mgr. dr. Dick Schoon (Amsterdam): ‘Meer dan vrede’, n.a.v. Markus 9: 38-48

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 26 september 2018  *

mgr. dr. Dick Schoon (Amsterdam)

Meer dan vrede‘, n.a.v. Markus 9: 38-48

Aanstaande zondag vieren de samenwerkende kerken van Amsterdam-Zuid hun jaarlijkse oecumenische dienst, zoals gewoonlijk in de tijd van de vredesweek. Die vredesweek werd lang geleden in het leven geroepen door IKV en Pax Christi, twee vredesorganisaties van overwegend protestantse en katholieke herkomst, die samenwerkten op het gebied van vredeswerk en dat nog altijd doen, tegenwoordig zelfs als de ene organisatie Pax. Nu is tegenwoordig de oecumene niet meer zo populair, hoor je wel eens zeggen. Vroeger, in de jaren zestig en zeventig, dacht men nog optimistisch dat kerken nauwer zouden gaan samenwerken en uiteindelijk misschien zelfs één organisatie zouden worden. Maar sindsdien is het oecumenische vuur wat gedoofd. Kerken hebben zorgen om zichzelf in stand te houden, ze trekken zich terug op eigen terrein en in het eigen gelijk. Waarom dan toch aandacht blijven schenken aan zoiets oecumenisch als die vredesweek?

In het evangelie dat we zojuist lazen, lijken de leerlingen van Jezus ook allereerst op de eigen groep gericht. Er zijn mensen die in Jezus’ naam duivels uitdrijven, maar zich niet bij hen, de leerlingen van Jezus, willen aansluiten. Jezus wijst de pogingen van zijn leerlingen om die mensen dat te beletten met twee uitspraken af. Eerst zegt hij dat niemand in zijn naam wonderen kan doen en dan een moment later kwaad van hem kan spreken. En daarna zegt Jezus: wie niet tegen ons is, is vóór ons. Met die laatste uitspraak draait hij de opstelling van zijn leerlingen om. Want die wilden dat de wonderdoeners zich bij hén zouden aansluiten, dat ze zouden zeggen: wij zijn vóór jullie en sluiten ons bij jullie aan. Maar Jezus draait die houding om en creëert daarmee een enorme ruimte: wie niet tegen ons is, wie niet expliciet heeft laten weten of laten zien dat hij tegen Jezus is, die hoort er al bij, ook al sluit die zich niet bij de groep van leerlingen aan.

Wij zouden reageren zoals de leerlingen: wie niet vóór ons is, is tegen ons. Je moet bij ons horen, je moet je bij ons aansluiten, je moet je aan onze regels houden, je moet bij mijn kerk komen, anders hoor je er niet bij en ben je toch op de een of andere manier op de verkeerde weg of verloren. Wij denken uitsluitend : wie niet bij ons hoort, is verkeerd – en daarmee sluiten we mensen uit, die zich om de een of andere reden niet bij ons willen of kunnen aansluiten. In onze tijd maken we mee dat de maatschappij hier vol van is: mensen organiseren zich met soortgenoten of geestverwanten, huidskleurverwanten, sekseverwanten. Ze meten zich op die manier een zogenaamde identiteit aan en zetten zich daarmee af tegen anderen. En waar leidt dat toe? Tot grote angst om ergens niet bij te horen, om buiten de boot te vallen, om afgewezen te worden. Ga maar eens luisteren bij jongeren: hoeveel moeite doen die om niet buiten de groep te vallen, en luister dan vooral ook naar de verhalen van de verliezers, die het niet redden en zozeer aan zichzelf gaan twijfelen dat ze vinden dat ze er net zo goed niet kunnen zijn. Vreselijk! Als je je eigen groep of zogenaamde identiteit centraal stelt, creëer je je eigen vijand en leef je zelf ook met een voortdurende angst om die identiteit of die groep kwijt te raken – en wat dan? Verloren! Precies om die reden is de omkering die Jezus maakt, revolutionair. Hij zegt niet zoals wij, dat wie niet vóór hem is, tegen hem is, maar hij draait het om: wie niet tégen hem is, is vóór hem. Hoort u hoeveel ruimte dat geeft? Die mensen die duivels uitdrijven in Jezus’ naam – zijn die tegen hem? Jezus zou zeggen: nee, want ze net zoals ikzelf, net zoals degene in wiens naam ze dat zeggen te doen – en het gaat uiteindelijk toch om die genezing?

Hoef je je dan niet uitdrukkelijk bij de Jezus-groep aan te sluiten? Nee, dat hoeft niet, zoals ook wij niet meer kunnen volhouden dat wie geen lid van de kerk is, verloren is of rechtstreeks naar de hel gaat, zoals de kerk in machtiger tijden kon verkondigen. Nu ga ik natuurlijk niet zeggen dat u geen lid meer hoeft te zijn van een kerk – want de organisatie moet natuurlijk wel ook gewoon worden voortgezet en wie verkondigt er anders nog evangelie of zingt Gods lof? Maar door de verkondiging van het evangelie alléén aan de kerk van de leden toe te schrijven, mis je een heel belangrijk – nee: een wezenlijk – punt van ons christelijk geloof. Want als je denkt dat alleen leden van de kerk deelhebben aan Gods koninkrijk – denk je dan niet veel te beperkt over de rijkdom van Gods barmhartigheid en zijn genade? Om het anders te zeggen: als je de kerk als de ruimte ziet van Gods werkzaamheid in onze wereld, hoe ruim trek je dan de grenzen? Ik denk dat dát de kern van Jezus’ worden is: Gods goedheid gaat alle grenzen van ons verstand te buiten. Wij dénken heel wat te weten en te kunnen, maar in Gods wereld is er nog onvoorstelbaar meer. Daar is elke traan afgewist, daar zitten armen en hongerigen op de troon en worden gevoed, daar weidt de leeuw met het lam, daar zijn de wapens tot ploegscharen omgesmeed, daar staan de doden op uit hun graf.

Zo alleen kan ik ook die op het eerste gehoor waanzinnige woorden over dat afhakken van ledematen begrijpen. Als die je van de goede weg afbrengen, zodat je niet meer gelooft in de onvoorstelbare rijkdom van Gods genade, maar overgeleverd bent aan wat jijzelf met twee handen, twee voeten en twee ogen kunt – dan liever de helft van mijn eigen potentie en mogelijkheden om te blijven vertrouwen op Gods koninkrijk waar alle gemis ruimschoots wordt vergoed.

Zo blijven we dan in de oecumene werken aan de eenheid van de kerk – organisatorisch, ja ook zo, maar vooral in het zoeken naar de werking van Gods Geest. We kijken buiten de kring van onze eigen vertrouwde gemeente of parochie en houden zicht op Gods onvoorstelbare vrede, die meer is dan de samenwerking van organisaties of instituten. Daarom blijven we vieren wat wij samen als gemeenschappelijke gave van God hebben gekregen: zijn woord in de Schrift en zijn aanwezigheid onder ons in brood en wijn.
Amen.