ds. Annette Driebergen: Effata! Ga open!, n.a.v. Marcus 7: 31-37

* Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 11 oktober 2017 *

Voorganger: ds. Annette Driebergen, Noordeloos

Effata! Ga open!’ n.a.v. Marcus 7: 31-37

Lieve mensen van God,

Er komt van alles over ‘horen’ ter sprake in de lezing uit het evangelie volgens Marcus. Aan het eind van het gedeelte merk je dat mensen niet goed naar Jezus luisteren: ze horen zijn opdracht niet of willen er in ieder geval niet aan voldoen. Hij verbiedt hun het verhaal van deze genezing door te vertellen, maar zij laten zich niet gezeggen. “Moet je horen”, bazuinen ze rond. “Wat hij kan …. onbegrijpelijk goed: doven laat hij horen, stommen laat hij spreken”. Wat Jezus doet, maakt de tongen los! Je kunt er niet over zwijgen. Dat is iets om over na te denken, al is het niet de kern van het verhaal. In hoeverre spreken wij over wat we aan geloof ontvangen, over wat we zien en meemaken van God? Hoe vaak zeggen wij tegen anderen: “Moet je horen … wat ik nù toch heb meegemaakt?”

In het Bijbelverhaal is er meer dat te maken heeft met horen. Er is een mens die niet horen kan. En wellicht door die beperking kan hij ook slechts gebrekkig spreken. Dat maakt communicatie moeilijk, moeizaam. Dat geeft misschien zelfs een vorm van isolement. Vraag het aan iedereen die bij het ouder worden last krijgt van gehoorproblemen …. Dat je niet meer kunt participeren … dat gesprekken langs je heen gaan … dat kan maken dat je je alleen voelt. Geïsoleerd. Aan deze mens gebeurt een wonder.
De man is en blijft lijdend voorwerp in het verhaal. Hij wordt bij Jezus gebracht en anderen vragen Jezus om hem de hand op te leggen. Dat is veelzeggend …. anderen spreken voor en over hem. Omdat hij het zelf niet goed kan? Of omdat mensen vinden dat het goed voor hem zou zijn als hij … Iedereen wil toch compleet zijn, een heel mens? Daar zit een spannende én gevaarlijke gedachte achter: dat een ander weet wat goed voor je is.

In de gemeente van de Ontmoetingskerk in Noordeloos – waar ik predikant ben – komen elke maand mensen met een gehoorbeperking, mensen die doof zijn, helemaal of gedeeltelijk. Met een doventolk beleven zij de diensten mee. In deze tijd van technisch vernuft komen er steeds meer mogelijkheden om medische problemen op te lossen. Het gesprek gaat daar wel eens over … als er middelen zouden zijn om deze handicap, deze beperking voor je op te lossen, wat dan? De één zou direct mee willen doen, maar een ander is daar stellig over: nee, dit ben ik … ten volle mens. Wat ik heb, hoeft niet gerepareerd te worden. Ik kan leven, ik kan gelukkig zijn, ik kan volwaardig participeren en mijn leven zinvol inrichten en betekenis geven zoals ik ben. Ik ben op mijn manier mens voor Gods aangezicht.

Het verhaal gaat dat een juf op school een doof kind vertelt over de wereld van God die komen gaat en zegt: “Als Gods wereld aanbreekt, zul jij kunnen horen!” Waarop het kind zegt: “Nee, in de wereld van God spreekt God gebarentaal.” Dat kleine moment maakt duidelijk: vanuit welk perspectief kijken we naar mensen …. Hoe gaan we om met mensen die in onze ogen of oren een beperking hebben? De mens die bij Jezus wordt gebracht, lijkt object te zijn van het handelen van anderen, gereduceerd tot iets om mee te nemen en aan een ander beschikbaar te stellen.

Is het daarom dat Jezus hem apart neemt? Uit die context waarin deze mens geen eigen plek kan innemen. Zodat Jezus hem zien kan .. echt zien ? Zodat hij hem zijn volle aandacht kan geven, zoals Jezus dat zo vaak doet? De mensen vragen Jezus om deze mens de hand op te leggen, maar Jezus doet veel meer. Heel lijfelijk en gedetailleerd schrijft Marcus erover. Dat is opvallend …. het gebeurt in hoofdstuk 8 nog een keer. Met een mens die blind is. Dan opnieuw dat hele gedetailleerde, lijfelijke schrijven over speeksel een aanraken. Dat je eigenlijk denkt: ‘ik hoef dit niet zo precies te weten …’

Jezus neemt deze mens met een beperking apart, raakt hem aan, is met al zijn aandacht bij deze mens. Hij verbindt zich met deze mens, slaat zijn blik naar de hemel, zucht diep alsof hij zoekt naar nieuwe levensadem en zegt: Effata, ga open. Ga open …. Ga open, oren? Of meer: ga open, mens! Ga open, mens … word bevrijd van wat je vasthoudt, van wat je benauwt …. Ga open, mens …. laat van je afglijden wat je kleineert en laat er ruimte komen … laat de adem van de Geest stromen, zodat je mens kunt zijn zoals je bent bedoeld. Dat is wat Jezus altijd weer doet …. Zo zet hij mensen op een nieuw spoor. Ga open.

Ga open, dat is een Paaswoord … een woord van bevrijding. Wie de Bijbel leest, komt het steeds weer tegen als menselijk gebrek: oren die verstopt zitten … oren die niet kunnen of willen luisteren naar de bevrijdende kracht van de woorden van God. Jezus brengt leven in een doods bestaan …. een bestaan dat was teruggebracht tot object-zijn … Ligt daar de boodschap uit dit verhaal voor ons verborgen? In twee opzichten …. Allereerst dit: waar Jezus spreekt – in gebed, in de bijbel, in een dienst, in het woord dat iemand tot je richt – mag je horen: Effata. Ga open! Adem nieuwe levenskracht, laat je bevrijden van wat je gevangen houdt …. Je zorg, je verdriet, je beperking, de last die op je schouders ligt. Kijk of je het aandurft om je te laten meenemen op de weg van bevrijding.

En dan: help elkaar om open te gaan. Sluit de ander niet op in het beeld dat je van hem of haar hebt. Reduceer de mens die naast je gaat …. de mens die op je pad komt, niet tot een object. Kijk door welke beperking dan ook heen en zoek de communicatie met deze mens. Geef je ogen en je oren goed de kost en kijk …. met de warme aandacht die je in Jezus hebt ontdekt. Met het bewogen hart dat je in Jezus zo heeft aangesproken. Er gebeurt een wonder …. ja, het is een wonder als oren opengaan en er een wereld wordt ontsloten. Maar meer nog: het is een wonder als een mens kan opengaan en er nieuwe levenskracht stroomt. Het kan niet anders, dat moet iedereen horen.

Amen