ds. Annette Driebergen (Noordeloos): ‘Ontmoeting bij de bron’ n.a.v. Johannes 4: 5 – 19

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 15 augustus 2018  *

Ds. Annette Driebergen (Noordeloos)

Ontmoeting bij de bron’ n.a.v. Johannes 4 : 5 – 19 (korte versie)

Jezus moest door Samaria reizen, en kwam bij de stad Sichar. Bij Sichar was de Jakobsput. Jezus ging bij die put zitten, want hij was moe van de reis. Het was ongeveer twaalf uur ’s middags. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw aan. Ze kwam water halen uit de put. Jezus zei tegen haar: ‘Geef me alsjeblieft iets te drinken.’ De leerlingen van Jezus waren op dat moment in Sichar om eten te kopen.
De vrouw zei tegen hem: ‘Dat kunt u mij toch niet vragen! Want u bent een Jood en ik ben een Samaritaanse vrouw.’ Joden mogen namelijk niet omgaan met Samaritanen.
Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb jou om water gevraagd. Maar jij weet niet wie ik ben. Je weet niet wat God aan de mensen wil geven. Want als je dat wel geweten had, dan had je mij om water gevraagd! En dan had ik je water gegeven dat eeuwig leven geeft.’
De vrouw zei: ‘Maar meneer, u hebt geen emmer, en de put is diep! Waar wilt u dat water vandaan halen? Kunt u soms meer dan onze voorvader Jakob? Jakob heeft ons deze put gegeven. Hij heeft er zelf water uit gedronken. En ook zijn zonen en zijn dieren hebben uit deze put gedronken.’
Jezus zei: ‘Iedereen die water uit deze put drinkt, zal weer dorst krijgen. Maar als je drinkt van het water dat ik geef, krijg je nooit meer dorst. Want het water dat ik geef, blijft altijd in je. Het geeft je het eeuwige leven.’ De vrouw zei: ‘Meneer, geef mij dat water! Dan zal ik nooit meer dorst krijgen. En dan hoef ik nooit meer naar de put om water te halen!’
Jezus zei tegen haar: ‘Ga eerst je man halen, en kom dan terug.’ De vrouw zei tegen Jezus: ‘Ik heb geen man.’ Jezus zei: ‘Precies. Je hebt vijf mannen gehad. En nu leef je samen met iemand die jouw man niet is. Dus wat je zegt, is waar.’ De vrouw zei: ‘Nu begrijp ik dat u een profeet bent!’

De vrouw liet haar waterkruik staan, en ging terug naar de stad. Daar zei ze tegen de mensen: ‘Kom mee! Er is iemand die alles van mij weet. Dat moet de Messias zijn!’ 

Meditatie

Lieve mensen van God,

Soms kan het je in vakantietijd zomaar overkomen: je raakt in gesprek met een onbekende. Wandelend, fietsend, uitrustend op een bankje … In de buurt van Noordeloos, waar ik woon, zijn er speciaal plekken voor ingericht. Uitzicht op de polder, die plekken roepen vanzelf op tot een gesprek. Meestal gaat dat over het weer, over de route en verdwijnt zo’n moment weer uit je gedachten. Soms is het net iets meer dan dat. Dan blijft een woord, een gebaar, een flard van zo’n gesprek nog even hangen in je hoofd. Dan neem je de persoon die je sprak in gedachten nog even mee. En soms is het veel meer. Dan blijkt een korte ontmoeting met een onbekende van blijvende waarde, zelfs als je je gesprekspartner daarna nooit meer ziet. Omdat je nieuw perspectief ziet. Omdat uit de mond van een vreemde net dat zetje komt waarop je wachtte. Omdat het gesprek een diepte krijgt die met een vreemdeling net anders voelt dan met een bekende. Een ontmoeting van hart tot hart. Een ontmoeting bij de bron.

In het Bijbelverhaal gebeurt dat met Jezus en een vrouw. Jezus is onderweg en ontmoet deze vrouw, plaatselijke bewoner, die op die plek komt om water te halen. Er ontstaat tussen die twee een gesprek, met flarden die alle kanten op gaan. Ze ontmoeten elkaar bij een letterlijke bron. In de Bijbel is dat vaak plek van ontmoeting: iedereen heeft water nodig en meestal zijn er wat bomen, waardoor er schaduw is. Deze bron heet Bron van Jacob. Daarmee bevinden de vrouw en Jezus zich op een plaats van gedeelde, gezamenlijke geschiedenis. Ze putten uit dezelfde bron, maar tegelijk vertegenwoordigen ze bevolkingsgroepen die gescheiden leven en zich niet met elkaar bemoeien.

Een waterbron was in Israël van levensbelang. Daardoor heeft de bron als beeld ook een diepere betekenis gekregen: naast de praktische … het putten van fris water … ook een symbolische: een bron levert kracht, een bron geeft levensmoed, een bron schenkt inspiratie …. Een bron van levend water – fris, helder water – is een bron van vreugde. In het gesprek dat Jezus en de vrouw voeren, tuimelen die twee betekenissen door elkaar. Het lijkt daarom een chaotisch gesprek … alsof de één niet begrijpt wat de ander zegt als het om bron en water gaat.

