ds. Ruurd van der Weg (Uithoorn): ‘Ze hebben geen wijn meer’ (n.a.v. Johannes 2: 3b, Bruiloft in Kana)

  *  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 16 januari 2019  *

Voorganger: ds. Ruurd van der Weg (Uithoorn)

ruurdvanderweg @ gmail.com

Thema: “Ze hebben geen wijn meer(n.a.v. Johannes 2: 3b, Bruiloft in Kana)

Een man van 50 wordt onwel achter het stuur van zijn auto en rijdt via een boom het talud af. Hij overlijdt ter plekke. Zijn vrouw en drie kinderen zijn ontroostbaar… Ze hebben geen wijn meer. Een jonge vrouw lijdt al drie jaar lang aan een ernstige vorm van kanker, ze heeft altijd pijn, soms op het ondraaglijke af. Er zijn momenten dat ze niet verder wil leven. Ze heeft geen wijn meer. Een man van 60 is aan het dementeren. ‘Jong dement’ noemen ze dat. Twee à drie dagen per week gaat hij naar de dagopvang, ook om zijn vrouw te ontlasten. Zij voelt zich schuldig dat ze hem zelf niet meer kan verzorgen, daar gaat ze onder gebukt. Ze hebben geen wijn meer…

Drie voorbeelden uit mijn eigen kring. U kunt ze moeiteloos aanvullen met verhalen uit úw omgeving. Actueel nieuws uit de krant van vanmorgen: in 73 landen worden christenen vervolgd om hun geloofsovertuiging; 4000 christenen zijn vorig jaar ver­moord, vooral in Nigeria. Zo stokt de bruiloft. Harde schokken. Schrik, angst, verdriet, rouw, de rauwheid van het leven. We hebben geen wijn meer. Zo gaat het nu altijd. Iets is nooit helemaal goed, er is altijd een domper. Er lopen scheuren door de schep­ping, breuklijnen, er vallen gaten in het bestaan. Het goede wordt altijd gevolgd door teleurstelling en wanhoop. We hebben geen wijn meer. Je voelt die schokken dagelijks mee. Het doodswater van de chaos sijpelt het bestaan binnen of overspoelt het soms als een tsunami. Het loopt niet meer, de wijn fonkelt niet meer, de bruiloft valt in het water. Het goede wordt overschaduwd door het kwade.

Ieder mens, gelovig of niet, zal deze ervaring herkennen. De wijn raakt op. “There is a man going round, taking lives,” zingt een spiritual. Jezus is er in ieder geval bij. Bij de vreugde vanwege het goede dat in de schepping zit (de bruiloft), maar ook bij de schok, de leegte, het lijden, de dood. Hij is erbij. Dat is een troost. Maar die troost kan soms ook te schraal zijn. Je zou méér willen. Daarom hoor ik in “Ze hebben geen wijn meer” ook een noodkreet, een schreeuw uit de diepte om hulp. God, doe iets! Grijp in, bewijs Uw macht, laat zien wat U in Uw mars hebt! Voorzie in ons gebrek, vul de leegte, zorg ervoor dat alles weer goed komt! Waar wacht U nog op? Zo roepen mensen God aan in hun nood. En dat is goed.

Er is dus een Adres, waar al onze noodkreten en uitroepen worden opgevangen. Maar… soms kunnen zulke gebeden ook iets dwingerigs krijgen, iets drammerigs, en zien mensen God als Degene die meteen klaar moet staan met een panklare oplossing. Het antwoord van Jezus laat zien, dat het zo niet werkt, maar dat wisten we eigenlijk ook wel. “Wat wilt u van me?” zegt Hij tegen Zijn moeder. Dat klinkt heel bruut, af­standelijk, afwijzend. Ik denk dat het zoiets betekent als: Ik laat me niet dwingen, je kunt Mij niet voor je karretje spannen, Ik ga Mijn verborgen gang. Daarom kun je Mij niet claimen als de redder in nood die op afroep beschikbaar is om jullie problemen op te lossen. Ik ben ánders-God.

