mgr.dr. Dick Schoon (Amsterdam): “Opdat allen één zijn”, n.a.v. Johannes 17: 14-23

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 16 mei 2018  *

Voorganger: Mgr.dr. Dick Schoon (Amsterdam)

Opdat allen één zijn‘, n.a.v. Johannes 17: 14-23

Openingslied: Liedboek 838, 1, 2 en 4. Slotlied: Liedboek 653, 1, 4 en 7.

‘Wezenzondag’ was het afgelopen zondag. Die naam is afgeleid uit het evangelie van Johannes, waar Jezus vlak voor zijn lijden en sterven tot zijn leerlingen zegt, dat hij hen niet als wezen zal achterlaten. Hij zal zijn hemelse Vader bidden, dat die een andere Vertrooster zal zenden, die in de eeuwigheid bij hen blijft. Dat is de geest der waarheid, die de leerlingen zullen ontvangen, zoals we dat aanstaande zondag met Pinksteren zullen vieren. Maar we zijn daar dus nog niet: Jezus heeft met Hemelvaartsdag afscheid genomen en wij wachten nog op de komst van de Geest. Vandaar dat we deze week het gevoel kunnen hebben dat we wezen zijn en dat we er alleen voor staan.

We horen in het Johannes-evangelie niet hoe de leerlingen van Jezus reageren op de woorden over zijn afscheid. Johannes legt alle nadruk op de woorden van Jezus zelf. En zo hoorden we zojuist een stukje uit dat zeer indringende hoofdstuk 17, dat het hogepriesterlijke gebed wordt genoemd. Jezus is daar in gesprek met zijn hemelse Vader en als hogepriester pleit hij voor degenen die hij gaat achterlaten. Hij vraagt zijn Vader of ze één mogen blijven, één zoals Jezus zelf met zijn hemelse Vader, en één zoals Jezus met zijn leerlingen was. Nu denken wij bij het woordje ‘één’ of ‘eenheid’ meestal direct aan het tegendeel van verdeeldheid en in allerlei oecumenische documenten worden deze woorden dan ook zo gebruikt, alsof Jezus de verdeeldheid van de ene christelijke kerk al zag aankomen en in dat hogepriesterlijke gebed meteen al een pleidooi voor oecumenische samenwerking hield.

In de Bijbel heeft ‘één’ of ‘eenheid’ toch een veel diepere betekenis en dat kun je uit Jezus’ woorden van vanochtend ook opmaken. Want wat stelt u zich voor bij de eenheid van Jezus met zijn hemelse Vader? En hoe is hij één met zijn leerlingen? Ik hoor dat woordje ‘één’ niet als een rekenkundig begrip, zoals één en één twee, en één eentje minder dan twee is. Ik hoor het in Bijbelse zin als een kwaliteit, zo je wilt: een gesteldheid. In de Bijbel is de HEER God één, en dat wil zeggen: uniek, niet te vergelijken met wat zich als God of goden aandient, Hij is één in zijn scheppingswerk, één in het uitvoeren van zijn heil: de verlossing van Zijn volk. Iets is dan niet één omdat het eentje minder is dan twee, maar iets is één omdat het volstrekt geconcentreerd is, gefocust op een bepaalde zaak.

Zo kan ik de eenheid van Jezus met zijn hemelse Vader begrijpen, en de eenheid die de Geest straks met hen zal vormen: de drie personen van de goddelijke Drie-eenheid zijn allen gefocust op één ding: namelijk de verlossing van de mens uit hun verlorenheid, de totstandkoming van de heerlijkheid, waaraan alles wat leeft in Gods naam zal delen als Zijn schepping tot voltooiing komt.

Vanuit deze visie op de eenheid van Jezus met God de Vader kan ik ook de eenheid van Jezus met zijn leerlingen en met ons begrijpen. Jezus bidt om eenheid voor hen, de eenheid die hij zelf met zijn hemelse Vader heeft. Dat betekent dat ook als hij straks na zijn Hemelvaart afscheid van hen heeft genomen, zij toch in de concentratie op de uiteindelijke voltooiing van Gods schepping met hem verbonden, één blijven, in de kracht van de heilige Geest die over hen wordt uitgestort.

Als wij ervaren dat wij wees worden, dan kunnen wij ons verloren voelen en de ervaring hebben, dat we er alleen voor staan. Ik heb dat zelf ervaren toen mijn ouders overleden; ik hád nog van alles aan hen willen vragen, maar ik realiseerde me dat ik te laat was. Maar na verloop van tijd kun je dan ook ervaren dat je op een andere, diepere manier toch verbonden blijft met je ouders en zelfs met allen die je zijn voorgegaan: de liefde die je hebt ervaren, die blijft je bij; het leven dat je gekregen hebt, dat deel je met anderen en zet je voort.

Heeft dat niet te maken met de kracht van Gods Geest, de Vertrooster, die Jezus aan zijn hemelse Vader voor zijn leerlingen vraagt? Zondag vieren we Pinksteren in het gloedvolle rood van Gods Heilige Geest. In die Geest kunnen wij vrijmoedig spreken van de hoop die in ons leeft, van de opstanding uit de dood waarin Jezus ons is voorgegaan, van de voltooiing van Gods schepping, waarnaar de wereld reikhalzend uitziet. En natuurlijk vieren we dan op tweede Pinksterdag het jubileum van de Raad van Kerken in Nederland.
Zo zijn en blijven wij één met elkaar in Gods heilige naam: Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.