ds. Joost Röselaers, Amsterdam: ‘Over lofzang en dankbaarheid,’ n.a.v. Psalm 104: 1-6 en 19-30

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 29 november 2017  *

Voorganger: Ds. Joost Röselaers, Amsterdam

Over lofzang en dankbaarheid, n.a.v. Psalm 104: 1-6 en 19-30

De afgelopen vier jaren was ik predikant in Londen.
Als ik in die jaren iets van Engelse kerken heb geleerd, dan is het wel het volgende:
–  de gemeente houdt de lofzang gaande tot God. Dat doet zij biddend, en vooral zingend (zoals wij dan vandaag doen, op Engelse melodieën).
Ik vermoed dat dat in Engeland uitbundiger gebeurt, dan wij in Nederlandse gemeenten gewend zijn, om te doen.

Er is (wat dat betreft) in onze Nederlandse traditie ook het nodige veranderd:
wij zijn de afgelopen decennia voorzichtiger geworden met het uitspreken van onze dankbaarheid aan God. Alsof de lofzang aan God vroeger gemakkelijker in mensen opkwam.
Bij de voorbereidingen op deze dienst kwam ik een boek op het spoor, dat precies hierover gaat. Het is van de filosoof Paul van Tongeren, en het heet: ‘Dankbaar: denken over danken na de dood van God’ .

De filosoof onderzoekt in dit boek, wat er de afgelopen tijd is gebeurd met het woord ‘dankbaarheid’. Dankbaarheid is iets ingewikkelds geworden en misschien is het zelfs aan het verdwijnen. Van Tongeren vertelt dit over een interview op televisie met een hoogleraar Klinische Neuropsychologie, waarin dit duidelijk te zien is geweest.

Aan hem werd gevraagd, waarom hij toch zo gefascineerd was door hersenen.En hij antwoordde: “allereerst, om te laten zien hoe schitterend het brein in elkaar zit, en dat wij er dankbaar voor mogen zijn, dat we……” Maar dan is er een hapering te horen in zijn vlotte verhaal. Hij herstelt zich snel, en vervolgt: “dankbaar is een raar woord. Wat ik bedoel te zeggen: ‘het is prachtig om te zien, hoe het brein werkt’.”

De afgelopen eeuw is het woord ‘dankbaarheid’ langzaam aan het verdwijnen.
Van Tongeren illustreert dit ook aan de hand van geboortekaarten in zijn familie.Op het kaartje dat zijn ouders lieten maken bij zijn geboorte stond geschreven: ‘met grote dankbaarheid ontvingen wij van God: een zoon’.
Toen hij zelf vader werd, schreven zijn vrouw en hij op de geboortekaart: ‘vol verwondering en blij melden wij de geboorte van onze dochter’.
Het eerste kind van de volgende generatie werd aangekondigd als volgt: ‘geboren!’, en vervolgens werden de naam, het precieze tijdstip van geboorte, het geboortegewicht, en de lengte van de baby genoemd.

Het woord dankbaarheid is minder vanzelfsprekend geworden, de afgelopen eeuw. Wij kunnen ons verlegen voelen, als het woord ter sprake komt. En met het verdwijnen van het woord ‘dankbaarheid’ dreigt ook de ervaring van dankbaarheid te verdwijnen.

Dat geldt overigens niet voor ‘gewone’ dankbaarheid: dankbaarheid in de dagelijkse gang van zaken. Als iemand jou te eten heeft gevraagd, dan neem je een bloemetje mee.

Maar dankbaarheid voor het schitterende brein van de mens, voor de talenten die je kreeg, voor het kind dat geboren is: dankbaarheid voor iets waarvan je niet kunt zeggen, waar het vandaan komt: dat is allemaal ingewikkeld geworden.

Veel mensen zijn het besef verloren: dat er meer is, dan onze ogen kunnen zien.
Maar ook bij mensen die wel leven vanuit een dergelijk besef, is er onzekerheid gekomen bij het gebruik van het woord ‘dankbaarheid’.

Wij zijn immers allemaal opgevoed met de ‘big bang’, en de theorie van Darwin. Wij leren elke dag meer: over het ontstaan en het functioneren van deze wereld. Wij kunnen daarom niet op een zelfde wijze geloven als onze voorouders.
Ons beeld van God is vager geworden en abstracter. En daarmee is het ook ingewikkelder geworden om God dankbaar te zijn. Wat kun je bedoelen, als je God dankt voor het leven en voor jouw talenten?

De Psalm die wij vandaag hebben gelezen kan daar een nieuwe kijk op geven. Waar kun je aan denken, als je God dankbaar bent?
Prijs de Heer, mijn ziel’, zegt de dichter van Psalm 104.
En dan neemt de dichter ons mee naar buiten.
Hij laat ons naar de hemel kijken, en hij laat ons de wind in onze haren voelen.
Hij laat vogels zien, die aan het nestelen zijn.
Hij laat ons de maan zien schijnen, en de zon zien opkomen.
Hij laat ons mensen zien zaaien en oogsten.

De dichter doet dat niet, om de schoonheid van dit alles te tonen. Maar hij doet het, om te laten zien, hoe alles met elkaar samenhangt.
Het water is er voor de dorstige dieren. De bergtoppen voor de steenbokken. De zee is er voor de vissen, en voor de schepen om op te varen. Alles is nuttig, en alles hangt met elkaar samen.

En dat is ook herkenbaar in onze tijd, waarin- door klimaatverandering- de samenhang op aarde op de proef wordt gesteld. Het ijs op de Noordpool is van invloed op het waterpeil bij ons. De oerwouden in Azië zorgen ervoor dat wij zuurstof hebben.

Alles hangt met elkaar samen, zo zegt de dichter. En de mens is in dat geheel slechts een hele kleine schakel. Hij komt amper voor in de Psalm. En dan (eigenlijk) alleen maar als ontvanger: degene die zijn handen moet open houden.

Als je de Psalm uit hebt gelezen, dan besef je: alles wat leeft, heeft elkaar nodig. En alles wat leeft, vormt samen één grote gemeenschap. En je voelt ook: het is spannend, of die eenheid wordt bewaard. Juist die onderlinge afhankelijkheid maakt alles zo kwetsbaar.

Maar de dichter van de Psalm heeft er vertrouwen in, dat het goed gaat komen. Want in zijn ogen is het God, die de boel bij elkaar houdt. God is het, die aan alles op aarde: een eigen plaats heeft gegeven. God spant de hemel als een tentdoek, waar wij onder kunnen wonen.
God wijst de zee zijn plaats, zodat er leven kan zijn op aarde. Het is God, die alles op elkaar aanwijst.

En daar past slechts dankbaarheid bij, vanuit de mens:
En zo geeft u de aarde een nieuw gelaat. Prijs de Heer, mijn ziel !
En deze dankbaarheid, die is anders dan de dankbaarheid tussen mensen. Je kunt namelijk niets terugdoen. Er is geen bloemetje, dat genoeg zou zijn.
Maar wat wel in jou kan opkomen, als je deze dankbaarheid ervaart,
is om over deze dankbaarheid te zingen: de lofzang voor God, die de bron is van al het leven.

Amen.