pastor Joost Verhoef (Amsterdam): “Het verhaal van ons geloof, het verhaal van een mens”, n.a.v. korte gedeelten uit Marcus 14 en 15

* _Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 17 april 2019_ *

pastor Joost Verhoef (Amsterdam)

Het verhaal van ons geloof, het verhaal van een mens“, n.a.v. twee korte gedeelten uit Marcus 14 en 15

Jezus in de Hof van Olijven en Jezus sterft aan het kruis

Lezing: Marcus 14, 32-42 Gethsémané

Pater Frans van der Lugt: de gedachte aan hem dringt zich bij me op. Blijven. Niet in de steek laten. Waken bij mensen. De vrede koesteren, het samen leven koesteren, de droom koesteren: dat het geweld te keren is, of althans: dat het jou nooit in de greep mag krijgen – met die vernietigende logica van oog om oog, tand om tand. Wat een voorbeeld van trouw.
Hoeveel twijfel zal hij gekend hebben, hoeveel doodsangst?
Hoe vaak zal hij gedacht hebben: waar ben je God?  Hoe vaak heeft hij gepreveld: laat het niet zo zijn; laat deze beker aan mij voorbijgaan ?
Hoeveel ‘nacht’ gaat er voorbij, hoeveel uren van angst en eenzaamheid, vóórdat iemand kan zeggen: ‘Niet mijn wil, maar uw wil geschiede…’?

Ik zou het graag aan pater Frans willen vragen.
En ik lees in een boekje, op zoek naar een begin van een antwoord. Het verscheen onlangs, nu het 5 jaar geleden was dat hij vermoord was. Daarin zijn laatste boodschap, geschreven op 6 april, de dag voor hij werd vermoord.

Syrien: Letzter Europäer in Homs, Pater Frans van der Lugt ...

Wat nieuws over ons. Christenen in het oude deel van Homs vragen zich af: wat kunnen we doen? We kunnen niets doen… God, help ons. Een mens kan niets doen, maar hij gelooft dat God met hem is in moeilijke omstandigheden, dat God de gelovige niet in de steek laat… God kent hem en weet wanneer hij lijdt… God wil geen kwaad, en zijn blik vol liefde rust op degenen die hij liefheeft… Geloof helpt een mens om zijn moeilijkheden te dragen en geduldig te zijn en te blijven hopen. Maar de situatie wordt slechter en slechter en we kunnen niets doen.

Behoefte bedreigt ons leven, behoefte aan voedsel en andere levensbehoeften… Toch, ondanks dat allemaal, zijn we nog steeds in staat om door te gaan met ons leven… In deze omstandigheden ervaren we de goedheid van mensen… mensen in nood vinden wat graan en linzen voor hun deur… Wanneer een mens alles mist, moet hij goedheid van anderen aanvaarden en goedheid van anderen ontdekken… We zien het kwaad oprukken, maar dat kan ons niet blind maken voor goedheid, en we kunnen het kwaad niet de goedheid uit ons hart laten verdrijven.

We bereiden ons voor op Pasen, zo schrijft hij, – het feest van de overgang van dood naar leven… Licht schijnt vanuit de donkere grot en zij die deze vlek van duisternis beschouwen zien een groot licht… We wensen deze verrijzenis voor Syrië… Ila l-amam: laten we voortgaan.’

En ik hoor de echo van Jezus, die zegt: Sta op, laten we gaan.

En na Witte Donderdag wordt het Goede Vrijdag:

Lezing: Marcus 15, 33-39 Jezus’ dood

Het is acht uur ’s ochtends als er wordt aangebeld. Daar staan ze dan: de soldaten van de dood, vermomd als strijders voor vrede. Ze sleuren pater Frans mee naar buiten. Even later is hij dood. Twee kogels zijn genoeg voor een broze oude man. Homs wordt zijn Golgotha. De Jezuïet is met zijn meester de weg ten einde toe gegaan.

Dit was het dan. Toch?

Wie gelooft er nu dat er heiligen opstaan uit hun graf?

Wie kan er nu nog geloven dat de dood het laatste woord níet heeft?

Óf wordt hier alles door elkaar geschud? Worden wij door elkaar geschud. Is wat wij ‘leven’ noemen dikwijls slechts een eindeloze praktijk van de dood? En is het – andersom – te vroeg om nu reeds dit boek te sluiten; is het verhaal nog niet voltooid; al was het maar zolang er ergens nog mensen zijn die met kloppend hart over hem, Jezus, vertellen? Ja zelfs vertellen dat Hij leeft; in hun midden lééft!

Dit is het verhaal van ons geloof, dat voor alles het verhaal van een mens is:

Natuurlijk: je kunt die mens doden, je kunt zijn graf verzegelen, je kunt er soldaten bij zetten voor mijn part. Maar wat je niet tot zwijgen kunt brengen – in nog geen tweeduizend jaar – is een gebaar van liefde, een teken van meeleven, een woord van trouw.

Dat gebaar, dat teken, dat woord spréékt. Het spreekt door mensen die trouw blijven tot het uiterste. Het spreekt, tot op de dag van vandaag.

Amen