ds. Bas van der Graaf (Amsterdam): “Het geheim van de opstanding der doden”, n.a.v. 1 Korinthe 15: 51-58

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 29 mei 2019  *

ds. Bas van der Graaf (Amsterdam)

Het geheim van de opstanding der doden“, n.a.v. 1 Korinthe 15: 51-58

Lieve mensen,

Wij hebben vergankelijke lichamen, zegt Paulus wel een paar keer in dit stukje. Vergánkelijke  lichamen. Hij gebruikt een woord dat ook wel bederfelijk  betekent, of zelfs tot ontbinding overgaand.  We denken daar natuurlijk liever niet over na en zolang we jong zijn, hebben we daar doorgaans ook niet veel reden toe. Een jong lichaam is vitaal en als je sportief bent kan het voelen of het nooit stuk kan. Maar als je ouder wordt ga je het voelen. Boven de 50 krijgen we allemaal last van phpd: pijntje hier, pijntje daar. En hoe ouder we worden, hoe meer we het gaan voelen: ons lichaam vervalt, vergaat, tot het er mee stopt. Sommigen van u, hier in de kerk of thuis, weten dat maar al te goed. Een vergankelijk lichaam. En je hoeft er niet oud voor te zijn om te ervaren hoe de vergankelijkheid toeslaat. Een slopende ziekte kan ook een jong lijf totaal ruïneren of uitschakelen. Ook daar weten we van, helaas.

Een vergankelijk lichaam. In onze cultuur hebben we het er het liefst zo weinig mogelijk over. Maar in de kerk doen we dat wel, omdat de bijbel er zo eerlijk over spreekt. En ik geloof dat dat heilzaam is: stilstaan bij je eigen vergankelijkheid, bij die van anderen. We zijn geen goden, maar vergankelijke mensen. Sterfelijke mensen.

Voor veel mensen is dat de laatste waarheid. We leven en op een dag gaan we dood. Dan zijn we er geweest. Einde verhaal.  Maar dat is niet wat Paulus gelooft. Hij zegt: ‘Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke.’ Hoe komt hij daarbij? Is dat een irreële droom van een man die zijn vergankelijkheid niet kan accepteren? Nee hoor, Paulus zegt dit, omdat hij weet heeft van een man die stierf maar na drie dagen weer opstond uit de dood. Die man was en is Jezus. En in heel dit lange hoofdstuk uit de brief aan de Korinthiërs getuigt hij ervan dat die over­winning op de vergankelijkheid en de sterfelijkheid ook voor ons mensen is weggelegd, wanneer we met deze Jezus verbonden zijn. Zoals hij opstond uit de dood, zo zullen ook allen die bij hem horen opstaan uit de dood. God wil ons, door Jezus, de overwinning geven op de dood.

Paulus zegt dus niet: ons lichaam mag dan vergankelijk zijn, maar onze ziel  gaat na de dood naar de hemel. Voor velen – inclusief André Hazes, in zijn lied De Vlieger – is dat waar ze zich aan vastgrijpen: ons lichaam vergaat, maar de ziel gaat naar de hemel.

Paulus zegt: het is echt nog veel mooier! We zullen, op Gods grote dag, opstaan met een onvergankelijk lichaam. Onze sterfelijke lichaam zal worden getransformeerd in een onver­gankelijk, een onsterfelijk lichaam. En met dat lichaam gaan we niet hemelen, maar leven op Gods nieuwe aarde, in Gods nieuwe wereld, waar geen verval meer zal zijn. God is een God die ons hele bestaan wil redden: onze ziel, onze geest én ons lichaam. We zullen herkenbaar zijn in ons lichaam, zoals ook Jezus voor zijn leerlingen herkenbaar was na de opstanding. Maar tegelijkertijd zal het anders zijn, totaal anders, want het zal een lichaam zijn dat niet meer vervalt, niet meer vergaat.

Dat is de christelijke hoop, lieve mensen. We mogen hoop hebben, ook voor ons lichaam. Een hoop die is gegrond in het opstandingslichaam van Jezus. Ik hoop dat u, als u de ver­gankelijkheid aan den lijve ervaart en u misschien wel moet voorbereiden op het einde, hier hoop, troost en bemoediging uit put. Ook uw vergankelijke lichaam moet worden be­kleed met een onvergankelijk lichaam. Ja, knijp er maar even in, het is geen droom, maar de belofte van Pasen.

Maar weet u wat nou zo mooi is van de christelijke hoop? Dat het niet alleen een hoop voor later  is, maar ook voor nu.  Want wat is de slotzin van dit prachtige stuk uit de brief van Paulus. Moet u horen: ‘Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en on­wankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit te vergeefs zijn.’  Weet u wat dat betekent? Dat we nu al uit die realiteit van onvergankelijkheid en onsterfelijkheid mogen leven. Als we gecon­fronteerd worden met onze vergankelijkheid, kan dat ons een gevoel van zinloosheid ge­ven. Waar doe ik het allemaal voor, ik ga toch dood. Zoiets. Maar Paulus zegt: nee, in Jezus de Heer heb je nu al deel aan dat onvergankelijke en onsterfelijke leven dat je eens zult ontvangen en daarom heeft alles wat je voor hem doet eeuwigheidswaarde!  De Britse theoloog Tom Wright zegt het zo: ‘Je gebeden, je kunst, je liefde, je schrijfsels, je politieke actie, je muziek, je eerlijkheid, je dagelijkse werk, je omzien naar anderen, je onderwijs, je hele zelf – ze maken deel uit van het glorieuze tapijt van Gods nieuwe schepping. Hoe hij dat precies inweeft, is Gods geheim, maar dát hij het inweeft, dat is de waarheid van de op­standing en de grootst denkbare troost.

Dus, geliefde broeders en zuster, laten we standvastig en onwankelbaar zijn en ons altijd volledig inzetten voor het werk van de Heer, in het besef dat door de opgestane Heer onze inspanningen nooit tevergeefs zijn.

Amen