ds. Teus Prins (Aalsmeer): ‘Eenzaamheid, het laatste taboe?’, n.a.v. Jeremia 15: 15-20 (BGT)

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 8 mei 2019  *

ds. Teus Prins (Aalsmeer)

Eenzaamheid, het laatste taboe?‘, n.a.v. Jeremia 15: 15-20 (BGT)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus!

De Bijbel vertelt dat bijna overal waar Jezus kwam er leerlingen bij hem waren. Behalve dan op het laatste gedeelte van zijn leven, op zijn lijdensweg. Daar waren ze niet als zijn volgelingen maar veel meer als belangstellenden aanwezig.
Zij hadden Jezus namelijk in de steek gelaten. Wat moet Jezus zich hierdoor enorm eenzaam gevoeld hebben. Eenzaamheid is een belangrijk onderwerp vandaag de dag.
Hoewel volgens onderzoekers de mensen in onze tijd niet per sé eenzamer zijn dan vroeger, is er desondanks veel meer aandacht gekomen voor eenzaamheid. Dat komt doordat er veel meer bekend is geworden over de schadelijke gevòlgen van eenzaamheid. Met name eenzaamheid onder ouderen krijgt tegenwoordig veel aandacht. Wat ook logisch is, omdat mensen steeds ouder worden en er dus ook veel meer ouderen zijn bij wie er steeds meer mensen uit hun netwerk wègvallen. Wat echter opvalt is dat ook de middengeneratie stelt zich eenzaam te voelen: meer dan 50% van de mensen tussen de 50 en 75 jaar geeft dit aan.

Eenzaamheid is dus een complex gebeuren, vooral ook omdat het niet is wat het lijkt. Want niet alleen hoeven mensen die in hun uppie thuis op de bank een boek zitten te lezen niet per se eenzaam te zijn; het is juist vaak óók zo dat de mensen die zich in allerlei activiteiten storten, aangeven zich desondanks wel degelijk eenzaam te voelen. Eenzaamheid is daarom iets waar iederéén mee te maken heeft.
We kennen allemaal wel mensen in onze omgeving die niet echt contàcten hebben, of vríenden. Daarom zou je kunnen zeggen dat eenzaamheid bij het leven hoort, en niet altijd te voorkómen is. Wat is het dan vervelend te moeten merken dat er op eenzaamheid een taboe rust: praten over eenzaamheid betekent namelijk dat je met de billen bloot moet.

Wanneer je je eenzaam voelt, en er om je heen dan geen netwerk is waarin je vertrouwd en betrokken bent, kan het zijn dat je je jezelf dan gaat afvragen: ‘Ìs er soms iets met mij?’ Wat een vraag is, die aan je gevoel van eigenwaarde en je zelfrespect knaagt. Je duwt die vraag daarom weg, want alleen al de gedàchte eraan levert schaamte op. Vanwege dit alles is eenzaamheid, aldus premier Rutte in het programma Zomergasten ’het laatste taboe’.

Volgens deskundigen bestaan er drie soorten eenzaamheid. De emotionele eenzaamheid, de sociale eenzaamheid en de existentiële eenzaamheid. Ik licht ze even toe.

–   Bij sociale eenzaamheid  gaat het om het gemis aan een breed scala aan vrienden en kennissen, dan heb je gebrek aan de contacten die zorgen voor gezelligheid, en afleiding.
–   Bij emotionele eenzaamheid  gaat het om het ontbreken van mensen die je emotioneel nabij zijn: er zijn dan voor jou geen mensen bij wie je – bij belangrijke gebeurtenissen – verdrietig of blij kunt zijn. Bij wie je kwetsbaar kunt zijn.

Dit zijn twee verschillende dingen, sociale en emotionele eenzaamheid: Je kunt je eenzaam voelen, terwijl je wel een partner maar geen breed netwerk hebt.
En het kan andersòm zijn: iemand heeft een groot netwerk, maar zegt : ‘Als ik naar huis ga, ben ik alleen, want er is niemand’.

–   En dan is er als derde dus de existentiële eenzaamheid : dat is de eenzaamheid als het gevoel dat je je niet thuís voelt in de wereld, je hebt het gevoel niet van betékenis te zijn…. Je zegt dan tegen jezelf: ‘Ik dóe er niet toe’. Ik vervul immers geen duidelijke maatschappelijke rol. Dit is vaak een gevoel dat als een rode draad door iemands leven heen loopt. De mensen die dit gevoel hebben, voelen zich meestal ook losgescheurd van de mooie dingen om hen heen.

Nu is het verraderlijke van eenzaamheid dat dit het effect heeft dat, doordat je in je hersenen dan nauwelijks meer het stofje aanmaakt dat het knuffelhormoon wordt genoemd, dat je belangstelling voor anderen dan van lieverlee verdwijnt.

Je trekt je terug in jezelf en gaat de gezichten van andere mensen zien als bedreigend. Je voelt je machteloos en komt verder niet in actie. Omdat eenzaamheid een persoonlijk probleem is, bestaat er geen algeméne oplossing voor….. het is daarom nodig te rade te gaan bij jezèlf.
En wel door je te realiseren: dit moet ik zèlf aanpakken!  Misschien met de hulp van anderen, maar uiteindelijk ben ik het zelf die tot zelfonderzoek moet komen. Nu àlles wat voor mij vanzelfsprekend was, is wèggevallen. En ik mezelf afvraag: waar ben ik in verzeild geraakt?

