mgr.dr. Dick Schoon: ‘Christelijke naastenliefde’, n.a.v. Galaten 5: 25 – 6: 10

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 27 september 2017  *

Voorganger: Mgr.Dr. Dick Schoon (Amsterdam)

‘Christelijke naastenliefde’, n.a.v. Galaten 5: 25 – 6: 10

De Galatenlezing werd door het liturgische team van de Vredeskrant  als tweede schriftlezing aangeraden voor afgelopen zondag, de afsluiting van de Vredesweek. Nu kun je in Paulus’ woorden inderdaad wel vredelievende gedachten horen: je moet jezelf niet te hoog achten,  je moet rekening houden met de gevolgen van wat je doet, want wat je zaait, zul je ook oogsten. En dan iets dat voor mij naar de kern van christelijke naastenliefde wijst: ‘Draagt elkanders lasten, want zó leeft u de wet van Christus na.’ Wat betekent dat, die wet van Christus, hoe breng je daarmee vrede dichterbij en wat is het bijzondere van christelijke naastenliefde?

Om meteen maar met de deur in huis te vallen: christelijke naastenliefde wordt niet alleen door christenen gedaan (denk aan de barmhartige Samaritaan, die vaak – en eigenlijk niet helemaal terecht – als voorbeeld van naastenliefde wordt gezien). Ik weet dat uit ervaring. Ik had namelijk twee grootmoeders, van wie de ene oud-katho­liek was en de andere niet kerkelijk. Maar het was nu net die laatste van wie het huis altijd open stond voor hulpbehoevende of wat eenzamige mensen. Niet dat mijn andere oma niet christelijk leefde, maar ik leerde al vroeg om er niet zo maar van uit te gaan, dat niet-christelijke mensen niet ook christelijk konden leven.

Als Paulus in zijn brieven zulke concrete aanwijzingen als die wij zojuist hoorden, gaat geven, dan kun je er verzekerd van zijn, dat hij aan het einde van zijn brief is. Het grote onderwerp van de brief is aan de orde geweest, en nu hoor je hem denken: ‘Oh, maar ik moet ze ook dát nog even schrijven,’ of: ‘Let nog even op, dit is óók belang­rijk…’ Hét grote onderwerp van Paulus’ Galatenbrief is zijn visie op de verhouding tussen Gods genade en de goede werken die mensen kunnen doen. Hij hamert op dat eerste: het is Gods genade die ons tot het goede aanzet en die dat door ons en in ons tot voltooiing brengt. Paulus schrijft dat niet zo maar, want er zijn andere predi­kers bij de Galaten gekomen, die menen dat álle christenen strikt de voorschriften van de joodse wet in acht moeten nemen. Niet alleen de christenen die van joodse komaf zijn, maar óók die christenen uit de heidenen, de niet-joodse volkeren. Dat laatste zou betekenen dat de mannen zich zouden moeten laten besnijden, dat de spijswetten in acht genomen moeten worden – en nog veel meer. En het is nu net Paulus die daar een genuanceerde visie op heeft en daar zelfs ook ruzie met Petrus over gemaakt heeft. De afspraak die ze toen samen maakten luidde, dat christenen van joodse komaf de wet konden houden, zoals ze dat gewend waren, en dat chris­tenen van niet-joodse komaf die wet niet hoefden te gaan houden. Als we Paulus vandaag dan horen zeggen: ‘Draagt elkanders lasten’, dan klinkt dat tegen de achtergrond van dat compromis heel bevrijdend: door elkaar te respecteren in de eigenheid wordt geen kunstmatige eenvormigheid opgelegd, maar wordt de bonte verscheidenheid van Gods schepping in de christelijke gemeente gevierd. Dát is de wet van Christus, en dát is de kern van christelijke naastenliefde: vanuit het visioen van de gemeenschappelijke toekomst in Gods koninkrijk dat in Christus is aangebroken, de ander in zijn of haar eigenheid accepteren.

Hoe actueel die boodschap voor onze samenleving is, hoef ik u niet te vertellen. Ook wij moeten leren leven met een bonte verscheidenheid aan mensen en culturen. Waarom zou dat voor veel mensen zo’n zware opgave zijn? Waar zijn mensen bang voor? Ik denk, dat ze dat grotere gemeenschappelijke doel niet voor ogen hebben en daardoor blijven steken in een verleden dat ze idealiseren, alsof toen alles zo goed was, of in de problemen van het heden. En daarom is ook voor bange mensen de boodschap van het evangelie zo’n bevrijding: hoe goed of hoe slecht wij het in onze tijd ook hebben, wij zijn op weg naar Gods koninkrijk, dat ruimer en rijker is dan alles wat wij ons kunnen voorstellen. En zo ruim als God is in de genade die hij ons schenkt, zo ruim kunnen wij in die genade met vallen en opstaan de wet van Christus vervullen, de naam van JHWH  verheerlijken en daarmee zijn toekomst tegemoet leven. En als wij dan gezamenlijk elkaars lasten dragen, is dat niet alleen handig omdat die lasten van ieder voor ons dan lichter worden. Belangrijker nog is dat we gestalte geven aan de gemeenschap die we in Gods naam met elkaar vormen en in vrede naar zijn toe­komst toe leven.

Amen.