ds. Wim Scheltens (Lunteren): ‘Verheugd weerzien’, n.a.v. Johannes 20: 19-23

*  Alle-Dag-Kerk, Amsterdam, Middagpauzedienst 24 april 2019  *

ds. Wim Scheltens (Lunteren)

Verheugd weerzien‘, n.a.v. Johannes 20: 19-23

Het is die eerste avond van het Paasfeest. De deuren zijn potdicht, maar er is wel wat beweging in het gemoed van de mannen achter die gesloten deuren. Maria van Magdala zegt Jezus gezien te hebben. Dat bericht heeft hen niet on­beroerd gelaten, maar het heeft toch nog niet zo veel effect op hen. Zo valt de avond op die machtigste dag van de hele wereldgeschiedenis. Ze zijn bang en zitten stil bij elkaar achter gesloten deuren.

In deze wat bedompte stemming staat plotseling de opgestane Heer in hun midden. Zo maar opeens, onvermoed en onverwacht, onverklaarbaar ook – dat misschien nog wel het meest! Gekomen is Hij – door een dichte deur, door de gesloten deuren van hun angst. En Hij maakt de opening door te zeggen: “Vrede zij jullie”, sjaloom voor jullie. Het is de groet, die tot op de dag van van­daag in Jeruzalem wordt gebracht, als je elkaar gedag wilt zeggen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, klinkt dat nu ook uit de mond van de opgestane Heer: “sjaloom”.

Hoe verandert de stemming dan opeens! De leerlingen zijn blij, als ze Hem zien. “Treurigheid wijke, vrolijkheid blijke, want Jezus wil, want Jezus wil mijn Hei­land zijn.”, zingt Jacobus Revius (in lied 866). Daar gaat het me nu om: als Maria van Magdala vertelt, dat ze Jezus heeft ontmoet, dan verandert de stemming nauwelijks. Maar als Jezus zelf  verschijnt, verandert de stemming op slag. Ze worden blij en opgewekt en raken vervuld door hoop en moed.

Tja, vertellen over Jezus heeft dus blijkbaar minder kracht, dan als Jezus zelf het woord neemt. Maar wij moeten het hebben van vertellen en doorvertellen. Ik vertel, wat aan mij is overgeleverd, schrijft Paulus over het avondmaal (1 Kor. 11: 23) en over de opstanding van Jezus (1 Kor. 15: 4). Wij dragen over! Meer kunnen we niet. O, ja, we zullen eerst ontvanger zijn: recipiënten om het wat geleerd te zeggen. En als we eerst recipiënt zijn, ontvanger, dan kunnen we daarna overdragen. Als het ons tenminste wat doet! Zo relativeren we onze eigen rol en ligt de nadruk op de rol van Jezus.

Want we dragen ook meteen over, dat de ervaring en belevenissen van Maria van Magdala minder effect hebben dan de komst van Jezus zelf heeft.
Dat geeft nu precies aan, dat de komst van Jezus Zelf de meerwaarde inhoudt.
Niet wat wij vertellen over Jezus is doorslaggevend, maar wat Jezus zelf zegt.
Daarom lezen we de Bijbel om weer dichtbij de woorden van Jezus te komen. De deuren van de angst wijken voor de vredegroet van Hem die de vrede is. Dat mogen we vertellen. Omdat we dat zo mogen doorgeven. Ondertussen beseffen we dat ons geloof en vertrouwen daarvan af hangen. Dus we vertellen niet vrijblijvend, maar met verwondering.
En die verwondering betreft vooral, dat Jezus er weer kan zijn. Daarom zijn de leerlingen van Jezus verheugd. Om het weerzien, om het vreugdevolle weerzien, dat mogelijk is, zonder dat ons verstand er helemaal bij kan.

Ook dat is Pasen, dat we elkaar niet kwijt raken, dat we elkaar mogen behouden en dat dit behoud een kracht van God is en ook voor ons is bestemd.

In het hart van iedere gemeente van Christus leeft die innerlijke blijdschap, die niet te verwoesten vreugde, dat de Heer leeft en woord houdt. En om dat te onderstrepen zegt Jezus opnieuw ‘vrede zij u ”.

Meteen daarop volgt een bijzondere roeping voor geloof en kerk: “Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend ook Ik u”. Dan gaat het over vergeven van zonden en ongerechtigheden en teleurstellingen. Ja, dat is de toonzetting: niet oordelen en elkaar op de tenen staan, maar elkaar laten delen in de vergeving. Dat je in blijdschap het wonder mag beleven: zoals ik vergeving heb gekregen van Jezus, zo vergeef ik jou in zijn Naam. Want vergeven doe je nooit op eigen kracht. Echte vergeving wordt gegeven door God. Daarom blaast Jezus over hen en wijst hen op de komst van Heilige Geest, die je mag ontvangen, als je die wilt ontvangen. Daarom zegt Jezus: als jij de zonden vergeeft, worden ze vergeven, of zijn ze vergeven. Er komt een bevestiging van boven af bij kijken. De Geest motiveert je tot vergeven en God de Vader bekrachtigt die vergeving. Zo voelen we weer: vergeven doe je in het voetspoor van Jezus, de Goede Herder, die gekomen is om de vergeving op aarde te brengen. Wij mogen bij de toepassing van die vergeving actief betrokken zijn en God geeft er kracht aan. De regie ligt bij God.

Zo heeft het verheugde weerzien de diepe boodschap van vergevingsgezindheid in zich. De kerk heeft zich niet altijd aan die boodschap gehouden. Het beleid van de kerk is te vaak gericht geweest op grenzen bewaken. De kracht van de kerk is juist bemoedigen en het weerzien van elkaar vieren in de blijdschap dat je elkaar weer ontmoeten kunt, omdat je aan elkaar geven bent door de Heer zelf. Dat mogen we vieren iedere zondag weer en hier in de Alle-Dag-Kerk iedere woensdag weer. Onderschat dit gegeven niet, beste mensen.

De start na Pasen van het kerk zijn draagt een belofte in zich. Gesloten deuren van angst en teleurstelling kunnen opengaan, omdat Jezus een opening weet te vinden. Hij vult die opening met het geneesmiddel van de vergeving. En ach, ‘t is mooi, dat dit medicijn van de vergeving geen kwalijke bijwerking heeft.

Lof zij de Heer, amen.