ds. Annette Bosma (Sassenheim): “God heeft mensen nodig”, n.a.v. I Koningen 19: 4-18

* Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 3 juli 2019 *

ds. Annette Bosma (Sassenheim)

God heeft mensen nodig, n.a.v. I Koningen 19: 4-18

De profeet Elia heeft zich absoluut en totaal in dienst gesteld van God. Zijn boetepreken hebben het volk Israël als het ware gestriemd en niemand werd daarin ontzien. God had hem, Elia, nodig.

En het leven van Elia werd gedreven door het weten: God wil mij gebruiken. En Elia heeft zich laten gebruiken. Op de berg Karmel heeft hij alleen gestaan met zijn God tegenover een koning, priesters en een weifelend en verbitterd volk.
Toch, op een gegeven moment, zien we Elia als een geslagen mens. Want alles lijkt vergeefs gebleken. Elia is vogelvrij verklaard en hij is gevlucht. Niet omdat hij bang was voor de dood, want eigenlijk wilde hij dat wel graag.
Nee, Elia is gevlucht voor zijn taak, gevlucht uit zijn volk, hij schrijft dat volk af: ze zullen het nooit leren. En de profeet klaagt ‘het is genoeg, Heer, neem nu mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn vaderen. Zij hebben er niets van terecht gebracht. En ik heb het ook niet gekund’. Als Gods zaak van mensen afhangt, lijkt het dus hopeloos. Zelfs al is er een Elia mee gemoeid. Maar, als Elia vlucht, vlucht hij naar God en als hij twijfelt, legt hij die twijfel aan God voor.

Elia zegt ‘ik kan wel ophouden’, God antwoordt: ‘Je gaat door, het werk gaat door. Ik zal wel voor aflossing zorgen, als Ik het tijd vind. Bovendien, Elia, er zijn er nog zevenduizend in Israël die niet voor Baäl hebben gecapituleerd’.

Dat betekent niet: ach, het valt allemaal wel mee, zo beroerd is de situatie nou ook weer niet….het is een belofte: IK zal het doen. En zevenduizend, dat is niet 6999 plus 1. Zeven is het getal van de volheid. Er blijft volheid, een volk, een gemeente. God wil mensen nodig hebben.

Dat komt ook nu nog heel dichtbij. Want de gemeente staat soms op een manier in de wereld alsof het een zaak van mensen is en daarmee dan ook voluit een menselijke zaak. En wij zouden dan de zaak van God op aarde moeten vertegenwoordigen.
We kunnen ons best doen, we kunnen organiseren, we kunnen enthousiast proberen te blijven, maar wat heeft het te betekenen? Het is van een onhandigheid in een wereld waar alles ‘nee’ lijkt te zeggen.
We kunnen vluchten, in vormen, in druk georganiseer en weet ik wat niet al, als het hart en de vreugde er uit is. Wij willen zoveel en worden ook zo vaak teleurgesteld. En maar sjouwen, alsof wij het moeten redden.
Of we halen onze schouders op: wat haalt het allemaal uit? Vluchten is het enig mogelijke, wanneer we als gelovige niet leren leven en voortgaan uit de verbazing: God wil mensen nodig hebben. En mensen die veertig dagen door de woestijn hebben gesjouwd zijn veel waard. Er zullen er zevenduizend overblijven…..

Dat wil natuurlijk niet zeggen: de statistiek van de kerkelijkheid zal er weer gunstig voor komen te staan, het wil zeggen: God staat garant voor de voortgang van zijn Evangelie.

*