ds. Annette Driebergen (Noordeloos): “Open armen”, n.a.v. Lucas 15: 11 – 32

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 27 maart 2019  *

ds. Annette Driebergen (Noordeloos)

Open armen“, n.a.v. Lucas 15: 11 – 32 (Gelijkenis van de ‘verloren zoon’)

Over open armen, een vader met twee zonen

Lezing: Lucas 15: 11-32

Jezus​ vertelde dit verhaal: ‘Een man had twee zonen. De jongste zoon zei tegen zijn vader: ‘Vader, ik wil mijn deel van de ​erfenis​ nu hebben.’ De vader gaf hem wat hij vroeg. Een paar dagen later pakte de zoon al zijn spullen bij elkaar en ging weg. Hij ging naar een ver land. Daar gaf hij al zijn geld uit aan een leven vol plezier.
Toen alles op was, kwam er een grote hongersnood in dat verre land. De zoon had niets meer te eten. Daarom ging hij werken bij één van de mensen in dat land. Die stuurde hem naar het veld om op de varkens te passen. De zoon had zo’n honger dat hij zelfs het varkensvoer op wilde eten. Maar niemand gaf hem iets. Toen dacht hij: Thuis hebben zelfs de armste knechten altijd genoeg te eten. En ik ga hier dood van de honger! Ik zal naar mijn vader teruggaan en tegen hem zeggen: ‘Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover God en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn. Behandel mij voortaan net zoals uw armste knechten.’ Toen ging de zoon terug naar zijn vader.
De vader zag zijn zoon al vanuit de verte aankomen. En meteen kreeg hij medelijden. Hij rende naar zijn zoon toe, sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem. De zoon zei: ‘Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover God en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn.’
Maar de vader zei tegen zijn knechten: ‘Haal snel mijn mooiste jas voor mijn zoon en trek hem die aan. Doe een ​ring​ om zijn vinger en doe schoenen aan zijn voeten. Haal het vetste kalf en slacht het. We gaan eten en feestvieren! Want mijn zoon was dood, maar nu leeft hij weer. Ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer gevonden.’ Toen gingen ze feestvieren.
De oudste zoon was nog op het land. Toen hij thuiskwam, hoorde hij dat er muziek gemaakt werd, en dat er werd gedanst. Hij riep één van de knechten en vroeg waarom er feest was. De knecht zei: ‘Je broer leeft nog! Hij is terug, en je vader heeft het vetste kalf laten slachten.’
Toen werd de oudste zoon kwaad. Hij wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader kwam naar hem toe en zei: ‘Ga toch mee naar binnen.’ Maar de zoon antwoordde: ‘Ik werk nu al heel veel jaren voor u. En ik heb altijd gedaan wat u van mij vroeg. Toch hebt u voor mij nooit een dier laten slachten. Niet eens een geitje om feest te vieren met mijn vrienden. Maar nu komt die zoon van u thuis en voor hem slacht u het vetste kalf! Terwijl hij uw geld heeft uitgegeven aan de ​hoeren.’
Toen zei de vader: ‘Lieve jongen, jou heb ik altijd bij me. En alles wat van mij is, is van jou. We kunnen niet anders dan blij zijn en feestvieren. Want je broer was dood, maar hij leeft weer. We waren hem kwijt, maar nu hebben we hem weer gevonden.’’

Overdenking 
Gemeente van Jezus Christus, lieve mensen van God,
Iemand had twee zonen. Zo begint het. Met dat begin boort het verhaal direct een diepe laag aan uit de Bijbel. Twee zonen. Kain en Abel. Ismaël en Izaak. Jacob en Ezau. Telkens verhaalt de bijbel over zonen van dezelfde vader die een eigen weg kiezen. Twee zonen die symbool staan voor verschillende stijlen van leven. Niet alleen van zonen. Ook van dochters. Van mensen onderweg. Misschien wel mensen zoals u en ik. In wie herken je jezelf het meest?
De jongste zoekt ruimte. Ruimte om te gaan. Ruimte om een eigen route door het leven te vinden. Ruimte om af te wijken van de gebaande wegen. Zijn vraag om zijn deel van de erfenis en zijn vertrek betekenen een breuk tussen vader en zoon. Er gaat een streep door wat vertrouwd was. De vader geeft die ruimte. Er klinkt geen oordeel, geen verwijt, geen extra vraag. Wat nodig is, is blijkbaar nodig. Als de jongste terugkomt en ontdekt dat de vader op de uitkijk staat, voel je hoeveel impact het vertrek van zijn kind op hem heeft gehad. Maar dat geeft hij zijn zoon niet als belasting mee. Het is een genereuze vader. Zijn kind wil of kan niet voldoen aan de maatschappelijke en religieuze normen die ook in die tijd bestaan. Deze vader laat het toe. Hij proeft blijkbaar wat dit kind nodig heeft. Aan vrijheid. Bewegingsvrijheid. Daar moet wel liefde aan ten grondslag liggen. Liefde die ruimte geeft.

Waar raakt dit kind verloren? Op het moment van vertrek? Of komt dat pas later …. als zijn weg doodgelopen lijkt. Als hij terechtkomt tussen de varkens, beeld van schande … plek waar je niet wilt zijn. Daar voelt hij zich verloren. Daar lijkt er geen uitweg meer. Hij is zichzelf kwijtgeraakt, volkomen afgesneden van zijn wortels. Zo kan het gaan in het leven. Dat je door eigen schuld geen weg meer ziet. Vastgelopen bent. Maar misschien ben je wel het meest verloren als je daar blijft. Als je niet weet van omkeer, van teruggaan. Deze zoon neemt een besluit. Vast met lood in de schoenen. Blijkbaar kent hij het hart van zijn vader best goed, al durft hij daar niet te vast op te vertrouwen. Hij keert om. Hij bekeert zich. Een woord dat Jezus vaak gebruikt. Bekeer je. Keer je om. Ga met je gezicht, ga met je hart, met heel je wezen naar de juiste richting. Daar waar God is. Daar waar ontferming op je wacht.

