ds. Gert van de Meeberg (Nieuw-Vennep): “Over een andere boeg” n.a.v. Johannes 21: 1-14

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 15 mei 2019  *

Voorganger: ds. Gert van de Meeberg (Nieuw-Vennep)

Thema: “Over een andere boeg” n.a.v. Johannes 21: 1-14 (Nieuwe Bijbelvertaling 2004)

Bijbellezing: Johannes 21: 1-14 (Nieuwe Bijbelvertaling 2004)
1 Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2 Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee ande­re leerlingen. 3 Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets.
4 Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet dat het Jezus was. 5 Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6 ‘Gooi het net aan stuur­boord uit,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wier­pen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.
7 De leerling van wie Jezus hield, zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op – meer had hij niet aan – en sprong in het water. 8 De andere leerlingen kwamen met de boot en sleep­ten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el.
9 Toen ze aan land kwamen, zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10 Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben.’ 11 Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet.
12 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde hem te vragen wie hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13 Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en hij gaf hun ook vis. 14 Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat hij uit de dood was opgestaan.

‘Over een andere boeg’ 

Geliefde aanwezigen en luisteraars thuis,
Wanneer was het ook alweer Pasen…? Ik hoor u denken.
Tja. Zo snel gaan we al weer over tot de orde van de dag. Voor je het weet ben je dat mooie Paasfeest alweer vergeten. Net als de discipelen. Die dachten ook niet meer aan de opstanding van Jezus.

‘Ik ga vissen!’ zegt Petrus niet lang na die mooie zondag, ‘Wij gaan met je mee’, zeggen zes anderen. ‘Wat moeten we anders?’, moet Petrus gedacht hebben. ‘De tijd dat we met Jezus optrokken ligt achter ons. Nu gaat het leven weer gewoon door.’

Maar gaat het leven wel gewóón door na een indrukwekkende of ingrijpende gebeurtenis? Zijn ze vergeten dat Jezus leeft?

Blijkbaar begrijpen ze niet, ondanks alles wat ze gehoord en gezien hebben, dat ze hun leven over een andere boeg moeten gooien. Dat zíj  nu aan de beurt zijn om de goede boodschap, dat God van mensen houdt, te gaan vertellen.
Nee. Ze gaan terug naar de plek waar ze destijds door Jezus van hun netten werden weggeroepen. Ze pakken hun oude beroep weer op.
Die nacht gaan ze het meer van Tiberias op. Een ervaren visser weet dat je dan het meeste vangt. Vissen zoeken ’s nachts het warmere water op, en komen daarom meer naar boven.
Het is dus een praktische reden dat zij ’s nachts gaan vissen. Maar er zit meer achter. Want Bijbels gezien verwijst de nacht naar donkere momenten en uitzichtloosheid in het leven. En water verwijst naar chaos, dreiging en dood.

Als je dit alles bij elkaar optelt, dan belooft dat niet veel goeds. De terugkeer naar het gewone leven leek het beste, maar de praktijk leert dat hun net leeg is. Was Jezus er maar bij. Dán zou het goed komen. Ik denk dat ze Hem vreselijk gemist hebben. Wat is er over van de Paasvreugde, het licht van de opstanding?

En als wij ons op donker water bevinden? Als je chaos ervaart en je net leeg is? Wat betekent Pasen dan voor jou? Ervaart u Gods liefde en nabijheid als je het even niet meer ziet zitten?

Voor je het weet, denk je niet meer aan Pasen en laten ook wij die mooie en hoopgevende geschiedenis van de opstanding van Jezus achter ons. Gaan ook wij verder met waar we gebleven waren. Wat moet je anders?

Maar wacht even. Het verhaal stopt hier niet. Want juist op het moment dat ze ontdekken dat hun net leeg is, als zij beseffen dat zij de hele nacht voor niets gezwoegd hebben, staat er in het ochtendlicht iemand aan de oever.
Door hun teleurstelling, door hun boosheid en hun tranen zien ze niet dat het Jezus is. Wanneer hebben we dat eerder gehoord? Ook Maria van Magdala herkende Jezus niet, net als de Emmaüsgangers, ook zij zagen door hun tranen niet dat Hij het was, die al die tijd met hen meegelopen was.

