ds. Piet van Veelen (Bennebroek): “God maakt geen onderscheid”, n.a.v. Johannes 4: 5-14

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 30 januari 2019  *

ds. Piet van Veelen (Bennebroek)

God maakt geen onderscheid“, n.a.v. Johannes 4: 5-14

Afgelopen zondag stond op het preekrooster van de Evangelische Broedergemeente een gedeelte uit Johannes 4. We lezen de verzen 5 t/m 14 uit de Nieuwe Bijbel Vertaling:

5 Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat ​Jakob​ aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. ​6 Jezus​ was vermoeid van de ​reis​ en ging bij de ​bron​ zitten; het was rond het middaguur. 7 Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water ​putten. ​Jezus​ zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ 8 Zijn ​leerlingen​ waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9 De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als ​Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ ​Joden​ gaan namelijk niet met Samaritanen om. 10 Jezus​ zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ 11 ‘Maar ​heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de ​put​ is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? 12 U kunt toch niet meer dan ​Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die ​put​ gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn ​vee.’ 13 ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei ​Jezus, 14 ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een ​bron​ worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

God maakt geen onderscheid” zet ik boven de meditatie. En het zou me niet verbazen als je dat een open deur vindt. Natuurlijk, dat weten we allemaal, dat God geen onderscheid maakt. Dit verhaal is er een duidelijk voorbeeld van. Wat is deze Samaritaanse vrouw verbaasd dat een Joodse man haar aanspreekt. Wat een onderscheid is er niet tussen Joden en Samaritanen! En wat een onderscheid is er niet tussen mannen en vrouwen in dit verhaal. Maar als we verder lezen, lijkt Jezus zich van geen enkel onderscheid bewust. Integendeel. Het lijkt wel alsof Hij alleen onderscheid kent in soorten water.
Wat weldadig is Jezus’ houding hier. Kennen wij die houding? Is het niet maken van onderscheid ons inderdaad eigen?
Ik moet dit wat nader uitleggen. Want het gaat hier om Gods en om Jezus’ houding naar mensen toe.

Vorige maand, een dag na het kerstfeest, sprak ik op een bijeenkomst bij de begrafenis van iemand, die mij gevraagd had te spreken over de tekst “Mijn genade is u genoeg”. Er waren meer dan 200 mensen bij dit afscheid aanwezig, mensen die ik niet kende en van wie ik niet wist waar ze vandaan kwamen. Bij al deze mensen riep ik het woord van de engelen in herinnering, dat God in de mens behagen heeft. “God heeft behagen in u allemaal”, zei ik. Hij gaf Zijn Zoon niet alleen voor Israël – nee, zei Jezus even later tegen deze Samaritaanse: “Het heil is uit de Joden” – maar bestemd voor alle mensen. Het aanbod van Gods liefde is voor iedereen, zonder onderscheid.

Kort na deze plechtigheid kreeg ik een mailtje van iemand die ook aanwezig was. Een mailtje met de uitleg dat er toch echt in de Bijbel staat dat het gaat ‘om de mensen des welbehagens’ en dat zijn niet alle mensen. Dat zou een geselecteerde groep betreffen.

God maakt geen onderscheid. Hij gaf Zijn Zoon voor iedereen. Onvoorwaardelijk. Wat is dat prachtig in deze Alle-Dag-Kerk: mensen overal vandaan, iedereen wordt welkom geheten en dat is nou net de kern van het Evangelie. Elke week weer mogen we Gods hart laten zien voor jou. En straks, voordat we naar de koffie of de thee gaan, straks mag ik mijn handen als beeld van Zijn handen zegenend boven jullie hoofden houden. We sturen dan niet bepaalde mensen eerst weg, want Gods liefde gaat naar jullie allemaal uit.

Kunnen wij zó naar mensen kijken zoals Jezus naar mensen keek? Laten we daar maar in oefenen. Straks als je de stad weer inloopt. Kijk dan eens naar al die mensen, hoe verschillend ze ook zijn. En zeg het, misschien eerst nog in jezelf, maar later misschien tegen iemand: God heeft jou zo lief, dat Hij Zijn Zoon voor je over had. Wie je ook bent: God heeft je lief.

Lijk op Jezus. Maak geen onderscheid.

Amen