ds. Aart Mak (Kerk zonder Grenzen): Mattheus 17: 14-21

*  Alle-Dag-Kerk, 14 januari 2015  *

Toespraak (globaal) van Aart Mak

(Aart Mak is als predikant verbonden aan de stichting Kerk Zonder Grenzen in Bloemendaal)

Gelezen gedeelten uit de bijbel: Mattheus 17: 14-21 (over geloof dat bergen kan verzetten, n.a.v. het klaarblijkelijke onvermogen van de leerlingen van Jezus om een maanzieke jongen te genezen).

14. Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel
15. en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water.
16. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’
17. Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’
18. Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.
19. Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’
20. Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.

BERGEN VERZETTEN

Net als alle generaties voor ons, hopen wij op een geloof dat bergen kan verzetten. Maar geestelijke aardverschuivingen en maatschappelijke revoluties gaan niet in een handomdraai. De discipelen en met hen eigenlijk de hele mensheid kunnen geen bergen verzetten, al zouden ze het ook willen. Ze wilden genezen als bij toverslag maar konden het niet. Conclusie: hun geloof is te klein en alles blijft bij het oude.

Bij Jezus daarentegen bespeur je een uniek vermogen om wel die jongen met zijn gevaarlijke ziekte te genezen. Hij lijkt in zijn begaafdheid zijn leerlingen niet te begrijpen die dat vermogen niet hebben. Enige kribbigheid lijkt met zijn onbegrip gepaard te gaan. Maar wat hem blijkbaar wel is toevertrouwd, is voor zijn leerlingen spelen met vuur. Hun geloof zou te klein zijn, staat er. Ik zeg: gelukkig maar! Mensen zijn doorgaans tovenaarsleerlingen die zichzelf niet goed kennen en verkeerd hanteren wat hun is toevertrouwd.

Nogmaals: geloof is spelen met vuur. En ik beschouw het als een zegen dat mensen hierin hardleers, traag en ongelovig zijn. Alle sekteleiders zijn groot geworden door de illusie die zij bij hun volgelingen creëerden dat zij iets konden wat anderen niet konden. Maar het gewone geloof kan geen bergen verzetten. En het moet dat ook niet willen. De voor ons het meest met God verbonden eigenschap is geduld. Wij komen als individu en als mensheid alleen stap voor stap verder, met veel geduld en bereidheid om van onze fouten te leren.

Eén van de grote opgaven van degene die gelooft is om niet voor de verleiding van de haast te bezwijken en naar het vuur en het zwaard te grijpen. Dat is wat nu in de extreme variant van de Islam gebeurt. Ik zeg er onmiddellijk bij dat we het hier over een opvallend wrede en extreme variant van een wereldgodsdienst hebben en dat we niet moeten vergeten dat alle grote godsdiensten extreme, gewelddadige varianten hebben. De verleiding om te vuur en te zwaard je geloof waar te maken is ook het christendom niet vreemd geweest. Wij leren langzaam. Uit de vele godsdienstoorlogen op dit continent zijn pas laat conclusies getrokken.

Als er staat dat ons geloof te klein is, dan moeten we echt op onze hoede zijn. Van de weeromstuit zul je je altijd tekort vinden schieten, je schuldig voelen en geneigd zijn te zwichten voor mensen die je goddelijke gerechtigheid en goddelijke verlichting als haalbaar voorspiegelen.

Als je dan bergen wilt verzetten, moet je weten dat geloven spelen met vuur is. We kunnen elkaar veel verhalen vertellen over fanatici, slachtoffers, sekten, mensen die elkaar omwille van het geloof verketteren en de meestal ingenieuze manieren om anderen in naam van god of een gelovig ideaal te doden. Dat zijn dus níet de bergen die verzet kunnen worden door het geloof, al zouden de dwazen dat wel willen.

Laten we hopen dat de 21e eeuw die al bijna 15 jaar geplaagd wordt door religieus fanatisme, tot op de dag van vandaag, uiteindelijk een eeuw wordt waarin gelovigen van allerlei komaf gaan inzien dat zij geen bergen kunnen verzetten. En dat ze dat ook niet moeten willen. Geleidelijk, stap voor stap, lerend van onze fouten, zullen we pas zien wat ons tot vrede dient. Zie hoe wij hebben leren genezen, de medische wetenschap, niet in een handomdraai, maar geleidelijk aan, onderzoekend, uitproberend en telkens lerend, met vallen en opstaan.

Ik pleit tenslotte opnieuw voor het oudste beeld dat het christendom de mensheid te bieden heeft. Dat is het beeld van de man die niet doodde maar gedood werd, het tegenbeeld van een almachtige god in wiens naam gelovigen over anderen oordelen en zelfs anderen met geweld naar het leven staan. Van deze mens wordt verteld dat hij kon genezen en zag wat wij niet zagen. Maar ook wordt van hem getuigd dat hij nooit macht wilde uitoefenen over anderen. Geloven is daarom in mijn ogen: geen bergen verzetten, maar leren vertrouwen, stap voor stap, geleidelijk aan, om van deze wereld een betere en veiliger plaats om te wonen te maken.

Reactie(1)

  1. Antwoord
    Frans zegt

    Wat een troost gaat er vanuit deze woorden. Dat had ik net nodig. Dankjewel Aart.