ds. Gert van de Meeberg (Nieuw-Vennep): ‘Maakt geld gelukkig?’ (n.a.v. Marcus 10: 17-27 (NBV)

* Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 7 november 2018 *

ds Gert van de Meeberg (Nieuw-Vennep):

Maakt geld gelukkig?‘ (n.a.v. Marcus 10: 17-27 (NBV)

 

Bijbellezing
17 Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 18 Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. 19 U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 20 Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ 21 Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’ 22 Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.
23 Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 24 De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: 25 het is gemakkelijker voor een ka­meel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 26 Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27 Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’

Uitleg en verkondiging

Geliefde aanwezigen, geliefde luisteraars thuis,
Kortgeleden las ik een leuk artikel: ‘Loterijwinnaars zijn wél gelukkiger’, staat er boven. Het gaat om deze vraag: maakt geld gelukkig? Een hoogleraar psycho­logie heeft daar onderzoek naar gedaan, met deze uitkomst: ja, toch wel.

Verrassend! Want we kennen toch de uitspraak ‘Geld maakt niet gelukkig’!? Kijk maar naar die rijke man uit het Bijbelverhaal van vanmiddag. Na het gesprek met Jezus gaat hij somber en terneergeslagen weg. Zijn geld, zijn vele bezittingen maken hem niet gelukkig.

Integendeel. Het zit hem in de weg, zijn rijkdom is een blokkade op de weg naar hemels geluk, het ko­ninkrijk van God. Dat hemelse geluk blijkt niet voor hem weggelegd. En dat terwijl hij zo zijn best doet, zich toch houdt aan de 10 geboden, de tien regels, die God gegeven heeft.

Voor we verder het verhaal induiken, wil ik eerst met jullie kijken naar die 10 geboden. Ik heb ze voor u op een rijtje gezet, en dan valt deze indeling op:

De eerste vier geboden laten ons de verticale lijn zien, ze vertellen over onze relatie met God, luister maar:

_1. Er is één God
_2. Vereer geen beelden of afgoden
_3. Gebruik de Naam van God met eerbied
_4. Neem één dag de tijd voor God en om uit te rus­ten van je werk.

De 6 geboden die daarna komen, laten ons de hori­zontale lijn zien, ze vertellen over onze relatie met elkaar, kijk maar:

_5. Toon eerbied voor je ouders
_6. Pleeg geen moord
_7. Blijf elkaar trouw
_8. Steel niet
_9. Spreek de waarheid
10. Wees niet hebzuchtig.

Nu gaan we terug naar het verhaal. Noemt Jezus alle 10 de geboden in zijn gesprek met de rijke man? Nee. Hij noemt alleen de horizontale geboden, dus de re­gels die gaan over onze omgang met elkaar.

Met uitzondering van het 10e gebod, ‘gij zult niet be­geren’, of in andere woorden: ‘wees niet hebzuchtig’. Dat laatste gebod noemt Jezus pas, als de man hem verzekert dat hij zich altijd aan die regels gehouden heeft.

Ja, hij gaat goed met zijn medemensen om. Maar toch niet helemaal: want het gebod ‘niet begeren’, ‘wees niet hebzuchtig’, dat is de rijke man blijkbaar vergeten. Want, als Jezus hem vraagt om zijn geld en goed aan de armen te geven, blijkt dát teveel gevraagd. Hij zit zo aan zijn bezit vast, dat hij moet toegeven dat niet te kunnen. Bedroefd vertrekt hij, ‘hij had namelijk veel bezittingen’ voegt Marcus er aan toe.

De rijke man gaat goed om met zijn medemensen, hij toont eerbied voor zijn ouders, hij heeft geen moord
gepleegd, hij is trouw, hij steelt niet en hij spreekt de waarheid. Maar zijn liefde voor de medemens is blijk­baar wel ondergeschikt aan zijn liefde voor zijn bezit.

Hoe is dat voor ons? Ben jij bereid om alles wat je hebt te delen met anderen? Gaat uw naastenliefde zo ver? Het wordt blijkbaar wel van ons gevraagd.
Jezus benadrukt hier dat we niet vast mogen zitten aan ons bezit. Dat we geld en mooie spullen niet be­langrijker mogen vinden dan de mensen om ons heen. Sterker nog: dat vastzitten aan die aardse goederen blokkeert de weg naar het eeuwige leven, naar hemels geluk.