Is er iets van deze jongste zoon in mij, in u? Iets van de drive om het zelf uit te zoeken … het eigen hart te volgen en een eigen plan te trekken. Om ruimte te krijgen. Om zelf betekenis te geven aan het leven …. Eigen keuzes te maken…. Gedachtegoed dat past bij mensen van 2019, die worden opgeroepen om zichzelf te verwerkelijken, eigen dromen na te jagen …. Eigen geluk te vinden. En dan schuift zomaar dat beeld van deze veertigdagentijd voor mijn ogen …. En zie ik Jezus, op weg naar Jeruzalem … een weg van overgave aan de vader, niet een zelfgekozen weg, maar een weg in gehoorzaamheid, een weg van beschikbaarheid, van dienstbaar zijn. Van zelfverloochening …

Iemand had twee zonen. De oudste vraagt geen ruimte. Het oudste kind is plichtsgetrouw. Gericht op wat zijn vader wil. Coöperatief. Hij doet wat hij hoort te doen, wat van hem wordt verwacht. Of het van harte gaat? Of het uit liefde is? Je kunt het je afvragen, als je zijn houding ziet bij de terugkeer van zijn broer. Nou ja, die zoon van u, zegt ie … het woord ‘broer’ is voor hem blijkbaar al te veel gevraagd. Wat een bitterheid komt er naar boven. Woede. Onbegrip. Minachting voor de houding van de vader. Waar raakt dit kind verloren? Als zijn woede stem krijgt nu zijn vader hem opzoekt? Of is hij al veel eerder verloren geraakt, verstikt in bitterheid omdat hij zich niet gezien en gewaardeerd voelt. Kun je …. mag je kritisch zijn op de vader, die nu de beweging naar deze zoon maakt, maar dat misschien wel te laat doet? Die zijn oudste te veel als vanzelfsprekendheid heeft genomen ….

In deze oudste zoon ontdek je hoe nodig het is dat mensen worden gezien. In een gezin. In de familiekring. Op het werk. In de gemeente van Christus. In de wereld. In deze oudste ontdek je hoe nodig het is dat er aandacht is voor ieder. Niet alleen voor degene die het meest aandacht vraagt, voor degene over wie je je het meest zorgen maakt, of over wie je je het meest opwindt. Dat er waardering is voor wat vanzelfsprekend lijkt. Dat die waardering zo nu en dan wordt uitgesproken. Is er iets van deze oudste zoon in mij, in u? In het binnen de paadjes van verwachting lopen, maar tegelijk onvrede voelen over waar je in gevangen bent. Bitterheid omdat je het gevoel hebt over het hoofd gezien te worden. Ontevredenheid om het buiten beeld zijn, maar niet weten hoe dat te keren. Totdat alle gram naar buitenkomt in een golf van verwijten. Een jongste en een oudste …. Hebben ze niet allebei iets in zich van verloren zonen? En dan schuift opnieuw dat beeld van de veertigdagentijd voor mijn ogen …. Jezus, op weg naar Jeruzalem. Overgave aan de vader, in gehoorzaamheid, beschikbaar, dienstbaar, wetend wat  zelfverloochening is

Iemand had twee zonen. Ze zijn voor onze ogen verschenen. Er blijft nog één hoofdpersoon in het verhaal over. De vader. We hebben al iets van hem gezien. Hij is geduldig. Warm. Ruimhartig. Vrij van oordeel. Vergevend. Neigend naar de ander. Je zou kunnen zeggen: Jezus vertelt het verhaal en laat daarmee zien wat zijn godsbeeld is. God is als de vader in het verhaal. Je herkent vanuit wat je uit de bijbel weet, Gods diepe verlangen om in ontferming op te nemen wie verloren is geraakt. Je voelt in deze vader wat genade is. Wat gevende liefde is. Dat herkennen we, zo heeft Jezus ook zelf geleefd. Als beeld van God.

Henri Nouwen, Nederlands priester in de vorige eeuw, opende mij de ogen voor nog een ander facet van het verhaal. In zijn boek ‘Eindelijk thuis’ schrijft hij over zijn ontmoeting met een schilderij van Rembrandt, dat heet: De terugkeer van de verloren zoon. Uit dat boek diepte ik nog één gedachte op om met u te delen. Nouwen schrijft: ik geloof dat wij als mensen ten diepste geroepen zijn om te worden als de vader. We kunnen zijn als zonen. Maar we zijn geroepen om te worden als de vader. Mens vol ontferming, vol geduld. Trouw, vrij van oordeel, warmhartig, bereid om te incasseren en te vergeven. Voor wie bij je hoort. Voor wie op je weg komt. In de kring van je gezin, je familie. In de kring van je werk. In de kring van je dorp of stad. In de kring van de wereld. Worden als de vader. Veertig dagen zijn we onderweg, stap voor stap gaan we mee met hem die het kon: Jezus, beeld van de vader. Jezus, die werd als de vader. Vol liefde, ontferming, genade. Overvloedig beschikbaar gesteld aan ons.

Amen.

 

Plaats een reactie