ds. Erick Versloot (Mijdrecht): ‘Strijdbaarheid’, n.a.v. Lucas 4: 1-13

* Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 23 januari 2019 *

ds. Erick Versloot (Mijdrecht)

Strijdbaarheid‘, n.a.v. Lucas 4: 1-13

Geloof jij in de duivel?
Soms krijg ik als predikant die vraag. Soms voelt dat als een testcase. Hoe ‘modern’ ben je of ben je juist ‘zuiver in de leer’?!
Tijd om kleur te bekennen. Waar sta jij voor?!
Mijn antwoord luidt dan: “Nee, ik geloof niet in duivel…. Want geloven is vertrouwen, en ik vertrouw ‘m voor geen cent. Maar ik houd er wel ernstig rekening mee dat -ie bestaat. Die duivel die telkens weer de kop opsteekt.”
Duivel, satan, demonen, wat kun je, wat moet je daarmee?
De Engelse schrijver C.S. Lewis zei het zo: “Als het over de duivel, als het over demonen gaat, dan zijn er twee tegenovergestelde dwalingen waartoe je kunt vervallen. De ene is dat je niet gelooft in hun bestaan, de andere is dat je er wel in gelooft, maar vervolgens een overmatige en ongezonde belangstelling voor hen gaat koesteren.”
Daar moeten we dus een balans in zoeken.
Geloven als een strijd tussen goed en kwaad. Tussen Jezus, God, het goede en andere krachten en machten die duister zijn, die je omlaag halen.
Onze voorouders waren daar zeer van doordrongen. Op oude gotische kerken tref je vaak aan de buitenkant van die draken op de daken. Ze kanaliseren de waterafvoer, maar symboliseren dat als je de kerk verlaat, de duivel altijd op de loer ligt. Onze voorouders legden soms rondom de kerk een rooster aan, zoals je af en toe nog bij kerken aantreft – ik zag het in Kockengen – dan kon de duivel op zijn bokkenpoten niet in de kerk komen. En in de muziek kom je ‘m zelfs tegen: de diabolus in musica – de overmatige kwart: C – Fis…

Daarbij: de duivel is volop actueel: collega Ton van der Hoeven promoveerde op Het imago van satan, de duivel. En hij analyseerde de teksten van top-40 liedjes: in 1 op de 3 wordt er verwezen naar de duivel, in computerspelletjes zelfs nog meer. En dat is niet iets van lang geleden. De duivel is alom tegenwoordig in de jeugdcultuur. Tal van games en films staan er bol en vol van.
En als je in de literatuur duikt, dan is het kwaad een gegeven. Maar pas wel op: bij schrijvers als Mulisch, Nooteboom is het kwaad een noodlot dat je overkomt, je kunt er niets tegen doen.
In de Bijbel leren we de duivel kennen als iemand die je uitdaagt strijdbaar te blijven; we spelen wel degelijk een rol ; wij staan zelf voor de keuze tussen goed en kwaad. Lewis had gelijk: laten we alsjeblieft niet denken dat de duivel een figuur is die niet meer bestaat. We weten toch allemaal dat die tweewigger ons beproeft en verleidt: door splitsing en tweedracht te zaaien in harten van mens, in de samenleving, tussen kerken, in families en gezinnen…

Dat zien we gebeuren bij Jezus…
Met de Doop in de rug, waarbij Jezus ene stem had gehoord: jij bent mijn bemind kind. Met de Geest als metgezel overkomen Hem beproevingen.
Pas als je gelooft, kun je beproefd worden. Waar je voor staat wordt, als je niet oppast, onderuit gehaald. Want de duivel komt op het moment dat Jezus kwetsbaar is: alleen, in de woestijn, met honger.
En hij beproeft Jezus met drie eerste levensbehoeften van de mens: voedsel, macht en veiligheid
Met die drie is, voor de duidelijkheid, niks mis: wij mensen hebben behoefte aan voedsel, veiligheid en geborgenheid en machtsverhoudingen zijn nu eenmaal een gegeven.
Maar Jezus weerstaat de verleidingen ervan: Hij kiest niet voor de gemakkelijkste weg.

