ds. Erick Versloot: ‘Het zijn maar vier letters’, n.a.v. Genesis 4: 10

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 12 juli 2017  *
Gebeden

In de stilte van dit Begijnhof,
in dit huis van God,
in de kamers van ons hart
komen wij op verhaal
bij U, o God.

Temidden van de drukte van de stad,
de bezigheden van alledag,
de druk van onze agenda.
Tussen stilte en strijd,
als twee broers
die om de voorrang vechten
in ons eigen hart,
zoeken wij U, o God.

Wat ons blokkeert,
onze vooroordelen en twijfels,
onze schuld en tekort –
neem het weg,
adem ons open,
spreek tot ons hart,
door Uw Woord,
door Uw Geest,
door de zoon van uw liefde – Jezus.
Amen


God,
dank U voor Uw oog,
dat opmerkt waar niemand naar omkijkt,
dank voor Uw aandacht voor die mens
waar iedereen aan voorbij gaat.
Dank voor uw hart voor mensen,
open onze ogen, ons hart, onze ziel
voor de mens
die ons aanziet
die naar ons uitkijkt
die op ons wacht.
Help ons hulp te geven maar ook om te ontvangen
in Jezus naam
Amen


Voorganger: ds. Erick Versloot, Mijdrecht

Het zijn maar vier letters,
n.a.v. Genesis 4: 10

Gemeente van Onze Heer Jezus Christus!

Het zijn maar vier letters. Vier letters, hangend aan een draad tussen de gevels van twee huizen in de Voetboogstraat, net even buiten het Begijnhof hier.
Een straat die loopt van (nota bene!) de Heiligeweg naar het Begijnhof, die oase van rust…
Maar ze hangen daar niet zomáár, die H, die E, die L en die P, nee, ze hangen er helaas vanwege een heel speciale reden….
Daar hangt het woord ‘HELP’! Precies boven de plek waar Joes Kloppenburg aangevallen werd… enkel en alleen omdat hij bij een ruzie tussenbeide wilde komen………Het enige wat hij zei: kappen nou!
Het kostte hem zijn leven… Joes werd dóódgetrapt toen hij iemand wilde hèlpen……
“Ben ik mijn broeders hoeder” ? vraagt Kain aan God…..
De ultieme vraag in de geschiedenis van Kain en Abel.

“Wie wàs die Abel nou helemaal!
Abel !: ‘t zijn maar 4 letters: in het Hebreeuws hèwèl, wat zoiets betekende als: zuchtje wind, ademtocht, Pfft . Nee, dàn hijzelf! : Kain! Maar ook dat zijn maar vier letters… Kain, schepsel, verworvene betekent zijn naam – een mens van vlees en bloed als wij. Hij was de eerstgeborene!
En nou was er ineens zo’n ‘pfft’ komen bovendrijven..
Kain is duidelijk de opvolger van zijn vader – ze oefenen het oudste beroep ter wereld uit. Voor de duidelijkheid: tuinman, landbouwer.

Abel wordt herder.
Die aloude tweestrijd tussen landbouwers en herders, tussen de gevestigde orde en nieuwkomers, tussen Saul en David en nog veel meer.
Je kunt het je voorstellen; heb jij je gevestigd, je wortels in het land – letterlijk of figuurlijk – komt er zo’n nomade, zo’n herder, met zijn kudde in je buurt.
Je zou ze….

Kain en Abel  –   Allebei offeren ze, het beste, het mooiste. Maar God keek alleen naar Abel en zijn offer….
Kain offerde toch niet voor niets? Pfft!

God heeft blijkbaar een zwak voor de zwakken. De eerste wordt de laatste, wie nakomt gaat voorop. Zo ging dat en gaat dat voortdurend in de Bijbel.
Niet het natuurlijke recht van de sterkste staat voorop, maar de laatste wordt de eerste – en zo gaat dat maar door in de Bijbel, voortdurend en bij herhaling, alsof we het telkens weer opnieuw moeten leren…

Kain liet zijn aangezicht vallen – zoals je bij kinderen soms letterlijk kunt zien als ze boos zijn….
Maar een ontmoeting kan alleen plaatsvinden van aangezicht tot aangezicht. Hete hoofden en koude harten staan elke toenadering in de weg.
Wanneer je je aangezicht laat vallen naar de aarde, verbreek je niet alleen het contact met je broeder, maar ook met God in de hemel…

Jaloezie maakt meer kapot dan je lief is. Verblind door jaloezie valt hij zijn broer Abel, zijn allernaaste, aan en… vermoordt hem.
Moord – met voorbedachten rade. De eerste uit een vrouw geboren mens is een moordenaar.
De eerste dode onder de mensen is een vermoorde, vermoord door zijn bloed-eigen broer!
>> En dan klinkt die vraag uit de hemel: “Kain, waar is Abel, je broer? <<