Wat zal ook Jezus, daar in de Hof van Getsémané zich eenzaam gevoeld hebben. Hij die onschuldig is, die niemand kwaad berokkende en wiens enige overtuiging in zijn leven de liefde van God en voor de anderen was, juist hij verkeert nú in existentiële eenzaamheid. Door wat hij hier in de hof nu ineens meemaakt, krijgt zijn diepe eenzaamheid iets huiveringwekkends, en Jezus beseft dan ook: ik kan, ten aanzien van wat mij te wachten staat daar niet òmheen maar moet er dóórheen. ‘En moet dit ook alléén, zònder mijn volgelingen.’ Want zelfs de láátste drie die Hem behoorden, die sliepen in Getsémané………

en wij?
Wij wáken wel met woorden maar gaan toch óók niet met Hem méé. 

Onder het duister van zijn Vader, vernedert Hij zich in het stof,
en niemand, niemand komt hem nader, daar, in de donk’re hof.
Wij kunnen wel bij Hem verwijlen met onze woorden, en ons lied
maar kunnen niet zijn lijden peilen, en ook zijn duisternissen niet.
Wij stúwen wel, met vrome wensen en met gebeden om Hem heen….
Maar de verlòssing van de mensen díe lijdt Hij echter heel alléén.

Aldus lied 582 in het Liedboek.

Want de leerlingen delen Jezus’ lijden niet. Ze verdwijnen. Eerlijk gezegd begrijpen wij hun menselijke reactie wel. Hoe zouden we zèlf reageren? Hoeveel eenvoudiger is het niet om je ogen te sluiten voor het kruis waarop – op ontelbare plaatsen in de wereld – mensen lichamelijk of mentaal ter dood worden gebracht? Waar lìgt het toch aan, dat iedereen vlùcht? Is het de druk over wat er te gebéuren staat? Breekt je gelóóf dan af? Omdat je heimelijk toch hóópte dat Jezus weerstand zou bieden? Of door een wonder gehòlpen zou worden, om dan – als Messias – te kunnen triomferen over alle tegenstand?

Maar laten we wel zijn: Jezus is hier in de Hof toch niet méér dan een doodgewoon, machteloos mens? Wat Jezus betreft, blijkt er voor hem juist in deze diepe eenzaamheid dan ruimte te komen, met als uitkomst dat, door er niet omhéén maar juist dóórheen te gaan er een – zou je kunnen zeggen – transformatie plaatsvindt. Juist in die geweldige eenzaamheid kon hij op profe­tische wijze dieper door deze gebeurtenis héénzien. En daardoor een veràndering doormaken, zodat hij in dit alles een hoog en wijs handelen van God kon ervaren.
Ná zijn dood zal – zo weten we – Jezus zich weer ontfèrmen over zijn leerlingen. Zal hij hen moed inspreken, zodat ze zullen durven dóórgaan met het verspreiden van zijn boodschap van solidariteit en liefde. Dat is een troostende gedachte. Want lopen niet ook wij hier – net als de volgelingen toen – soms boos en vertwijfeld van Jezus wèg? Voelen ook wij hier – vaak heel terecht – immers niet ook soms woede, pijn en vertwijfeling bij wat ons kan overkomen? Waardoor je soms tranen met tuiten huilt? 

De dichter Jan Eijkelboom, schrijft:

Tweemaal heb ik mijn vader zien snikken,
de eerste keer tot mijn verbazing –
want ik was dan wel wèggelopen van huis,
op mijn vierde,
maar alleen om de rest van de wereld te zien,
niet omdat het mij thuis niet beviel.
De tweede keer was toen hij, gezeten in zijn leunstoel bij de Erres-radio hoorde hoe het Nederlandse leger had gecapituleerd voor de Duitsers.

Ik was intussen zo oud geworden dat ik mij hevig geneerde.
Maar veel láter, toen ik wilde vertellen
hoe ik mijn vader niet meer dan twéé keer had zien huilen,
kon ik halverwege niet verder,
omdat er iets was met mijn keel,
iets dat er niet uit kon,
iets dat vast bleef zitten,
iets dat mij bijna verstikte.

Ook Jezus is in zijn leven tot tranen toe bewogen geweest: hij huilde tranen om de dood van een vriend, huilde tranen om – net zoals Jeremia – de stad Jeruzalem….. En huilt tranen nu hier, in de hof van Getsémané.
Maar hij gelóófde dat God ieder mens – en dus ook ons – met zijn of haar tranen bij zich verwacht, om ze af te wissen.

U die mijn wankelingen telde,
doe ook mijn tranen in uw fles.
Horen die niet in uw telling?

aldus de dichter van Psalm 56.

Die fles waarin God ook ònze tranen verzamelt, zal eens geléégd worden. En gaat daarna in de glasbak. Aangezien ie dan niet meer nodig is, omdat wij door het wonder van Pasen dan geen tráán meer zullen laten.

Amen.