ds. Erick Versloot (Mijdrecht), ‘De rode draad’, n.a.v. Prediker 4: 9-12 en 12: 1-8

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 19 september 2018  *

Ds Erick Versloot (Mijdrecht)

De rode draad‘, n.a.v. Prediker 4: 9-12 en 12: 1-8

We leven in onze tijd in een world wide web. Een web – draadloze netwerken bepalen ons bestaan – tot en met de etherfrequentie van Radio Bloemendaal. In onze tijd is er een ongekende aantal mogelijkheden om de band met elkaar te onderhouden.

Vandaag zijn we hier ook gekomen vanwege verbondenheid. Within these walls let no one be a stranger, staat er vanouds boven de ingang van deze Engelse Kerk. Hier komen mensen in lief en leed, hier komen zij om aan de band met God en elkaar te werken.

Ooit was ik met een groepje catechisanten in een oude RK-kerk bij een priester die vol liefde vertelde over zijn mooie kerk en zijn duizenden parochianen. “En hoeveel zitten er nu op zondag in de kerk?!?!” klonk er opeens kritisch…
De priester hield zich even in, hernam zichzelf en sprak, indringend kijkend: “Vergeet nooit, tussen God en ieder mens loopt een lijntje. Bij sommigen is het stevig als een scheepskabel, bij anderen dun als vlas, maar wat zo mooi is: wij kunnen die lijntjes niet zien, alleen God.
Dat maakt hoe ik naar mensen wil kijken – ieder mens die ik ontmoet is een schepsel van God, die heeft een band met God, en dat maakt dat ik bij voorbaat met respect een ander benader. Vergeet het nooit.”
Ik probeer dat beeld nooit te vergeten…
Kostbaar beeld: het laat je anders kijken naar God, de ander en jezelf – bij voorbaat met respect. Je zou wensen dat alle machthebbers, zij ‘die de touwtjes in handen hebben’ ook zo kijken naar mensenlevens… Zelfs naar hen met wie je moeite hebt – aan wie in jouw ogen een steekje los is.. .dan raak je wel eens een gevoelige snaar.

Dat thema van dat 3-voudige snoer kregen veel bruidsparen mee – ‘Drievoudig snoer, waar denk je dan aan?’ vroeg ik ooit aan een bruidspaar – ‘wij en de dominee… ‘, zei de bruidegom. En ik las een mooie uitleg via het draadloze netwerk dat een drievoudig snoer veel sterker is dan een viervoudig snoer. Ik geloofde het meteen, toen ik de naam van de auteur las: Jaap Fijnvandraat!
Een drievoudig snoer. Vaak is het uitgelegd als een beeld voor geloof, hoop en liefde: die zijn innig verstrengeld: geloof zonder liefde verwordt tot fanatisme, hoop zonder geloof heeft geen grond.

Aan die uitspraak moet ik denken bij ons leven – beschreven in Prediker – Hij schrijft over ons leven dat hangt aan een zilveren koord…
Leven als een lijn, een rode draad… Eigenlijk begint dat al voor je geboorte – De navelstreng als verbinding met het leven – van levensbelang. En sterk symbolisch is het wanneer je als vader dat heilige moment ervaart dat je de streng mag doorknippen. Een moment dat je als vader én moeder weet – vanaf nu gaat het kind de draad oppakken van zijn, haar eigen leven.
Ook al is opvoeden de kunst om de balans teugels te laten vieren en soms aan banden te leggen – je wilt niet dat je kind uit de band springt – maar je beseft: het kind is niet meer onlosmakelijk met ons leven verbonden – Hoeveel lijnen en draden we ook met zijn of haar leven blijven verweven – het is zijn eigen levenslijn – voorgoed.
Zo heeft de Schepper ons al bij de geboorte geleerd. We zijn verbonden met elkaar, maar we moeten elkaar los laten, willen we ons in vrijheid en ruimte kunnen ontplooien. Wil je krampachtig de touwtjes in handen houden – je kunt er op afknappen. De lijn kan niet altijd gespannen staan…

Weer in het beeld van levensdraden – krijg je niet genoeg ruimte dan kom je vroeg of laat in de knoop met jezelf of elkaar – en als je niet oppast wordt dat een onontwarbare kluwen vol getouwtrek…

En aan de andere kant – juist op afstand voel je de band die er is tussen mensen. In het ziekenhuis hoor ik zo vaak mensen zeggen:  “Nu voel ik nog sterker hoeveel ik van mijn geliefden hou.” Soms hoor ik het zelfs zeggen door mensen die iemand verloren aan de dood of aan het leven: “Ik voel me nu nog sterker verbonden!”