‘Hebben jullie soms iets te eten?’, roept Jezus hen toe. ‘Nee!’ ‘Gooi het net aan stuurboord uit, dan lukt het wel!’
Horen ze dat nu goed? Het is inmiddels al vroeg in de morgen, weinig kans om nu nog vis te vangen. Toch wagen ze het erop om hun net over de andere boeg te gooien. En dan gebeurt er iets wonderlijks: niet veel later zit het net zó vol met vis, dat ze het niet eens omhoog kunnen trekken. Het zijn welgeteld 153 grote vissen, zo lezen we.

Er is zoveel over dat getal 153 geschreven, dat ik er een hele preek over kan houden. Dat doe ik niet. Ik ben het vooral eens met de theologen die zeggen dat het getal op zichzelf niks betekent.
Het precieze aantal vissen wil vooral laten zien, dat deze verschijning van Jezus een betrouwbaar ooggetuigenverslag is. Zelfs zó betrouwbaar, dat nog precies te vertellen is, hoeveel vissen er gevangen waren.
Trouwens, er is wel getallensymboliek te vinden in het aantal leerlingen dat ging vissen. We tellen er zeven: vijf worden bij naam genoemd en twee niet. Dat doet me denken aan de vijf broden en de twee vissen, waarmee Jezus eerder zoveel mensen te eten had gegeven. Zo wordt dat verhaal van de wonderbare spijziging verbonden met dit verhaal van de wonderbare visvangst.

We gaan terug naar het verhaal. Johannes is de eerste die ziet dat het Jezus is die aan de oever staat. Ook Petrus herkent Hem en vol vertrouwen springt hij in het water om de laatste 100 meter naar Hem toe te zwemmen. Als hij het overvolle net aan land trekt, beseffen ze allemaal dat zij Hem en alles wat Hij hen geleerd had, vergeten waren. Hoe konden ze zonder Hem verder gaan?
Hun keuze om het leven met Jezus achter zich te laten, hun keuze om na Pasen hun oude leven weer op te pakken, is een verkeerde geweest. Dat beseffen ze nu maar al te goed. Zonder Jezus kunnen ze niets beginnen, zonder Hem kunnen ze het leven, met momenten van donkerheid en chaos, niet aan.

Zonder verbondenheid met hun Heer Jezus, kunnen zij het goede nieuws niet verkondigen. Zonder Hem kunnen ze geen vissers van mensen zijn.
Als ze aan land komen, zijn alle dingen gereed. Jezus heeft een vuurtje gemaakt en biedt hen brood en vis aan.
Hij nodigt hen aan de maaltijd, niet andersom. Door zelf de gastheer te zijn, laat Hij hen zien dat Zijn leerlingen nog steeds bij Hem horen, ondanks alles wat er gebeurd is.

In deze wonderlijke geschiedenis laat Jezus zijn leerlingen zien dat ze het er maar op moeten wagen om in Hem te geloven als de opgestane Heer. Om in Zijn voetspoor verder te gaan en aan iedereen te vertellen dat God van mensen houdt.
En gelukkig vertrouwden ze op Hem, de man op de oever, en kozen ze er uiteindelijk tóch voor om vissers van mensen te worden. En dat hebben ze zo goed gedaan, dat wij vandaag het evangelie, die goede boodschap, nog steeds horen.

Dan wij. Want dit verhaal uit de Bijbel is niet zomaar een verhaal, het gaat ook over ons. Als je op het donkere water bent, als je het even niet meer weet, als boosheid of verdriet je dwars zit, en je net blijft leeg, dan kan het ineens gebeuren dat Jezus je helpt om het over een andere boeg te gooien.
En ook aan ons geeft Hij brood en vis; of anders gezegd: Hij nodigt ook ons uit om bij Hem te horen en te geloven dat God ons liefheeft. Ja. Hij vraagt ook van ons om het erop te wagen achter Hem aan te gaan. Om te leven vanuit het geloof in Hem, de opgestane Heer. En om vanuit dat geloof je leven vorm te geven.

Wil jij, net als de leerlingen, Jezus, die man op de oever, vertrouwen? Durf jij er voor te kiezen om Hem te volgen? En vertrouw je zo op Zijn liefdevolle nabijheid, dat ook jij het over een andere boeg durft te gooien?

Amen.