ds. Ruben van Zwieten (Amsterdam): “De elite als hoeder van hun zwakke broeder”, n.a.v. Genesis 4: 1-16

*  Alle-Dag-Kerk, Amsterdam, Middagpauzedienst 13 februari 2019  *

ds. Ruben van Zwieten (Amsterdam)

De elite als hoeder van hun zwakke broeder“, n.a.v. Genesis 4: 1-16

Het waren drie idealen die de Franse Revolutie ons leerde. En met de rebellie van de gele hesjes lijkt die tijd weer helemaal terug. Het is een bekend refrein: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Over vrijheid en gelijkheid spraken we de laatste jaren met grote regelmaat. Over vrijheid om je eigen mening te mogen uiten, over de vrijheid om te gaan en staan waar je wilt, over de vrijheid om over je eigen lichaam en leven te beslissen. Ook het gelijkheidsideaal, zij het misschien in mindere mate, passeerde breedsprakig de revue. Gelijke rechten, gelijke kansen en gelijke behandeling. We horen nog een keer dat derde ideaal: de fraternité. Broederschap klinkt ons in de oren als een archaïsch begrip uit een stenen tijdperk. Krijgen we het überhaupt nog uitgesproken?
Broederschap, wat is dat eigenlijk? En is de term niet te masculien? Zusterschap doet ons denken aan een weeig geworden ziekenhuis. En transgenders dan?

De Bijbel heeft een verhaal over de verhouding sterke en zwakke broeders. Over de uitgekozenen met privileges, met talent, met voorrecht: elite. Deze staat tegenover de vaak hulpbehoevende onderkant.

Genesis 4: 1 – 16
1. De mens bekende Eva zijn vrouw. Zij werd zwanger en baarde Kaïn. Zij zei: Voortgebracht heb ik een man, met JHWH.
2. Zij ging voort met baren: zijn broeder Abel. Abel werd herder van kleinvee. Kaïn werd bewerker van de akker.
3. Na verloop van dagen gebeurde het dat Kaïn van de vrucht van de akker een gave bracht aan JHWH, een offer;
4. En Abel, ook hij bracht er een van de eerstelingen van zijn kleinvee, van hun vetdelen. JHWH keek naar Abel en zijn gave;
5. naar Kaïn en zijn gave keek Hij niet. Toen werd Kaïn zeer toornig en boog zijn aangezicht neer.
6. JHWH zei tot Kaïn: “Waarom ben je toornig? Waarom is je aangezicht neergebogen?
7. Is het niet zo: als je goed doet, hef het op; als je niet goed doet, lig je aan de deur van de zonde. Op jou is hij gericht, doch jij zult over hem heersen.”
8. En Kaïn sprak tot Abel, zijn broeder. Toen zij op het veld waren, gebeurde het: Kaïn stond op tegen Abel, zijn broeder, en doodde hem.
9. JHWH zei tot Kaïn: “Waar is Abel, je broeder?” Hij zei: “Weet ik niet. Ben ik mijn broeders hoeder?”
10. Hij zei: “Wat heb je gedaan! Hoor, het bloed van je broeder schreeuwt tot Mij vanuit de akker!
11. En nu, vervloekt ben jij vanuit de akker die zijn mond opensperde om het bloed van je broeder te ontvangen uit je hand.
12. Al bewerk je de akker, hij zal niet voortgaan aan jou zijn vermogen te geven. Zwalkend en zwervend zul je zijn op de aarde.”
13. Kaïn zei tot JHWH: “Te groot om te dragen is mijn schuld.
14. Zie, jij verdrijft mij vandaag van het aangezicht van de akker; voor jouw aangezicht moet ik mij verbergen. Ik zal zwalkend en zwervend zijn op de aarde. Het zal geschieden dat wie mij maar vindt, mij zal doden.”
15. JHWH zei tot hem: “Welnu, wie ook maar Kaïn doodt, hem zal het zevenvoudig worden gewroken. En JHWH stelde aan Kaïn een teken dat niet, wie hem maar vond, hem zou neerslaan.
16. En Kaïn trok weg van het aangezicht van JHWH.

Als we het over het vergeten ideaal van de broederschap hebben, moeten we misschien wel weer terug naar het bijbelse verhaal van Kaïn en Abel. Het verhaal staat in het vierde hoofdstuk van het eerste boek van de Bijbel: Genesis. Genesis gaat over de wording van de mens. Wording betekent genesis heel letterlijk. In de eerste hoofdstukken moet het gaan over wat de mens nu doet worden tot een mens. Wat maakt de mens nu eigenlijk tot mens? De mens heeft een broeder, wil de schrijver ons vertellen. Het gaat over Kaïn en zijn broeder Abel. Abel lijkt door schrijver geen zelfstandige rol te spelen. Hij wordt enkel aangeduid als: zijn broeder Abel. Als het over twee broers gaat, dan gaat het in algemene zin over de verhouding tussen twee mensen. Niet zelden is het zo, lijkt de schrijver ons te willen zeggen, dat in de verhouding tussen twee mensen de één de zwakke is en de ander de sterke broeder. Kaïn is in het verhaal de oudste en de sterke broeder. Hij die is voortgebracht  betekent zijn naam. Abel is de jongste en de zwakke broeder. Zijn naam betekent damp. Wat hoeft er maar te gebeuren of hij zal het in het leven niet redden? Het gaat in Abel misschien wel om alle mensen die het niet, nog niet of niet meer redden in het leven. We zijn het allemaal misschien wel beurtelings: de zwakke of de sterke broeder. Of in sommige facetten van het leven zijn we onmiskenbaar langdurig de sterke of juist de zwakke broeder.

Nu is de grote vraag die de schrijver ons van Genesis rechtstreeks stelt: “Ben jij de hoeder van je broeder??” Zien wij wel om naar onze zwakke broeders? We gaan er dan vanuit dat we dan zelf doorgaans tot de sterke broeders behoren. Hebben we het omzien naar onze zwakke broeders niet volledig ‘geoutsourced’ aan de overheid? Velen betalen toch immers 52% inkomstenbelasting? Vinden wij het noodzakelijk in de sterkte van ons bestaan hoeder te zijn van de zwakke broeder? Het bijbelse verhaal van Kaïn en Abel wil dat het de sterke broeder zelf niet goed gaat, als hij niet omziet naar zijn zwakke broeder Abel. Zwalkend en zwervend gaat de sterke broeder Kaïn zijn weg door het leven. De relatie tussen hem en zijn broeder is stukgelopen. De weg van de broederschap liep heel letterlijk dood.

“Ben ik de hoeder van mijn broeder?” Ja, toch liever wel, want de mens gaat uiteindelijk zonder dat hij omziet naar zijn zwakke broeder zwalkend en zwervend door het bestaan. Hij komt zelf niet tot zijn recht. Hoe vrij en gelijk ben je dan nu werkelijk? Sociale cohesie is dan allang een fata morgana gebleken.

Dus hoe ging dat refrein ook al weer: vrijheid, gelijkheid en wat?
De oproep is duidelijk:
– Mens, waar is je broeder?
– Weet ik niet. Ben ik mijn broeders hoeder?

Nee, wel, je bent wel, lieve sterke broeder, lieve elite, je broeders hoeder. Alleen zo gaan we samen naar het beloofde land! In vrijheid, gelijkheid en broederschap. Zwakke en sterke broeders tezamen!