prof.dr. Antoine Bodar (Amsterdam): “In verwachting van het Kerstfeest”, n.a.v. Lucas 2: 14 en Johannes 1: 4-5

* Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 20 december 2017 *

Voorganger: prof.dr. Antoine Bodar  (Amsterdam)

In verwachting van het Kerstfeest’ n.a.v. Lucas 2: 14 en Johannes 1: 4-5

I
‘Eer zij God in den hoge. En vrede op aarde aan de mensen van goede wil.’ Gezang van de engelen in de Kerstnacht, wanneer het hemelse licht de aardse duisternis verjaagt.
De winterzonnewende is de geboortedag van de onoverwinnelijke zon. De viering van het licht, van de zon die zich draait. Zo reikt de winterwende de zomerwende, midwinter midzomer.
En wie is de onoverwinnelijke zon?
Hij is de eerste lichtstraal, vóór alle tijd voortgekomen uit het ene, altijd bestaande licht.
Hij is Licht uit Licht. Hij is de Lichtdrager (Lucifer) en aldus de Morgenster. Hij bakent het licht vandaag zoals elke dag bij het gloren van de ochtend. Hij baart het Licht en wordt in enen als eeuwig Licht ge-baard op het hoogfeest van Kerstmis.
Hij is de Zon der gerechtigheid (cf. Mal 3, 20), de opgaande Zon die verschijnt aan hen die in duisternis gezeten zijn (cf. Lc 1, 78-79). Hij is de Bruidegom Die uit het bruidsvertrek treedt, stralend van vreugde, voor Wiens lichtgloed niets verborgen blijft (cf. Ps 19, 6-7). In Hem is het eeuwige leven, dat bij de Vader was, verschenen en geopenbaard (cf. 1 Jo 1, 2). Hij is de Christus.
Hij is het Licht dat in de duisternis is gekomen – het Licht der mensen – maar door hen niet aangenomen (cf. Jo1, 4-5): ‘Het ware Licht Dat iedere mens verlicht is in de wereld gekomen.’ (Jo 1, 9). En dat Licht is het Woord – het Woord bij God – mens geworden in de Kerstnacht (cf. Jo 1, 1.14). Om de menswording van Gods Zoon werd die nacht als de dag, tot vreugde van hen die in duisternis het stralende Licht hadden verwacht (cf. Js 9, 1). Daarom hieven de engelen toen de jubelzang aan: ‘Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen van goede wil’ (Lc 2, 14).

‘Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerst geborene van geheel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.’ (Kol 1, 15-17)
Hij is Christus Koning, de Koning van het heelal. ‘Hij is Dezelfde gisteren, heden, morgen (in het verleden, in het heden, in de eeuwigheid)’ (Heb 13, 8) – ‘de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste, de oorsprong en het einde’ (Apk 22, 13) – ‘Hij Die is en Die was en Die komt, de Albeheerser’ (Apk 1, 8).

De Heer had David tot het koningschap over Israel voorbestemd. Daartoe was hij, afkomstig uit de stam Isaï in Bethlehem, temidden van zijn broers door de profeet Samuel gezalfd (cf. 1 S 16, 12-13). Nadat koning Saul gestorven en begraven was, begaven alle stammen van Israel zich naar David in Hebron en verzekerden hem: ‘Gij zijt het die over Israel zult heersen.’ En alle oudsten kwamen naar hem toe en David sloot met hen een verbond ten overstaan van de Heer en zij zalfden hem – nog eens – tot koning (cf. 2 S 5, 1-3). En de Heer beloofde bij monde van de profeet Natan dat Hij David’s nazaat Salomo hoog zou verheffen en zijn koninklijke macht in stand zou houden (2 S 7, 13): ‘Hij zal een huis bouwen ter ere van Mijn naam en Ik zal zijn koninklijke troon voor altijd in stand houden.’ Die belofte gold niet alleen de bouw van de tempel, maar tevens de bescherming van het huis, het geslacht, van David zelf (2 S 7, 16): ‘Zo zullen uw huis en uw koninklijke macht bestendig zijn voor altijd; uw troon staat vast voor eeuwig.’ Zo is Jezus geboren uit het huis van David langs Jozef, de man van Maria, de moeder van Hem Die de Christus is (cf. Mt 1, 5.16). Vandaar dat geschreven staat (Mi 5, 1; Mt 2, 6): ‘En gij, Bethlehem in Efrata, al zijt gij klein onder Juda’s geslachten, uit u zal niettemin een leidsman tevoorschijn treden die herder zal zijn over Mijn volk Israel.’
Jezus is de jong geboren koning van de Joden, door Herodes benijd en vervolgd, door de Wijzen uit het oosten gezocht en vereerd (cf. Mt 2, 16. 1-2. 11).
Een koning die leidsman en herder zal zijn.

Drie van de vier Evangelisten verhalen de geboorte van het vlees geworden Woord Gods in Jezus Christus, geboren door de Heilige Geest uit de maagd Maria (cf. Lc 1,31.35), dus niet uit begeerte van het vlees of de wil van een man maar uit God (cf. Jo 1,13).
Johannes schrijft voornaam en wijsgerig en diepzinnig: Christus’ geboorte is eeuwig heden. Matteus verslaat historisch en zakelijk en aantonend: In Jezus’ geboorte is de verwachting van de Messias vervuld. Lucas verhaalt beeldend en betrokken en zachtzinnig: Wij zien voor ogen de engel Gabriël bij Maria in Nazareth, de geboorte van het Kind in Bethlehem, de herders in het veld die de Heiland komen begroeten en de engelen in de hemel die hun de geboorte verkondigen. Wij zijn erbij en kunnen de taferelen niet vergeten. Lucas is de boodschapper van de blijdschap. Hij vertolkt de hoop die Christus als Redder van de wereld brengt.