Het draait allemaal om dat geheim dat Augustinus in de vierde eeuw verwoordde: Het is in het geven dat je ontvangt, in het liefhebben dat je bemind wordt, in het los laten dat je bindt.

En wat is dat loslaten moeilijk! Je moet het loslaten, roepen mensen soms. Maar dat kan toch niet? Er blijft toch altijd die band die trekt….
Daar kom je nooit los van – ook niet in het geloof… Tegenwoordig hoor je het hele jaar door vakantieverhalen van mensen. Ook van mensen die de kerk vaarwel hebben gezegd, maar op vakantie toch elke kerk inlopen -je komt er niet los van! Of: Hij trekt zich naar ons toe – Hij laat ons niet los!

In het geloof, de hoop en de liefde hebben we die lifeline ook nodig – dat is God. Hij verlangt ernaar om met een ieder van ons een band, een relatie te onderhouden.

Naast de bloedband die je altijd blijft voelen is er dus ook een geestelijke band. Die blijkt dus soms nog sterker. Verwantschap. En die blijft. Gedeeld blijft gedeeld. Geloof, hoop en liefde die onderhouden die band.

Daarom noemen we in sommige delen van de protestantse kerk elkaar ook broeder en zuster. Klinkt nu wat ouderwets en eigenlijk is dat jammer: het herinnert je aan de bloedband met elkaar en de Heer. En ook dat je het nog zo oneens met elkaar kunt zijn – je hoort bij elkaar en je houdt elkaar vast… We zijn kinderen van één Vader….
De band met God en mensen. Daar gaat het Jezus om: ieder die de wil van God doet, is mijn broeder, mijn zuster, mijn moeder. Dus: recht doen, vrede stichten, bruggen bouwen.
God is met ieder van ons onderweg – hij biedt ons zijn lifeline aan.
Die lifeline is verankerd in de hoop, verzekerd in de liefde, gefundeerd in het geloof.
Maar ons leven kan aan een zijden draad hangen – er komen momenten dat dat lijntje naar boven voor ons gevoel zwak is. Pijn en moeite kunnen komen vaak met de jaren.
Herkenbaar en ook zo beeldend beschreven.

Prediker zegt het zo:
Sterke mannen gaan gebogen – je benen begeven het.
De maalsters houden op met malen – je mond wordt tandenloos.
De vrouwen aan het venster kunnen nauwelijks zien – je ogen worden minder.
De dubbele deuren naar de straat vallen in het slot – je oren horen minder.
Het geluid van de molen vervaagt – je stem verzwakt.
De amandelboom staat in bloei – je haar wordt grijs.
De sprinkhaan sleept zich voort – moeizaam wordt de minne.
De kapperbes werkt niet meer – de lust wordt minder.

Ouderen zeggen het soms zo: ‘rustig aan, dan breekt het lijntje niet.
Maar op een dag wordt HET ZILVEREN KOORD weggenomen –
DE LEVENSLIJN houdt op. Dan gaat de mens naar zijn eeuwig huis en zijn lichaam keert terug naar de aarde. En aan het graf zien we de laatste touwen – touwen onder de kist door en soms geef je elkaar zo letterlijk en figuurlijk uit handen.

Zijn we gevangen in het web van de geschiedenis – is er dan geen ontkomen aan, worden we allemaal niet uiteindelijk ingekapseld in de strik van de tijd, als ons zilveren koord is gebroken?!

NEE, wanneer wij vallen van het slappe koord dat leven heet, als we 1, 10 of 100 zijn – dan is er voor allen die die lifeline hebben gezekerd, dat vangnet van God – want geen mens, valt, of hij valt in Uw handen o God…

En onderhoud die band je leven lang – werk eraan, aan die band – elke zondag, elke dag van je leven – ‘Daar gaat het ook om,’ zegt Prediker; ontzag voor God en leven naar zijn geboden – blijven werken aan een band met God en elkaar.

Zo is mijn leven een weven tussen God en mij
Hij ziet de bovenkant, ik slechts de onderzij
Soms zie ik geen verband maar weet in dat geval
Eens zal Hij mij het patroon laten zien als
ik boven komen zal

Weer ben ik terug bij die wijze priester; vergeet het nooit. Tussen elk mens loopt een lijntje naar God. Wij kunnen het niet zien, alleen God…
Dat is de rode draad van ons bestaan. Gods onvoorwaardelijke liefde als lifeline.
Dat geeft een band – en daar kunnen we telkens weer bij aanknopen.
Tussen elk mens en God loopt een lijntje.
Vergeet het nooit – dat wilde ik jullie, mijzelf op het hart binden!

Amen.