Sommige mensen richten zich tot God alsof ze een Whatsappje sturen. Ze willen onmiddellijk antwoord, een instant-verlichting. Maar communicatie met het goddelijke verloopt altijd traag en onopvallend” (Karen Armstrong).
En dan komt er achter aan: “Mijn tijd (uur) is nog niet gekomen”. Johannes gebruikt deze uitdrukking zeven keer in zijn evangelie en het slaat steeds op het uur, op de tijd van Jezus’ vernedering aan het kruis, een vernedering die paradoxaal genoeg tegelijk Zijn verhoging is. Lijden en opstanding: dán is Zijn uur gekomen. Hij die deelt in ons lijden, staat op tot een nieuw leven in heerlijkheid, op de derde dag. De bood­schap van dit verhaal is, dat je ook al vóór dat uur tekenen van die heerlijkheid kunt zien. Water wordt wijn – ruim 600 liter. Teleurstelling verandert in hoop, verdriet ver­andert in vreugde, dood wordt leven. Vraag niet hoe en vraag niet hoe lang het duurt – het kan kort, maar ook heel lang duren – het gebeurt. Jezus is erbij, in het verdriet, in de pijn, maar ook in het goede, in de vreugde. Als liefde, als warmte, als wijn, de beste van het feest nog wel. Het stroomt en het bruist weer.

Kan dit teken, deze belofte van het goede dat overwint, ooit het lawaai van bommen en het hulpgeschreeuw van mensen in nood overstemmen? Nee, natuurlijk niet. En dat màg ook niet. We kunnen en mogen de schokken, de scheuren, de gebrokenheid van de schepping niet ontlopen, wegmoffelen of ontvluchten. Juist in de kerk moeten we ze het volle pond geven. Want we worden nog steeds, vaker dan ons lief is, ge­confronteerd met de ervaring dat we geen wijn meer hebben.

Tegelijk is dit verhaal een uitnodiging om ons niet door die telkens terugkerende schokken te laten verlammen of verblinden, maar om als verspieders van het beloofde land te blijven zoeken naar het goede, te blijven uitkijken naar druiventrossen (en dat hoeven heus geen reusachtige trossen te zijn…), naar tekenen van de wijn van het Koninkrijk Gods, naar goede en hoopvolle ervaringen en ontmoetingen. Leven in ver­wachting van de definitieve doorbraak van het Koninkrijk.

Ondertussen worden we geroepen, ingeschakeld om te handelen, om te gaan in de voetsporen van Jezus. “Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is,” zegt Zijn moeder tegen de bedienden. Het Griekse woord voor “bediende” is letterlijk: “diaken”. In een tijd waarin de wijn telkens weer opraakt, in het leven dat telkens stokt en schokt, wor­den wij geroepen om diaken voor elkaar te zijn, be-diende. Om elkaar te dienen en te behoeden in de leegte, om in tijden van verdriet om te zien naar elkaar, om ons in te zetten voor recht en vrede.

“Jezus toonde zo Zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem,” zo eindigt dit verhaal. Grootheid, heerlijkheid, letterlijk: “zwaarte”, “gewicht”. Wat legt meer gewicht in de schaal? De zwaartekracht van chaos en dood die ons naar beneden trekt of de zwaarte, de heerlijkheid, de draagkracht van Gods goedheid die ons optilt? Water wordt wijn. Voor de leerlingen was het voldoende om op te teren. Althans voorlopig, voor nu.

Het Koninkrijk van God is dan toch maar begonnen op een bruiloft, tegen verlamming, teleurstelling en wanhoop in. Wijn middenin de tranen, vreugde middenin verdriet. Kenmerkend voor al Jezus’ tekenen die nog zullen volgen. Wij mensen zijn en blijven, ondanks alles, bruiloftsgangers, bestemd voor de bruiloft van het Lam. Hij bewaart de beste wijn voor het laatst. Of om met Bono van U2 te spreken: “De zoetste melodie hebben we nog niet gehoord,” De wijn van het Koninkrijk is aan het rijpen, al eeuwen­lang. Wat zal dat een verrassende wijn worden…
Amen.