II
Wat gaat vooraf aan een groot feest waarnaar wij uitzien? Dat is de verwachting in al aangevangen vreugde. Ook ongelovigen onder ons of niet meer gelovigen kennen die voorvreugde. Een feest nadert en wij zullen dan voor kort de dagelijksheid onderbreken om op te gaan in een andere, beperkte tijd en aan die onderbreking ontspanning ontlenen en zo uitgerust geraken van beslommeringen. Niet alleen het feest doet ertoe, ook de voorbereiding daartoe. Dit geldt ook met betrekking tot Kerstmis, hoe onderscheiden ook gevierd.

De periode van voorbereiding voor belijdende Christenen is de Advent. De intieme verwachting in het uitzien naar de geboorte van de Heer, naar Zijn wederkeer op het einde van de tijd èn naar Zijn wedergeboorte in ons hart, opdat wij weer even ons kinderen zouden durven wanen – in terug te zoeken kinderlijkheid en toch voor altijd teloor gegane onschuld. Het Kerstfeest is het gedenken van onze ongereptheid van weleer en van onze onschuld eens, onze eerlijkheid en onze trouw als kinderen toen in onze jeugd.
Kerstmis is het feest voor kinderen en voor kinderlijken en voor hen die de kinderlijkheid als enige levensvisie, als enige kijk op het leven zouden willen omhelzen en terug verdienen. Een vergeefs heimwee dat alleen uiting kan worden van verlangen naar God in Zijn barmhartigheid, in Zijn vergeving, in Zijn eeuwigheid – ver over de dood van elk van ons heen.

‘Tot U richt ik mijn geest, mijn God, op U vertrouw ik […] Wie naar U uitziet, zal niet worden teleurgesteld.’ (Ps 24, 1-3) Zo opent het liturgische jaar op de eerste zondag van de Advent. ‘Richt u op, uw verlossing is nabij.’ (Lc 21, 28) God wordt één met Zijn volk door het Kind, door Maria verwacht in haar schoot. Het Woord komt van de koningstroon naar omlaag om de mensheid te verheffen in Zijn goddelijkheid. ‘Ik wacht de Heer, ik wacht Hem. Ik hoop op Zijn belofte. Stil verbeid ik de Heer – meer dan wachters de morgen.’ (Ps 130, 5-6)
Advent is het verlangen van de mensen naar God en het verlangen van God naar de mensen.
‘Zou God niet als mens zijn geboren, wij zouden niet in God worden herboren’, preekt Augustinus op Kerstdag van het jaar 410: ‘Zijn moeder droeg Hem in haar schoot, dragen wij Hem in ons hart. De maagd was zwanger door de menswording van Christus, zijn onze harten zwanger door het geloof in Christus. Zij bracht de Zaligmaker voort, brengen wij lofzangen voort.’

Elk jaar wordt het weer Kerstavond. Bij het vallen van de duisternis raken de straten leeg en zelfs in de grote stad wordt het stil. Klokken luiden en kerkgangers beluisteren Lucas’ Kerstverhaal en overwegen de woorden van de Psalmist (2, 7): ‘Mijn Zoon zijt Gij. Ik heb U heden verwekt.’ Even zijn de vaderlandse kerkgebouwen niet leeg. Het Kerstgevoel drijft mensen daarheen. Wat voor gevoel? De ontroering om de geboorte van de Verlosser? De beschouwing dat de kribbe onherroepelijk tot het kruis zal leiden? Waarschijnlijk niet. Hoe weinigen in deze tijd, in onze geseculariseerde samenleving kennen nog vrome Kerstherinneringen uit de kinderjaren?
Maar zoals het Christelijke geloof tot de wortels behoort van de Europese cultuur, zo draagt die cultuur ook geseculariseerd het Kerstgebeuren blijvend uit. Ook in oppervlakkige zin of in de teruggekeerde heidense zin blijft het midwinterfeest verbindend. Dat is de verbroedering van het Kerstfeest die ten minste de westerse wereld voor een etmaal samenbrengt.
Zij die nu alleen zijn zullen het lang nog blijven. De meesten van ons schuiven bijeen en blijven samen. Sommigen verguizen de Kersttijd. De herinneringen zijn te slecht en de emoties komen te hoog. Voor anderen mag het wel alle dagen van het jaar Kerstfeest zijn.

Gezegend Kerstfeest, Zalig Kerstmis.

 

Reactie ( 1 )

  1. Beantwoorden
    Gert van Dorland says:

    Waarde heer Antoine Bodar, ik heb dikwijls gezegd: “Ik zou het stoer vinden als een voorganger de kerstdienst zou beginnen: ja, wat verwachten jullie nu van mij, het eeuwenoude verhaal voorlezen en daarna een meditatie, wat moet ik nou voor nieuws vertellen?” Nou, ik verzeker u dat is u gelukt, wat een kerstboodschap geweldig zo mooi, zo puur! Dankuwel ! Kerst 2017 kan bij mij niet meer stuk.

Plaats een reactie