Jezus realiseert zijn dromen niet zonder zelf iets te doen.
Jezus geeft zijn afhankelijkheid van God niet op voor de greep naar de macht.
Jezus blijft trouw, gehoorzaam aan Gods bedoelingen: kies niet alleen voor jezelf, maar ga je weg met God en de mens naast je: want daarin ligt het werkelijke geluk, ook voor jezelf!
Jezus put daarbij uit de Krachtbron van de Psalmen, de Thora, de eerste boeken van de Bijbel. De boeken uit de tijd dat het volk Israël zelf door de woestijn trok en voor de verleidingen van verkeerde keuzes stond.
Jezus grijpt terug op zijn oorsprong, hoe de mens door God bedoeld is en zo blijft Hij staande in de keuze tussen goed en kwaad…

We weten dat al in de eerste eeuwen dit bijbelgedeelte werd gelezen door de mensen die net tot geloof waren gekomen en zich voorbereidden op hun doop in de paasnacht. Hoe blijf je staande in je geloof?!
Juist deze verhalen maakten hen duidelijk dat juist als je gelooft, je beproevingen zult ondervinden. Want is beproeving niet ten diepste dit: dat wat je gelooft, tegen je wordt uitgespeeld? Als je dan gelooft dat God goed is, waarom, waarom, waarom? Dat kwade stemmetje in je hoofd en hart…
Hoe blijf je dan staande?!
De Nederlandse priester en hoogleraar psychologie aan de Amerikaanse Harvard University, Henri Nouwen, hield een wereldberoemd geworden toespraak in de Crystal Cathedral.
Hij trok een levenslijn van een mens – als je geluk hebt mag je er 80 jaar zijn.
Wat daarop belangrijk is voor veel mensen is de vraag:
..– wat heb ik, wat doe ik, wat vinden anderen van mij…
..– precies de verleidelijke vragen die de duivel ook stelt.
Maar:
..– Ik ben niet wat ik heb – dat kan altijd meer
..– Ik ben niet wat ik doe – dat kan altijd beter
..– Ik ben niet degene van wie de mensen zeggen dat ik ben – dat kan teleurstellen
Hier gaat het voor alles om:
..– Ik ben Gods bemind kind.
Dat telt, en dat is levenslang van belang. En zelfs langer. Dan blijf je staande! Ik ben Gods bemind kind!

Als je dat goede nieuws zegt in de spiegel, toelaat tot in je hart, zul je het goede willen en steeds meer het kwade laten…

Amen

Gebed van Dietrich Bonhoeffer

God, tot U roep ik, nu de dag begint,
Help mij bidden en mijn gedachten verzamelen;
ik kan het niet alleen

In mij is het duister, maar bij u is licht
ik ben eenzaam, maar u verlaat mij niet
ik ben bang, maar bij u vind ik hulp
ik ben onrustig, maar bij u vind ik vrede
in mij is bitterheid, maar bij u vind ik geduld
ik begrijp uw wegen niet, maar u weet de juiste voor mij.

Gebed, toegeschreven aan Franciscus van Assisi

Heer, maak mij tot instrument van uw vrede:
laat mij liefde brengen waar haat is,
eenheid waar mensen verdeeld zijn,
vergiffenis aan mensen die zwak zijn,
laat mij hoop geven aan wie niet meer hoopt,
geloof aan wie twijfelt;
laat mij licht brengen waar het duister is
en vreugde waar mensen bedroefd zijn.
Heer, help mij
niet zozeer om zelf gelukkig te zijn, als om anderen gelukkig te maken;
niet zozeer om zelf begrepen te worden, als om anderen te begrijpen;
niet zozeer om zelf getroost te worden, als om anderen te troosten;
niet zozeer om bemind te worden, als om te beminnen;
want als ik geef, zal mij gegeven worden, als ik vergeef, zal mij vergeven worden,
als ik mijzelf prijsgeef, zal ik voor eeuwig leven.