ds. Klaas de Vries (Amsterdam): “Wie is barmhartig?”, n.a.v. Lucas 10: 25-37

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 6 februari 2019  *

ds. Klaas de Vries (Amsterdam)

Afbeeldingsresultaat voor wapen van Amsterdam

Wie is barmhartig?” n.a.v. Lucas 10: 25-37

Heldhaftig, vastberaden, barmhartig:
die woorden staan in het wapen van de stad Amsterdam. Onder de drie Andreaskruisen.

Over barmhartigheid gaat ook het verhaal van Jezus, dat op drie staat in de toptien populaire Bijbelverhalen: de barmhartige Samaritaan. Een aansprekend verhaal. De boodschap helder:
Loop niet met een boogje heen om mensen die om hulp vragen. Kijk niet weg.

Zijn we barmhartig in Amsterdam?
Ik woon hier nu ruim twee jaar. Wat me opvalt en goed doet: er is best veel verdraagzaamheid tussen de vele bevolkingsgroepen die we rijk zijn.
We hebben hier 24-uurs opvang voor ongedocumenteerden: bed, bad en brood.
Nederland geeft uiteindelijk pardon aan het Armeense gezin Tamrazyan, na drie maanden kerkasiel. En aan ongeveer 700 gewortelde kinderen.
We doen het misschien best goed. Maar wie zijn die ‘we’?
Ben ik zelf wel zo barmhartig? Hoeveel mensen kom ik niet ‘toevallig’ tegen in een stad als Amsterdam? Straatkrantverkopers. Bedelaars. Dak- en thuislozen. Verwarde personen. Eenzamen.
Waar moet je beginnen?

Doet u dan voortaan net zo!, zegt Jezus. Klinkt eenvoudig.
Volg gewoon het goede voorbeeld van de barmhartige Samaritaan.
De overheid: … oké. Maar op persoonlijk niveau is dat best moeilijk.
Iets met ‘oeverloos’, ‘geen tijd’, ‘privacy’… Hoe kom ik zover?

Er bestaat een diepere uitleg die verder helpt. Waarom noemt Jezus die weldoener eigenlijk een Samaritaan? Waarom niet een gewone man of jood, Romein of heiden?
Nou, bij ‘Samaritaan’ is er een dubbele bodem. Samaritanen waren voor joden vijanden.
Het gaat dus om ‘de barmhartige Duitser’ in WOII, ‘de barmhartige Rus’ tijdens de koude oorlog, ‘de barmhartige IS-strijder’ vandaag. Een vijand dus.
En nou is het punt – dat was mij zelf ook lange tijd ontgaan – dat Jezus zelf door zijn tegenstanders regelmatig is uitgescholden voor ‘Samaritaan’.
Dat lees je in Johannes 8: 48.
Als Jezus vertelt wie Hij is, dat Hij van God komt, worden sommige mensen kwaad.
Zeggen wij soms ten onrechte dat u een Samaritaan bent, en dat u bezeten bent?
In rond Nederlands: ‘Zie je nou wel: je bent een gestoorde Samaritaan!’

Het is daarom aannemelijk dat Jezus met die barmhartige Samaritaan zinspeelt op Zichzelf.
Daarmee draait Jezus de hele kwestie om. De wetgeleerde had gevraagd: wie is mijn naaste? Jezus antwoordt met een tegenvraag: Wie is de naaste geworden?
Het antwoord is: een vijand, de Samaritaan, Jezus zelf.

Jezus is de barmhartige Samaritaan. Die verrassende uitleg heb ik niet bedacht.
Die kom je al tegen bij de kerkvaders. Zij leggen dit hele beeldverhaal van Jezus allegorisch, figuurlijk uit.
De gewonde man is Adam. Hij verlaat Jeruzalem, de stad van God, het paradijs.
En gaat naar Jericho, dat is de wereld. Die rovers, dat zijn duivels en demonen.
Zwaargewond en halfdood ligt Adam, de mens, langs de weg. Priester en Leviet zijn de wet en de profeten. Die kunnen de gevallen mens niet helpen.
Maar dan komt de Samaritaan, Christus: Hij is barmhartig voor slachtoffers. Het lastdier is zijn eigen lichaam. Hij zelf draagt de last van alle zonden en wonden.
Het logement waar hij ons heen brengt, is de kerk. Daar moet veiligheid zijn, en verzorging. Zelf moet Christus verder reizen, naar zijn Vader.
Maar de kerk krijgt als opdracht zijn werk voort te zetten: barmhartigheid bewijzen.
Alle kosten en moeite die de kerk zich daarvoor getroost, zal Christus bij zijn terugkomst ruimschoots vergoeden.

Zo uitgelegd blijkt dat dit meer is dan een simpel, moralistisch verhaal over ‘jij moet barmhartig zijn’.

Barmhartig is in de eerste plaats Jézus. Aan wie?
Aan ons, mensen die dringend hulp nodig hebben. Die halfdood langs de kant van de weg liggen. Omdat we God verlieten en in liefde tekort schieten.

Met wie identificeer jij je in dit verhaal?
Ik zelf in eerste instantie met de Priester en de Leviet. Ik vind mezelf natuurlijk niet hulpbehoevend. Maar wel loop ik vaak met een boogje om andermans moeilijkheden heen. M.a.w.: moreel zak ik lelijk door het ijs. Dat is pas erg.
Daardoor lig ik geestelijk halfdood langs de weg. Als slachtoffer van de duivel, van de wereld, en van mijn eigen onvermogen of zelfgerichtheid.

Lieve mensen, herken jezelf maar vooral in die hulpbehoevende man. Moreel ten dode opgeschreven. En zie dan hoe – tot je verrassing – Jezus naar je toe komt.
Hij verzorgt jouw wonden met olie en wijn. Hij tilt je op. Draagt je naar een veilige plek. En redt je van een wisse dood.

De boodschap van dit beeldverhaal is dus niet: ik moet barmhartigheid bewijzen.
Maar: leer eerst maar eens barmhartigheid ontvangen !
Alles begint met ontvangen. Alleen wie eerst heeft leren ontvangen, heeft later echt iets weg te geven. Anders wordt barmhartigheid gauw iets uit de hoogte. De sterke, de rijke buigt zich grootmoedig neer naar zieken en zwakken. Neerbuigend dus, vernederend.

Eerst ontvangen dus. Daarna komt Jezus’ afsluitende oproep in beeld:
Doet u dan voortaan net zo…
Waarom? Omdat Jezus jou eerst barmhartigheid bewees.

Maar voor wie moet ik dan barmhartig zijn? Hoeveel mensen wel niet?
Daarover gaat die andere gelijkenis van Jezus: Over de hongerigen, dorstigen, vreemdelingen, naakten, zieken, gevangenen. Daar zegt Jezus: ‘één van mijn minste broeders of zusters.’ Eén. Dus niet allemaal tegelijk. Begin maar bij één.
Maar eerst dit:
Jij kunt alleen op de goede manier barmhartig zijn, als je eerst jezelf hebt leren zien als machteloos, gewond mens. Jij lag voor dood langs de weg.
Tot je de armen van de barmhartige Samaritaan om je heen voelde.

Amen