ds. Martin van der Klis (Bunschoten-Spakenburg): “Als je de grip kwijtraakt …” n.a.v. Exodus 2: 1-4

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 12 september 2018  *

ds. Martin van der Klis (Bunschoten-Spakenburg)

Als je de grip kwijtraakt …” n.a.v. Exodus 2: 1-4

Beste mensen,
Soms kun je het gevoel hebben de grip te verliezen: grip op hoe je omgaat met alles wat er gebeurt in deze wereld… of grip op wat er in jouw persoonlijke leven gebeurt. Grip gaat over controle en vastigheid. Iemand vergeleek het met je autobanden die contact maken met het wegdek, en niet moeten wegglijden. Of denk aan een tennisracket in je hand… dat je stevig vasthebt. Zo wil je grip houden op het leven, op wat er gebeurt…

Maar als je dat kwijtraakt…? Als je bang wordt, in paniek raakt… Misschien denkt u aan het klimaat, of jij aan een ziekte die je hebt, of dat het echt niet lukt op school of op je werk. Wat dan? Met dat in het achterhoofd, kijken we naar een Israëlisch gezin: een man en een vrouw en hun pasgeboren kind. Ze leven in Egypte, in een moeilijke tijd. We lezen uit het Bijbelboek Exodus, hoofdstuk 2, de eerste 3 verzen.

1 Een man uit de stam Levi trouwde met een vrouw uit diezelfde stam. 2 Zij werd zwanger en bracht een zoon ter wereld. Het was een mooi kind en ze hield het verborgen, drie maanden lang. 3 Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl.

Het begìnt hier zo mooi…! Een man en een vrouw – Amram en Jochebed heten ze – krijgen een zoon: Mozes, Prachtig! Het was een mooi kind… horen we. Letterlijk staat er in het Hebreeuws, de oorspronkelijke taal dit bijbelboek: Zij (Jochebed) zag dat hij goed was. Dat is een echo van wat Gòd zegt na elke scheppingsdag! God zag dat het goed was… alles wat Hij maakte. En dit kind, dit kind is ook goed: een schepsel van God.
Het begint zo mooi… Maar gelijk daarna lezen we:  en ze hield het verbòrgen, drie maanden lang….! Het is om te voorkómen dat iemand hun kleine Mozes iets zou áándoen. De Egyptenaren mogen hem niet horen. Niet dat hij huilt, niet dat hij tevreden lacht… Want de farao, de koning van Egypte, heeft besloten dat alle Israëlische jongetjes gedood moesten worden.
Voel je hun radeloosheid, als ze na de bevalling zien dat het een jongetje is? En zie je moeder Jochebed proberen grip te houden op het leven? Ze verbergt Mozes…! Ze beschermt hem. En dat zo te begrijpen. Dat hoort een moeder te doen.
Maar Mozes groeit. Zijn longen worden sterker, en zijn huilen klinkt harder. Jochebed pakt Mozes op, probeert hem te troosten, geeft hem nog een keer de borst, maar het helpt niet. Amram en Jochebed raken de grip kwijt. Ze kijken ze elkaar aan: Wat moeten we…?
Ja, wat moet jij, wat moet u, als je de grip kwijtraakt? Als je bang wordt, in paniek raakt…?
Ja, als je zíek bent, kun je kuren, gezond eten. Als het niet goed gaat op school: beter je best doen! Als je de berichten over het klimaat leest: je afval scheiden en de fiets pakken… Maar als dat niet helpt?
Drie maanden lang probeerde ze het: Mozes verbergen, tot het niet meer ging. En dan moet ze loslaten… Maar hoe dan? Moeder Jochebed pakt een mand, en alle gaatjes van de mand maakt ze zorgvuldig dicht met teer en pek… helemaal waterdicht! En dan legt ze Mozes in het mandje. Nog een laatste kus. En dan legt ze het mandje met Mozes tussen het riet in de Nijl. Mozes in een biezen mandje…
Maar is het wel een mand? Het lijkt wel een klein bootje. En dat is het ook! In het Hebreeuws, de taal van het Oude Testament, staat het woordje “ark”! Het is hetzelfde woord als de ark van Noach, waar hij en zijn familie en al die dieren in waren.
‘Ik maak een ark,’ denkt Jochebed. Want àls ik m’n kindje dan los moet laten… dan wel in een ark! Zoals God Nóach beschermde… zo moet Gòd mijn kindje beschermen! Hij is immers mooi… nee, goed is hij. Goed! Een schepsel van die God!
Jochebed moet Mozes loslaten…. En hoe dus? Krijg je grip op het leven, door los te laten?  Krijg je grip… door je leven toe te vertrouwen aan God? Ik denk inderdaad, dat dit verhaal ons dit wil vertellen.
De ark redde Noach…
De ark redde Mozes…
En u, jij… denk maar bij die ark, en bij dat mandje aan… de Here Jezus. Hij is onze reddingsark. In Hem kun je grip en houvast vinden in het leven. Ja, let wel… het is grip, die van de àndere kant komt! Niet onze grip op het leven, maar Zíjn grip op òns leven!
En dat is iets waar christenen altijd kracht uit hebben geput. Misschien ken je van vroeger nog wel de catechismus. De twee jonge schrijvers van de catechismus – twintigers zijn het – vragen in hun boekje: Wat is je troost? … niet bedoeld als een zakdoekje tegen tranen…
Nee: wat is je troost, in de zin van: wat is je houvast, waar vind je dat in… je grip in het leven… èn in het sterven… En dan geven ze dit antwoord: Mijn troost, mijn houvast is….dat ik het eígendom ben van mijn Heiland Jezus Christus…Ik ben van Hem. En Hij houdt mij vast, in het leven, en ook in het sterven… ook dan houdt Hij mij vast.
Durf je het uit handen te geven, als je merkt dat je de grip verliest? Alles waar jij je zorgen over maakt… durf je het in dat mandje, in die ark te leggen:
– je gezondheid,
– je school,
– uw kinderen,
– desnoods… de hele wereld…!
Stap anders zelf maar in die ark…door het te zeggen: God, ik verlies de grip, maar ik hoor dat ik bij U veilig ben.
En misschien merk je dan wel, dat er een hand is, die je draagt, die je vasthoudt… altijd en overal.
Amen