden waarin ik niet met hen wilde ruilen. Mensen met geamputeerde benen, mensen die als Job alles waren kwijtgeraakt, mensen die getraumatiseerd waren door een gebeurtenis in het verleden. En toch waren ze mens. In al hun kwetsbaarheid hadden ze meer geestkracht en geloof dan ik. Zoals de man van smarten helder van geest bleef en met al zijn angst zijn geloof in God en zijn liefde voor het leven niet kwijtraakte.

Dan staat er: ‘God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd.’  Een troostzin voor de vervolgde christenen van die dagen. Mensen die alles kwijt konden raken, ook hun leven. Niet boven je krachten beproefd worden. Of is de mens zo krachtig dat hij zelfs met Gods hulp het onvoorstelbare kan trotseren? Weer aarzel ik, dit is lopen op de rand, ik ga heen en weer tussen geloof en ongeloof.

En dan staat er ook, warempel, nog dat ‘er met elke beproeving ook een uitweg wordt geboden’. Ik denk even aan een vluchtroute. Of misschien beter gezegd: een manier om ermee om te gaan. De schrijver zal hier uit eigen ervaring spreken, denk ik. Je weet het pas als het je overkomt. Er staat iemand in je op die het roer overneemt. Je kunt meer dan je denkt. Je bent sterker in al je zwakheid dan je voor mogelijk houdt.

Weet u, geloof gaat uiteindelijk niet over een kalme zee en een behouden vaart. Het leven is vaak een storm en een dikke kans dat je ergens onderweg dreigt te verdrinken. Om je in dat woelige bestaan niet van de wijs te laten brengen, dát is de grote beproeving. Om te blijven geloven in Gods goedheid, die hij uitgezaaid heeft in mensen, is de grote test, als de tirannie en de minachting van mensen zich breed maken. De beproeving is dus om het leven te ondergaan maar niet onder te gaan in datzelfde leven

Verderop in diezelfde brief (1 Korinte 12) gaat het over de mensheid als een lichaam. Dan staat er dat ‘wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, alle andere mee lijden en wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, alle andere in die vreugde delen.’

Misschien zit daar wel het antwoord op de beproeving. Als wij op de proef gesteld worden, door een ernstige ziekte, door volkomen terug geworpen te worden op onszelf, door het idee dat we van god en iedereen verlaten zijn, is de grote verleiding te denken dat wij er alleen voor staan. Ik alleen.

Maar wij zijn niet van onszelf en op onszelf, maar fijnmazig en eindeloos met elkaar verbonden, met mensen van nu en mensen van voorheen, met het leven hier op aarde en met de hemelbewoners, hoe je dat ook moge zien. Een mens op zich bestaat in feite niet.

De beproeving is of we ons, ook in diepte van ellende, verbonden met anderen en de Schepper van leven durven blijven voelen. De verbinding niet kwijt raken. ‘Ook al begrijp ik niets van u God, ik blijf in u geloven.’ ‘Ook al ga ik dood, ik zal opstaan, ooit, een keer.’ ‘Ook al word ik oud en seniel, ik geloof dat ik eens zal wandelen in het licht en dan heus de weg kwijt zal raken.’ De verbinding niet kwijtraken. Dat is het misschien.

Dat is in elk geval waar het over gaat in het geloof. In beproefd geloof. Beproefd, maar juist daarom: geloof!

Amen