Het is bijzonder dat Jezus hier is. In Samaria. Want het was geen gebruikelijke route om op  reis van Judea naar Galilea door Samaria te gaan. Samaritanen en Joden leefden gescheiden en dat ging ver … erg ver. Ook het land van de Samaritanen werd omzeild. Maar Jezus doet dat anders. Hij moest zo gaan, zegt de Bijbeltekst. Dat is Jezus. Hij gaat buiten gebaande wegen. Het betekent niet dat het allemaal van te voren al vastlag, wat er gebeuren ging. Dat ‘hij moest’ zegt meer over de innerlijke drang om deze weg te gaan. Dat ervaren wij ook wel eens…. ik moest even naar je toe, zeg je dan …. of: ik moest je even bellen … en dan blijkt dat je geen beter tijdstip had kunnen uitkiezen. Dat nou juist op deze plek – als Jezus helemaal alleen zit uit te rusten – die vrouw komt …. Zo moet het blijkbaar zijn … het is toevallig, nou ja … het valt ze toe …. En dan kan Jezus doen wat hij altijd doet: met aandacht verbondenheid scheppen en helen wat gebroken is.

Wie is deze vrouw? Haar naam wordt niet genoemd …. haar situatie wordt meestal negatief geïnterpreteerd vanwege de onthulling die Jezus over haar leven doet. In de kerkgeschiedenis is ze geworden tot een straatvrouw … de vrouw die zoveel mannen heeft versleten. Maar …. dat staat er niet in de bijbel en – net zo belangrijk – daar gaat het ook niet om. Als het daarom zou gaan, is Jezus niet meer dan een vergevende helderziende. Vanaf het eerste moment van de ontmoeting wordt duidelijk: de vrouw is voor Jezus een volwaardige gesprekspartner. Ze gaat naar de put op een ongebruikelijk tijdstip …. midden op de dag, op het heetste moment. Je zou kunnen zeggen: ze ligt eruit …. ze is sociaal geïsoleerd … een opgelegde of zelfgekozen eenzaamheid straalt van haar af. Maar ze is niet bang….. ze gaat er niet vandoor …. ze speelt het spel mee en heel langzaam groeit in haar het inzicht dat deze mens een bijzondere mens is. Ze groeit steeds een stapje dichter naar herkenning: wie is deze man?

Eerst is er afstand. De vrouw zegt: U, als jood. Maar heel langzaam verdwijnt dat en spreekt ze Jezus aan als meneer, vervolgens als profeet om tenslotte te zeggen: Dit moet de Messias zijn. Van afstand naar inzicht. In een wonderlijk gesprek; de praktische en de symbolische laag van bron en water lopen in dit gesprek door elkaar. De laag van de zichtbare dingen, over dorst en water, over een kruik en een diepe put. Daar houdt de vrouw aan vast. Misschien wel als een stukje zelfbescherming. Met die laag kun je op afstand blijven. Want wat gebeurt er als je ingaat op taal die het hart raakt? Dan word je kwetsbaar … en dat vraagt heel wat.

Waar Jezus vertelt weet te hebben van haar levensgeschiedenis en er geen oordeel over uitspreekt, durft de vrouw kwetsbaar te worden. Blijkbaar is dat nodig om dat te kunnen: dat er naar je geluisterd wordt, zonder oordeel. Zodat je je verstaan voelt. Gezien tot in de diepte van je hart. Haar verwachting wordt gezien en haar eigenwaarde bevestigd. Dat maakt dat bij haar een bron begint te stromen. Jezus wordt voor haar bron van levend water. De kruik heeft ze niet meer nodig, ze laat hem achter bij de put. Een vrouw met een verleden heeft een toekomst gekregen.

We staan stil bij een verhaal van lang geleden. Een ontmoeting tussen een man en een vrouw. Een verhaal waarnaar je kunt kijken alsof het jezelf niet aangaat….. Maar zo’n verhaal wordt tot een ontmoeting, als we durven vragen: waar is dit verhaal verbonden met mijn leven. Een enkeling kan zich misschien identificeren met de Samaritaanse vrouw … in haar afweer …. haar bestaan buiten de gemeenschap van het dorp …. haar ‘outcast’-zijn. Maar wat een ieder van ons zou kunnen raken is de vraag: wat zou zo’n ontmoeting met Jezus mij doen? Zou ik me laten kennen …. zou ik me in alle kwetsbaarheid laten zien? Zou ik zijn taal van het hart verstaan? En …. wat is mijn dorst …. en uit welke bron put ik? Wat is mijn bron van inspiratie?

Zo’n moment hier mag ontmoeting bij de bron zijn. Een ontmoeting met God, als bron van alle leven, een ontmoeting in alle kwetsbaarheid …. met alles wat uit het leven aan ons kleeft …. In dit huis leggen we dat open voor God. En dit mag de plek zijn om te drinken uit de levensbron …. waar onze dorst wordt gelest …. waar we toekomst ontvangen … waar we gevoed worden om zelf tot een bron van levend water te zijn. Als vanzelf …. zoals de vrouw …. heel natuurlijk …. niet opgelegd …. maar fris en verkwikkend. Dat wij zo mogen zijn … voor elkaar …. voor de wereld.

Amen