ds. Bas van der Graaf (Amsterdam): ‘De Emmaüsgangers’, n.a.v. Lucas 24: 13 -35

*  Alle-Dag-Kerk, Amsterdam, Middagpauzedienst 1 mei 2019  *

Voorganger: ds. Bas van der Graaf
Thema: De Emmaüsgangers, n.a.v. Lucas 24: 13 -35

Het is altijd een prachtig gedeelte het verhaal van die Emmaüsgangers, de twee mannen die in verdriet onderweg zijn en met elkaar in gesprek zijn en dan opeens voegt zich er een derde bij.
En ik moest denken aan een Emmaüswandeling die ik zelf een tijdje geleden heb gemaakt. Ik weet niet of u dat fenomeen kent, dat is iets wat vaak gebeurt tegenwoordig, vooral bij retraites en dat soort momenten. Dat mensen twee-aan-twee een uur lang gaan lopen en met elkaar in gesprek gaan over een thema of over hun leven. En al wandelend elkaar vragen stellen en goed naar elkaar luisteren. Er gebeuren dan vaak mooie dingen. Want tijdens het wandelen en voor je uit kijkend met elkaar pratend ontstaat er blijkbaar een soort ruimte dat zich er een derde bij kan voegen, dat God zelf zich erbij kan voegen.
Ik herinner me een prachtige wandeling die ik vorig jaar maakte, toen we met een groep, een bijbelklas, in het klooster van Egmond waren. Daar was ook iemand bij aanwezig, een vrouw met wie ik een Emmaüswandeling maakte in de duinen. Zij had mij daarom gevraagd, was eigenlijk niet gelovig, maar ze zat wel met allerlei vragen. De ene vraag volgde op de andere. En tijdens onze wandeling opende het gesprek zich, opende haar hart zich. En helemaal aan het eind zei ze: “Wat was dit bijzonder, het was net alsof er een derde bij kwam lopen, alsof God er bij was. Ik weet niet veel van God, maar ik heb echt ervaren dat Hij er bij was.”

En dat is eigenlijk het hele mooie geheim, het mysterie van dit bijzondere Bijbelgedeelte. Twee mannen op weg, denkend aan wat er allemaal gebeurd was, verdrietig over Jezus, die ze waren gaan volgen. En die er niet meer is. Van wie ze denken dat Hij dood is. En terwijl ze daarover praten en hun verdriet delen, is Jezus opeens daar. Hij voegt zich bij hen als de derde. En Jezus gaat zich in het gesprek mengen. Het is heel bijzonder om te zien hoe Jezus een paar dingen duidelijk maakt. Dat we, ook in ons leven, heel vaak denken de dingen te weten, maar dat we ze gewoon verkeerd zien, omdat onze ogen als het ware versluierd zijn. Omdat onze gedachten de werkelijkheid overschaduwen. En Jezus, de ‘verborgen’ Jezus, doet dat zo mooi dan: Hij stelt de ene vraag na de andere, hij verwijt ze ook wel dat ze dingen hadden kunnen weten als ze hun bijbel beter hadden gekend. Maar Jezus gaat in dat gesprek steeds een stapje verder om hen de ogen te openen voor het feit dat hij werkelijk is opgestaan uit de dood. En om hun harten te openen om dat geheim te kunnen ontvangen.

Ik vind het altijd een heel hoop- en moedgevend gedeelte. Wij zijn allemaal mensen die onderweg zijn. En hoe vaak hebben wij niet het gevoel dat ons leven zo’n wandeling is. En dan hopen we dat er mensen bij ons zijn met wie we de dingen waar we mee zitten, ons verdriet, onze pijn, ons verlangen, maar ook onze verwarring soms kunnen delen. Mensen ook die ons de goede vragen stellen. Die ons ook iets van de antwoorden kunnen aanwijzen.
Zo is ons leven vaak. En dit gedeelte geeft ons, denk ik, de belofte dat het niet bij die twee hoeft te blijven. Dat, als we open staan ook om elkaar zo te helpen in het gesprek, dat Hij er echt als de derde bij wil komen. Een heel mooie plek om dat te oefenen, waar we het dan het beste zien, is de maaltijd. Als ze dan uiteindelijk aan de maaltijd zitten, dan laat Jezus ook z’n wonden zien. En bij het breken van het brood (als ze ‘de maaltijd van de Heer vieren’). Als ze helemaal bij het hart zitten van waar het allemaal om gaat in het Christelijk geloof, dan gaan hun ogen ook echt open en zien ze: het is de Heer en Hij is werkelijk opgestaan. Dus die maaltijd of een samenkomst als deze zijn de oefenplekken, waarin we kunnen oefenen in die echte aanwezigheid van onze levende Heer, een godsdienstoefening. En dan mogen we onze weg weer vervolgen. Wij gaan allemaal zo meteen weer op weg. Wie weet brengt de Heer iemand op onze weg, met wie we een stukje mogen oplopen, deze dag nog of in de komende dagen.
En hou dan dat verhaal, dat we nu gelezen hebben in gedachte. Loop met die ander op, stel een paar goede vragen. Hoop en verwacht daarbij dat op enig moment voelbaar en merkbaar zal worden dat de opgestane Heer er als de derde bij wil komen om ogen en harten te openen voor een geheim dat ons verder brengt.
Amen.