prof.dr. Eric Cossee: “Op zoek naar een nieuwe balans”, n.a.v. Prediker 7: 16-18

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 13 september 2017  *

Voorganger: Prof.Dr. Eric Cossee  (Rotterdam)

Op zoek naar een nieuwe balans‘, n.a.v. Prediker 7: 16-18

‘Wees niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten? Maar gedraag je ook niet al te onrechtvaardig en wees niet overmatig dwaas. Waarom zou je sterven voor je tijd?
Houd het ene vast en laat het andere niet los. Dat is het beste, want wie ontzag heeft voor God, houdt het juiste midden’.

Onze vakantiereis bracht ons ditmaal naar de navel van de wereld, het middelpunt van de aarde: de tempel van Apollo in het Griekse Delphi. Volgens een legende liet de oppergod Zeus twee adelaars uitvliegen van de twee uiteinden van de wereld. Hun paden kruisten elkaar boven Delphi en daarmee was vastgesteld dat dit het middelpunt van de aarde was. Een dergelijke mythevorming doet hoge verwachtingen wekken van deze plaats. En deze verwachtingen werden niet beschaamd. Wie opklimt in het berglandschap boven de Golf van Corinthe komt uiteindelijk op de zuidhelling van de hoge Parnassus in het indrukwekkende tempelcomplex van het heiligdom van Apollo, de god van muziek en zang en de god van de voorspelling.

Eeuwenlang trokken vanuit de hele antieke wereld mensen naar Delphi om het orakel van Apollo te raadplegen, dat werd uitgesproken door een voorspellende profetes, de Pythia. Haar  orakel bestond uit onverstaanbare klanken, die door de priesters in dichtvorm werden gegoten en geïnterpreteerd. De algemene lijn van hun uitspraken werd gekarakteriseerd door de in de tempel aangebrachte spreuken: Ken u-zelf, en: Niets bovenmate. Woorden die aansporen tot bezinning en manen tot matiging. Woorden die ook in onze tijd nog niets aan zeggingskracht hebben ingeboet. Want al zullen wij niet spoedig geneigd zijn om orakels te raadplegen, de evenwichtigheid van deze woorden spreekt nog altijd aan.

Zelfkennis en matiging kunnen ons helpen bij het vinden van een nieuwe balans. Het is telkens weer nodig om meer inzicht te krijgen in onze diepere beweegredenen, juist als botsende belangen of elkaar weerstrevende gevoelens ons in verwarring hebben gebracht. Zo’n bezoek aan een plek waar eeuwenlang mensen naar dat diepere inzicht hebben gezocht, kan je op zijn minst weer helpen je eigen problemen te relativeren en de vragen van onze tijd in een wijder perspectief te plaatsen. Het geeft je een gevoel van niet alleen te staan in je onrust en zorg om het bestaan, maar verbindt je met andere mensen en andere tijden die ook voor dezelfde vragen hebben gestaan als waar wij mee worstelen.

Iets van die bevrijdende herkenning ervaar ik ook altijd bij het lezen van het Bijbelboek Prediker. Juist in de woorden die wij zojuist lazen klinkt iets van die spreuken in Apollo’s tempel door: ‘Niets bovenmate’. We kunnen ons nog zozeer inspannen en nog zover willen reiken, het pakt altijd weer anders uit. Ik citeer: ‘Wees daarom niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten? Maar gedraag je ook niet al te onrechtvaardig en wees niet overmatig dwaas. Waarom zou je sterven voor je tijd? Houd het ene vast en laat het andere niet los. Dat is het beste, want wie ontzag voor God heeft, houdt het juiste midden’.

Pleit Prediker hier voor het koesteren van een comfortabele middenpositie? Of brengt juist ontzag voor een hogere macht hem tot deze uitspraak? ‘Wie ontzag heeft voor God, houdt het juiste midden’. Of is pleiten voor het midden een kwestie van lafheid? Van niet te durven kiezen, noch voor de ene, noch voor de andere kant? Of valt wie een middenpositie inneemt te verwijten, dat hij zich niet echt wil inzetten voor een zaak, die weleens te veel gevraagd zou kunnen zijn? Ik denk dat Prediker dit verwijt in ieder geval niet treft: als er iemand voluit heeft geleefd, dan wel hij. Als er iemand grote dingen heeft gedaan, rijkdom heeft gekend, maar ook onderdrukking en ontbering heeft meegemaakt, dan wel hij.

Prediker spreekt met het gezag van de doorleefdheid: ‘Dit heb ik in mijn leeg bestaan gezien: een rechtvaardig mens gaat aan zijn rechtvaardigheid ten onder, een onrechtvaardig mens leeft lang ondanks zijn slechte daden’. Het is ongelijk verdeeld op de wereld, of je je nu links, dan wel rechts of precies in het midden bevindt. Allen treft eenzelfde lot, zegt Prediker, ook al zijn ieders lotgevallen nog zo verschillend  –  allen treft eenzelfde lot, want alle mensen moeten sterven. Daarom is het zaak, dat wij zo onze dagen leren tellen, dat wij een wijs hart bekomen, maar ook dat wij onze kansen grijpen  –  dit alles vanuit het besef dat ons weliswaar tijd van leven wordt gegeven, maar ook dat elke dag de laatste zou kunnen zijn.

Op de wijzerplaat van Berlage’s Beurs hier in Amsterdam staan die veelzeggende spreuken: ‘beidt uw tijd‘ en ‘duur uw uur‘. Het zijn woorden die ons evenzeer manen tot geduld en bezinning als tot actie en volharding  –  want de tijd gaat onverbiddelijk voort. Wie op het juiste moment tot de zaken komt die van die mens worden verwacht en door die mens moeten worden gedaan, mag zich achteraf gelukkig prijzen  –  maar van tevoren weten wij dat juiste ogenblik nooit. De dichter van Psalm 90 (vers 12) bidt dan ook: ‘Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen’.

Gods heerschappij van liefde en gerechtigheid leren wij eerst kennen, als wij ons bewust worden van onze diepste drijfveren. Ken u-zelf! Wil weten waar je goed in bent, maar erken ook je beperkingen. Wie ontzag heeft voor God, houdt het juiste midden! Tussen het ene uiterste van de vertwijfeling en het andere uiterste van de overmoed ligt het juiste midden van het zelfvertrouwen, van de fijngevoeligheid, die ons doet onderscheiden ‘waarop het werkelijk aankomt’ (Filipp. 2: 4). Telkens gaat het weer om het vinden van een nieuwe balans: tussen afstand en betrokkenheid tot de ander; tussen zelfvertrouwen en zelfoverschatting, tussen zelfmedelijden en reëel verdriet. Dit juiste midden vinden wij niet buiten Hem om, die ons zegt: ken jezelf, doe in niets teveel, wees in geen ding bezorgd, ‘maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus’ (Filipp.4: 6,7).
Amen.