God heeft nu twee verloren zonen – één verloren aan de dood, de ander aan het leven
En we voelen aan – dit is bijbelse geschiedenis – in die zin dat zij steeds weer opnieuw geschiedt.
Kain en Abel – ze kijken ons steeds weer aan.
In de spiegel van ons bestaan, in kantlijnen van de krant, de koppen in het nieuws, de strijd tussen broedervolken in het Midden Oosten, ver weg en dichtbij.
Bijbelse geschiedenis die steeds opnieuw geschiedt…

Onderweg krijgt Jezus op een bepaald moment door een wetgeleerde de vraag voorgelegd wie nou eigenlijk de naaste is. Maar Jezus laat zich door deze strikvraag niet provoceren en Hij draait de situatie om door de man zelf het antwoord te laten geven….
“Nou Rabbi,” zegt de wetsgeleerde tegen Jezus: “dat weet ik wel: er staat geschreven dat wij de Here God moeten liefhebben met heel ons hart en met heel ons verstand en met alles wat in ons is, en dat wij onze naaste, onze medemens moeten liefhebben als onszelf.”

Maar Jezus wil helemaal geen theologische discussie! In plaats daarvan zoekt hij naar het hart van de man en daarom geeft Jezus hem dan ook een ander  antwoord door een gelijkenis te vertellen:
Over een man die, onderweg van Jeruzalem naar Jericho, door rovers overvallen wordt. Die de man mishandelen en hem daarna halfdood achterlaten.
‘de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan’.
Een verhaal dat wel wat lijkt op dat verhaal dat onlangs in de krant van ‘wakker Nederland’ stond:

Brigadier van politie Fred Heijne zag vanuit zijn Amsterdamse etage-woning hoe een vrouw van haar tas beroofd werd. Het was zijn vrije avond en hij droeg geen uniform. Op zijn kousen rende hij ‘s avonds om half elf de straat op en zag de twee overvallers wegfietsen.
Fred hield een brommer aan. “De jongen was doodsbang en smeekte mij meerdere malen af te stappen. Maar ik gelastte hem de achtervolging voort te zetten.”
Toen de achterste dief was ingehaald, vertelde Fred dat hij van de politie was en hield hem aan.
Maar toen kwam de andere overvaller terug en stak met een groot mes op de politieman in burger in.
Zes diepe messteken waren het gevolg.
Fred zette het nog op een lopen want hij kreeg de indruk dat hij dood moest. Hij rende voor zijn leven en probeerde een auto te doen stoppen maar die reed door. Daarna een taxi. Die stopte, zag het bloedbad en reed door…. Waarschijnlijk bezorgd om de bekleding van zijn auto. ‘Wie wil er bloed op de achterbank van de werkelijkheid,’ zong Frank Boeijen al jaren geleden.
Een voorbijganger belde de politie.
Fred Heijne was toen al heel wazig. Hij had een bloedspoor van 100 meter achtergelaten….

Misschien was daar, op die eenzame woestijnweg tussen Jeruzalem en Jericho, het slachtoffer van die roofoverval er òòk wel zo slecht aan toe. Had ook hij steeds weer geroepen: Help ! ‘t Zijn maar vier letters. Maar: kwàm er hulp… ?

Drie mensen passeren het slachtoffer, zo lezen we, waarbij over de reactie van de eerste twee – als in een cadans – gezegd wordt dat ze kwamen, ze zagen, ze staken over en liepen vervolgens dóór…..
Veni, vidi, foetsi….
Maar over die derde kunnen we iets anders lezen, iemand van wie wij het misschien op het eerste gezicht niet zouden verwachten. Hulp komt vaak uit onverwachte hoek… Juist deze mens blijkt zich over het slachtoffer heen te buigen, met ontferming bewogen te worden.
De uiteindelijke keuze is niet aan het verstand maar van het hart.
De innerlijke ontroering blijkt tot een volledige inzet voor je naaste te leiden.
Want niet alleen verzorgt de man het slachtoffer ter plekke, hij neemt tevens de volle verantwoordelijkheid voor diens totale herstel op zich en betaalt daarvoor maar liefst twee daglonen aan de herbergier.

Na dit verhaal stelt Jezus aan de wetgeleerde vervolgens nog een tegenvraag: Wie is nu de naaste van het slachtoffer? Met deze vraagt verandert Jezus dus de focus, omdat Jezus in feite vraagt wie de naaste gewórden is.
Jij bent de naaste, zegt Jezus.
Hou je nou niet bezig met grenzen en definities!
Naaste kun je enkel en alleen maar zijn
Twee vragen horen we vandaag klinken : Ben ik mijn broeders hoeder ? En: wie is mijn naaste ?

‘t Zijn maar vier letters: HELP, maar ook LIEF – lief hebben. Het vraagt van ons om de mens die op onze weg komt tot ons hart te laten spreken.
Het hart hebben, ‘lef’ hebben in het Hebreeuws.
Heb het lef, heb het hart, leef met hart en ziel.
Help – met Hart en Ziel – ‘t zijn maar vier letters –
A
m
e
n

Plaats een reactie