ds. Dirk-Jan Thijs (Amsterdam): ‘Bidden op de middag’, n.a.v. Genesis 24: 62 – 67

*  Alle-Dag-Kerk 31 januari 2018 , Middagpauzedienst  *

Overdenking: ‘Bidden op de middag
n.a.v. Genesis 24: 62-67

Ds. D.J.(Dirk-Jan) Thijs Amsterdam -Watergraafsmeer

62 En Isaak kwam uit de richting van de put Lachai-Roï; hij woonde namelijk in het Zuiderland. 63 Isaak ging tegen het vallen van de avond uit om te peinzen in het veld. Hij sloeg zijn ogen op, en zag daar kamelen aankomen. 64 Toen Rebekka haar ogen opsloeg en Isaak zag, liet zij zich van de kameel glijden. 65 En zij zei tot de knecht: “Wie is die man daar, die ons tegemoet komt in het veld?” En de knecht zei: “Dat is mijn heer. Daarop nam zij de sluier en bedekte zich.” 66 En de knecht vertelde Isaak alles wat hij gedaan had. 67 Toen bracht Isaak haar in de tent van zijn moeder Sara, en hij nam Rebekka, en zij werd hem tot vrouw, en hij kreeg haar lief. Zo vond Isaak troost na de dood van zijn moeder.

Beste mensen in de Engelse kerk en luisteraars,

Vanmiddag begin ik maar met een heel directe vraag: Waarom bent u vanmiddag naar deze Middagpauzedienst gekomen of heeft u de radio aangezet? Misschien is het uw gewoonte (een goede gewoonte!) of bent u een toevallige voorbijganger of luisteraar. Misschien houdt u van het zingen in deze kerk en het mooie orgelspel. Misschien komt u ook wel voor een boodschap, een bemoedigend woord. Misschien is het voor u een moment van stilstaan, van overpeinzing, van meditatie, van gebed.

Ik kom op deze vraag, omdat we van Isaak lazen dat hij aan het eind van de middag, tegen het vallen van de avond, het veld in ging om te peinzen (zegt de vertaling van het NBG 1951). Zijn vader (Abraham) had zijn oudste knecht, (waarschijnlijk was dit Eliëzer, hoewel zijn naam hier niet genoemd wordt) erop uitgestuurd om een vrouw voor zijn zoon Isaak te vinden. Hij was daarvoor wel een poosje weg, want de vrouw zou gevonden moeten worden in Abrahams geboorteland en niet onder de vrouwen van Kanaän. Deze vorm van huwelijksbemiddeling was niet ongewoon in die tijd. Isaak blijft achter. Het lijkt me een wat ongemakkelijke, maar tegelijk ook spannende positie. Met wie zou Eliëzer aankomen?

Wachten, geduld hebben…. Aan het eind van een middag loopt hij het veld in. Dat zal hij wel vaker gedaan hebben. Is er al iets in het zicht? Maar het staat er zo: hij ging het veld in om te….. en dan staat er een woord dat maar één keer in de Hebreeuwse Bijbel voorkomt. En dan is het soms moeilijk te bepalen wat een woord precies betekent. Verschillende Bijbelvertalingen vertalen het woord dat hier gebruikt wordt dan ook steeds weer anders. De Statenvertaling heeft bidden: hij ging naar het veld om te bidden. De NBG vertaling heeft (zoals wij hoorden): peinzen. De NBV (de nieuwste vertaling): heeft treuren. Toch wel wat verschillend. Wat je dan nog kan doen is de Septuagint erop naslaan. Dat is een heel oude Griekse vertaling van het OT (al bekend in de tijd van Jezus). Daar wordt het vertaald met roddelen of kletsen (maar met wie dan?). En dan is er ook nog de Vulgaat, een Latijnse vertaling van de Bijbel uit het jaar 400. Volgens deze vertaling ging Isaak het veld in om te mediteren. En dan is er ook nog een befaamd Hebreeuws woordenboek dat zegt dat het woord dat gebruikt wordt ook geparafraseerd zouden kunnen worden als ‘een ommetje maken‘. Er zijn dus nogal wat verschillende opvattingen!

Hoe denken de Joodse uitleggers hierover? Nu moet je weten dat al in de tijd van Ezra (ongeveer 450 voor Christus) het Hebreeuws niet langer de voertaal was van het Joodse volk. Het werd verdrongen door het Aramees. Het lezen van de Tora (en de rest van het OT) in de oorspronkelijke taal (het Hebreeuws), werd voor velen daardoor steeds lastiger. Toen is men ertoe overgegaan een vertaling te maken van het OT in het Aramees. Deze vertaling heet de Targoem. Wat zegt de Targoem op dit punt? De Targoem vertaalt: Isaac ging het veld in om te bidden. Een keuze die dus later ook door de Statenvertaling is gemaakt.

In de Joodse traditie is deze opvatting heel belangrijk geworden. In de loop van de geschiedenis ontstond er namelijk een cyclus van dagelijkse gebeden, die ook nu nog van toepassing is: het morgengebed, het middaggebed en het avondgebed. Daarbij gaat het morgengebed naar Joodse opvatting terug op Abraham (‘Abraham begaf zich vroeg in de morgen naar de plaats waar hij voor de HEER gestaan had’ – Genesis 19: 27). Het middaggebed gaat terug op Isaak en men wijst daarvoor op de tekst die wij vandaag lezen. Het avondgebed wordt verbonden met de derde aartsvader: Jacob. Want hij ging slapen met zijn hoofd op een steen – krijgt die droom van de engelen met die ladder – en concludeert: op deze plaats is de HEER aanwezig.

Isaac ging aan het eind van de middag het veld in om te bidden. In de Joodse uitleg staat dit als een paal boven water. Als dit inderdaad de oorspronkelijke bedoeling van de schrijver goed weergeeft, vind ik het wel een heel mooie gedachte. Soms moet je dingen die je heel graag wil aan anderen overlaten. Misschien gaat dat wel net als bij Abraham om de partnerkeuze van je kind. Maar het kan om van alles gaan. Al die grote dingen in je leven en waarbij je jezelf zo vaak onmachtig voelt. Ga dan het veld in om te bidden. Net als Isaak. Bidden – daar gaat kracht vanuit. Niet je eigen kracht, maar Gods kracht wordt erbij gehaald. En blijf het maar herhalen: morgen – middag – avond. Daarom is de Middagpauzedienst zo mooi. ‘s Morgens of ‘s avonds bidden ligt meer voor de hand. Maar er is ook nog de middag – de brug tussen morgen en avond.

Isaak ging ervoor het veld in. En inderdaad de natuur kan je helpen bewust te worden van het wonderlijke van God. En misschien houd je je ogen daarom wel open en wordt je gebed een meditatie, een overpeinzing voor het aangezicht van God. Als Isaak opkijkt, ziet hij kamelen aankomen. En als Rebecca haar ogen opslaat, ziet ze Isaak en ze laat zich van haar kameel glijden. En hij kreeg haar lief….staat er dan…..

Wat een mooi en wonderlijk verhaal. Eliëzer lijkt de hoofdpersoon met Rebekka, maar op de achtergrond is er een bidder. Nee, niet op de manier van ‘je kunt natuurlijk altijd nog bidden‘. Nee, op de manier van iemand die er de tijd voor neemt om stil te zijn voor God in gebed en meditatie. Dan is het geen achterhoedegevecht. Allerminst. Want God verleent er kracht aan.

Amen