ds. Carolien Cornelissen (Utrecht), ‘De toekomst is een ander land’, n.a.v. Jesaja 41: 17-20

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 22 augustus 2018  *

Voorganger: Ds. Carolien Cornelissen (Utrecht)

De toekomst is een ander land‘, n.a.v. Jesaja 41: 17-20

Zusters en broeders,

Het verleden is een ander land, daar doen ze de dingen anders.
Dit is de openingszin uit een van mijn favoriete boeken: The Go-Between.
Het verleden is een ander land… Zo ervaart de hoofdpersoon in dit boek de tijd, als hij terugkijkt op zijn jeugd.
Het heden is het land waarin je woont; het verleden is een ander land, waarin je ooit woonde. Gaandeweg is het verleden een vreemde wereld geworden, waarin mensen vreemde dingen doen. Dingen die je zelf nooit zo zou doen. Tenminste, nu niet meer. Vroeger wel…. Het verleden is een ander land geworden, een vreemd land.

Maar de tijden veranderen tegenwoordig zo snel, dat ik soms het gevoel heb dat het héden een vreemd land is, terwijl ik nog in het verleden leef. Het geeft een gevoel van vervreemding.

Veel mensen ervaren die vervreemding vandaag de dag. De wereld uit je jeugd is verdwenen en daarvoor in de plaats is een wereld gekomen die niet altijd vertrouwd meer aanvoelt. Maatschappij, bevolking, omgangsvormen, gewoonten en gebruiken, alles lijkt anders. Vooral de digitale revolutie heeft een enorme impact op onze manier van communiceren en omgaan met elkaar.

Niet iedereen lukt het om even gemakkelijk mee te veranderen. Ik ben toch niet heel dom, dacht ik, maar geregeld voel ik me behoorlijk digibeet. Te midden van digitaal-sprekende landgenoten, voel ik mij als een buitenlander die de taal niet spreekt.

Het is alsof de tijd waarin je leeft een vreemd land is geworden en jij een bewoner van het verleden, van een land dat voorbij is. Dat doet pijn.
Het heden is een ander land, daar doen ze de dingen anders.

Vervreemding is een existentiële ervaring. Het gevoel een vreemdeling te zijn in een vreemd land, verlangend naar het land van weleer, een wereld die vertrouwd was. In de Bijbel wordt dit gevoel verbeeld in het verhaal van de Babylonische ballingschap.

In de zesde eeuw voor Christus werd Juda veroverd door de Babyloniërs en een groot deel van de Judese bevolking gedeporteerd naar Babel.
Daar zaten ze dan, in ballingschap, ver van huis. Treurend om het verloren verleden.
Vragen kwamen op: Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wij waren toch het volk van God? Wat is er fout gegaan? Komt het nog goed, komen we ooit nog thuis, in Jeruzalem?
Er stonden profeten op, die Gods woord spraken, hoop en moed gaven, maar ook de vinger op de zere plek legden. Een van hen was Jesaja. Hij sprak:

‘Jullie voelen je alsof je in een woestenij leeft. Verstoken van het levend water uit Gods bron.
Ooit, toen jullie nog in Juda leefden, dachten jullie zonder Gods levend water te kunnen. Jullie gingen je eigen gang en traden de gerechtigheid met voeten. Zo kwamen jullie ten val.
Nu ben je hier, in ballingschap. Jullie missen thuis, het leven dat je had. En daardoor beseffen jullie dat je God mist.
Maar God mist jullie ook. Hij zal jullie niet verlaten. Hij kan het niet, want jullie zijn hoe dan ook zijn kinderen.
Daarom zal hij voor jullie een weg banen door de woestijn. Hij zal rivieren en bronnen van levend water laten ontspringen. De woestijn zal weer bloeien, net als jullie leven, als jullie van dat levende water van gerechtigheid drinken.
Ja, dan zullen jullie beseffen: de Enige is onze God.’

Jesaja spreekt woorden van hoop en troost. Maar hij spreekt niet alleen maar van ‘stil maar, wacht maar’. Het is niet: straks is alles weer bij het oude. Nee, straks is alles nieuw!
Daarvoor is verandering nodig. De mensen zullen veranderen tot nieuwe mensen die gerechtigheid weer serieus nemen.
Daarom duurt de ballingschap een symbolische zeventig jaar: die staan voor volledige verandering. Dan zullen ze leven als nieuwe mensen in een nieuwe wereld.

Hier zijn wij, eeuwen later. Al is ons leven totaal verschillend van dat van de ballingen in Babylonië, het gevoel van vervreemding kan ook ons overvallen, juist ook als christenen.
Er is veel veranderd in de afgelopen decennia. Vroeger leefden we in een wereld waar kerk vanzelfsprekend was. Mensen kenden de bijbelse verhalen, woorden en uitdrukkingen, ook mensen die zelf niet geloofden.
Die wereld is voorbij. Veel mensen hebben geen idee wie of wat Christus is. Er bestaan tal van vooroordelen over het christelijk geloof: ‘conservatief’, ‘irrelevant voor de moderne tijd’.
Soms lijkt het alsof kerken eilandjes van vroeger zijn in een zee van nieuwe tijd. Wij zijn vreemdelingen in een vreemd land geworden. Het beeld van de ballingschap dringt zich op.

Dat is de uitdaging waarvoor wij staan. Wij kunnen niet terug naar die ‘goede oude tijd’. Wij zullen als kerken en gelovigen moeten mee-veranderen in de tijd. De oude, kostbare boodschap van Christus vertalen in nieuwe taal en nieuwe vormen, om zo door te geven aan volgende generaties.

Dat is een opdracht aan ieder van ons persoonlijk:

Maak duidelijk wat jou bezielt en beweegt, wat jouw geloof is, in woord en in daad.
Laat je geloof zien in je manier van leven. In liefde, barmhartigheid, een helpende hand. Oprechtheid en vredelievendheid. Opkomen voor wie het minder heeft.
Spreek vanuit je bezieling over het gevoel dat er meer is tussen hemel en aarde. Over het wonder van het leven dat soms ook moeilijk is. Over hoe je kracht vindt bij God om het leven aan te kunnen. Over de vervreemding die je soms voelt, en hoe je daarmee omgaat.
Dan zullen mensen je begrijpen. Want dat zijn levensvragen waar ieder mens mee geconfronteerd wordt.

Zo kunnen wij duidelijk maken wat het betekent om de weg van Christus te gaan: een weg die leidt naar een ander land, een nieuwe wereld, een toekomst van vrede en gerechtigheid. Een wereld die wij ‘Gods Koninkrijk’ noemen.
Laten wij dan die weg gaan.
De toekomst is een ander land, daar doen ze de dingen anders.

Amen