En alsof dat nog niet confronterend genoeg is, zet Jezus het nóg scherper neer, met deze eigenaardige uitdrukking: ‘Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Waarom een kameel? Wat steekt hier achter? Er zijn twee manieren om het uit te leggen. We gaan eerst kijken naar de oorspronkelijke Griekse tekst.

Het Griekse woord voor kameel is ‘kamèlos’, maar het Griekse woord voor scheepstouw lijkt daar erg op en klinkt, als je het uitspreekt, haast hetzelfde, namelijk ‘kamilos’. Dat scheelt dus maar één letter.

U moet zich voorstellen dat in de tijd dat de boek­drukkunst nog niet uitgevonden was, op de volgende manier nieuwe Bijbels gemaakt werden. De voorlezer stond met het originele boek voor een groep schrijvers en las zorgvuldig de tekst voor die overgeschreven moest worden.

Zo kon het natuurlijk gebeuren dat er weleens een foutje gemaakt werd, ondanks hun nauwgezette werk. En omdat de woorden kamèlos en kamilos erg op elkaar lijken, kan zo deze merkwaardige uitdrukking in de Bijbel terechtgekomen zijn.

Maar, welk woord er ook oorspronkelijk hoort te staan, kameel of scheepstouw, u bent het met mij eens dat zowel een kameel als een stuk scheepstouw met geen mogelijkheid door het oog van een naald gaan.

Een andere uitleg is deze. In een van de stadspoorten van Jeruzalem, zat een deurtje, dat ‘het oog van een naald’ werd genoemd, om aan te geven dat het echt een klein deurtje was.

Een kameel, met alle bagage op zijn rug, kon daar op het eerste gezicht onmogelijk doorheen. Het was wel mogelijk dat hij er doorheen kon komen, maar alleen met veel moeite. De kameel moest eerst al zijn bagage afleggen en dan door zijn knieën om door het deurtje te kunnen gaan.

Ik vind dat een mooie uitleg. Want de rijke man moet immers, net als de kameel, ook eerst al zijn bagage – al zijn rijkdom – achterlaten en vervolgens door zijn knieën gaan om in het koninkrijk van God te komen.

Dat geldt ook voor ons. Ook wij moeten bereid zijn om ons geld en bezit los te laten. Want het belemmert je om op je knieën te gaan, het kan tussen jou en God in staan.

Bovendien beneemt hebzucht het zicht op wat wer­kelijk belangrijk is in het leven: oog hebben voor je medemensen, delen wat je hebt, elkaar liefhebben en God boven alles.

En toch, het blijft een vreemde en ook wat overdreven uitspraak die Jezus hier gebruikt. Toch was het voor de luisteraar toen niet zo vreemd. In die tijd was het vrij normaal om met een zogeheten oosterse hyper­bool, een overdrijving, de luisteraars wakker te schudden.

En dat gebeurde terdege, want zijn leerlingen zeggen geschrokken: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ Ook wij kunnen ons dat afvragen.

Gelukkig geeft Jezus zijn leerlingen en ook ons dit antwoord: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mo­gelijk bij God.’ Ik denk dat Hij alvast vooruitwijst naar zijn dood en opstanding.

Juist doordat Hij de liefde voor God en zijn medemens tot het uiterste heeft laten zien, heeft Hij de weg naar het eeuwige leven vrijgemaakt.

Want alles ondergeschikt maken aan de liefde voor God en onze medemens, dat kunnen wij lang niet altijd. Daarom heeft Jezus dat voor ons gedaan. Zo mogen wij erop vertrouwen dat er, door Hem, plaats is voor ons in het koninkrijk van God.

Maar vergeet niet om elke dag opnieuw, wél te pro­beren de 10 geboden na te leven. Want dan zal het hemelse geluk nu al een stukje dichterbij komen.

Tot slot nog even terug naar dat artikel uit de krant. Want hoe kan het dan dat onderzoek uitwijst dat geld toch gelukkig maakt?

Een belangrijke uitkomst is deze:
‘Geld maakt gelukkig, maar om dat geluk te berei­ken, mag je niet hebzuchtig of materialistisch zijn’.

Hé, wat mooi, dat Jezus dat eeuwen geleden al wist!
Amen.