mgr. dr. Dick Schoon: “40 dagen op weg naar Pasen” n.a.v. Matteüs 4: 1-11

 *  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 1 maart 2017  *

Voorganger: mgr. dr. Dick Schoon, Amsterdam

“40 dagen op weg naar Pasen” n.a.v. Matteüs 4: 1-11

Broeders en zusters, in de klassieke liturgie van de kerk wordt het verhaal over de verzoeking van Jezus in de woestijn gecombineerd met dat andere verhaal waarin de duivel optreedt. Dat is dat verhaal uit het begin van het boek Genesis, waar de slang de mens verleidt tot het overtreden van Gods gebod. Om goed te begrijpen waardoor Jezus in de woestijn op de proef wordt gesteld, is het goed om dat andere verhaal in je achterhoofd te houden.

Ik ga ervan uit, dat u dat verhaal kent. Als de Heer God de mens geschapen heeft en hem geplaatst heeft in de tuin van Eden, geeft hij hem het gebod, dat hij van álle bomen in de tuin mag eten – de hele wereld staat tot zijn beschikking – behalve van die éne, die raadselachtige boom in het midden van de tuin, de boom van kennis van goed en kwaad. Het is van fundamenteel belang, dat je hoort dat God éérst het positieve gebod geeft, van álle bomen mag je eten, en dat daarna pas het negatieve verbod volgt: behalve van die éne. En wat doet nu die slang? Die keert de volgorde om. De duivel keert Gods goede bedoeling met de mens om en die zet het verbod voorop. De slang vraagt: “Heeft God gezegd dat je van geen énkele boom mag eten?” En de mens, de vrouw ziet nu niet meer álle bomen waarvan hij of zij kan eten, maar die ziet nu éérst die éne boom, die niet toegestaan is. Wie het verbod voorop stelt, kán niet anders meer dan God als een soort boeman zien, die mensen klein wil houden.

Zo vergaat het ook ons, gemeente, als we de negatieve dingen in de wereld of in ons persoonlijke leven voorop stellen. Als we ons blindstaren op wat niet lukt, wat we niet kunnen – dan verliest ook wat er wel aan goeds is, zijn glans en kleur. Als we onze samenleving bekijken en vooral klagen over zien wat er allemaal mis is, dat praten we onszelf niet alleen de put in, maar we ontmoedigen ook diegenen die wél goed doen, die door hun doen en laten getuigen zijn van geloof, hoop en liefde. Als we éérst het kwaad zien, dat we bedreigd worden door wie of wat dan ook, dan regeert de dood al in ons leven voordat we daar werkelijk aan toe zijn.

Wat doet Jezus in het evangelie? Die probeert voortdurend ruimte te houden voor God. Hij kan natuurlijk van stenen broden maken en de honger de wereld uithelpen. Daarmee zijn veel mensen geholpen, maar is daarmee alles dan ook gezegd? Leeft de mens niet van élk woord, ja van álle woorden die uitgaan van de mond van de Heer? Jezus kan natuurlijk een religieus wonder doen door van de tempel te springen en zich te laten opvangen door engelen – maar waarom zou je God op de proef stellen? Hij zou de macht over alle koninkrijken kunnen aannemen – maar daarmee zou hij niet veel anders zijn dan elke willekeurige wereldheerser of ordinaire dictator. Nee, Jezus wijst deze verleidingen af, omdat zijn taak verder reikt: Gods woord verkondigen tot over de grens van de dood. Niet stilstaan bij deze wereld alleen, maar een wereld verkondigen die ruimer is, grootser dan alles wat wij kennen.
De veertigdagentijd die we vandaag beginnen, nodigt ons uit om te vasten. Dat vasten is niet een negatief verbod, zo van: dat-en-dat mag je niet eten of niet doen; éérst is de vastentijd een positief gebod: ga jezelf na en kijk waar God in jouw leven werkzaam is. En als er dan delen zijn van je leven waar je dood loopt, of als er dingen zijn die je afhouden van je levensgeluk, laat die dan schieten, leg die van je af en maak een nieuwe start. Ook als we straks zo ongeveer halverwege deze vastentijd naar de stembus gaan, laten we dan kijken naar mensen en partijen die getuigen van geloof, hoop en liefde, en die niet uitgaan van al het negatieve dat er ook in onze wereld is.

Op het eten van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad stelde God als straf de doodstraf. Maar zie: als die mens dan tóch gegeten heeft en Gods gebod overtreden heeft, dan blijkt deze God genadig en barmhartig en is bereid om ons onze zonde te vergeven: de vrouw zal kinderen baren en de mens bewerkt de akker; het leven is niet zonder moeite en pijn, maar er is toekomst en daarmee hoop. Gods liefde voor de mens is altijd groter dan de dood, er is altijd een nieuwe start mogelijk.

Laten wij ons dan in de tijd die voor ons ligt verheugen: we zijn op weg naar Pasen, de opstanding van Jezus uit de dood, ónze opstanding met hem tot eeuwig leven.

Amen.