ds. Arianne Geudeke (Wilnis): ‘Dit zijn de namen’, n.a.v. Exodus 1: 1a

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 11 september 2019  *

Voorganger: Ds. Arianne Geudeke (Wilnis)

Meditatie: Dit zijn de namen … n.a.v. Exodus 1: 1a

Met grote blijdschap  –  Met innige genegenheid  –  Met diep respect  –  Met trots …
Noemen wij de namen van onze ouders, onze kinderen, onze geliefden, bij geboorte, bij doop, bij jubilea, bij dood.

Een naam is als een huis, waarin je woont, waarin je veilig bent. Een naam zegt wie je bent. Wie je wilt zijn.

Bij het bericht van overlijden, vorige maand, van prinses Christina, viel me op dat weer werd opgehaald hoe zij als jonge vrouw een andere naam koos. Maria Christina waren haar doopnamen, Marijke haar roepnaam, maar zij wilde liever Christina genoemd worden. Een naam die haar, voor haar gevoel, beter paste.

Een naam is belangrijk voor ons. Met zorg kiezen wij een naam voor ons kind. Bewust kiezen wij welke naam wij gaan dragen bij een huwelijk.
Wij vinden het vervelend als onze naam verkeerd gespeld of uitgesproken wordt, nog naarder als een naam niet meer genoemd, vergeten wordt.
Een naam, dat ben je zelf. Een naam maakt verschil. Een naam doet ertoe.

Dit zijn de namen ….
Zo begint het tweede bijbelboek.

Exodus, noemen wij dit boek. Het woord exodus komt uit de griekse vertaling van de bijbel en betekent ‘uittocht’.
Deze titel verwijst naar de rode draad in de verhalen uit het boek: de uittocht, de bevrijding van het volk Israel uit Egypte.

In de hebreeuwse bijbel heet het tweede bijbelboek anders nl. Sjemot. Dat betekent ‘namen’. Deze titel verwijst naar de eerste Hebreeuwse woorden van het boek: ‘Dit zijn de namen van …’
‘Als het beestje maar een naampje heeft,’ denkt u misschien. Wat maakt een titel uit? Wat doet een naam ertoe?

Daarover gaat precies het eerste hoofdstuk van dit tweede bijbelboek. Over mensen die bij name genoemd worden. Over mensen die zonder naam bleven.

Dit zijn de namen van ….
En dan worden er namen genoemd van mensen die lang geleden leefden en al lang geleden stierven .… Maar hun namen staan geschreven in de handpalmen van de Eeuwige.

Dit zijn de namen van de zonen van Israel:
Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issachar, Zebulon, Benjamin, Dan, Naftali, Gad, Aser, Jozef.

Tegenover deze mensen, dit volk van Israël, bij name gekend en genoemd, vertelt de schijver van Sjemot of Exodus, zo u wilt, over een ander volk dat in Egypte woont. En over een nieuwe koning, over slavendrijvers, maar van geen van hèn worden namen genoemd, alsof ze er niet toe doen.

Ze kunnen van alles verzinnen om het volk met name genoemd, het volk dat de Naam van de Eeuwige draagt en hooghoudt, te vernietigen door mannen af te beulen, door vrouwen hun kinderen af te pakken, maar ze krijgen geen naam, ze raken in de vergetelheid, ze maken geen verschil, uiteindelijk doen ze er niet toe.

Maar let op, als er weer namen genoemd worden …
De koning gelastte de hebreeuwse vroedvrouwen – Sifra en Pua geheten – het volgende:
Als u de hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, let dan goed op het geslacht van het kind. Als het een jongen is, moet u hem doden, is het een meisje dan mag het blijven leven. Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor God en deden niet wat de koning van Egypte hen had opgedragen; ze lieten de jongetjes in leven.

Dit zijn de namen .… Sifra en Pua, Schoonheid en Schittering.
Zij worden bij name genoemd. Omdat ze ontzag hadden voor de Ene Naam.
Omdat ze zijn naam, die liefde is en leven, hooghielden.
Hun namen worden genoemd tot op de dag van vandaag. Sifra en Pua, Schoonheid en Schittering

En we hoeven helemaal niet ver door te lezen in dit boek Uittocht of Namen.
Duidelijk wordt hoe belangrijk namen zijn. In hoofdstuk 2 gaat het over Mozes. Zijn naam vertelt zijn verhaal ‘ik heb hem uit het water gehaald’ betekent zijn naam.

En in hoofdstuk 3 vraagt Mozes naar de naam van God. “Wat moet ik zeggen, als zij mij vragen naar uw naam?”
Toen antwoordde God hem: “Ik ben die er zijn zal.
Zeg tegen de Israëlieten: ”IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.

Wat een naam! Naam boven alle namen.
Wat een ruimte, wat een belofte.
Ik zal er zijn. Ik ben er voor jou.

Ik eindig met een geloofsbelijdenis van Huub Oosterhuis. De titel is:

Negenentwintig namen voor Jezus van Nazareth

Dit zijn de namen .…

Naaste. Vreemde. Jood. Zaad. Boom aan de bron. Bruidegom. Weg. Droom van een mens. Deur open. Hoeksteen. Sleutel. Leeuw van Juda. Lam. Gerechte. Herder. Parel. Twijgje. Vis. Brood. Woord. Wijnstok. Zoon van. God. Knecht. Stromen levend water. Morgenster. Koploper. Enige. Onzegbaar gezegde.

Wat een ruimte! Wat een belofte!

Kies een naam die jou raakt, waar jij je veilig bij voelt, waar je verder mee kunt; een naam op je lippen, een naam in je hart.

Amen


GEBED

Met grote liefde
In stil verdriet
In innige verbondenheid
Met grote zorg
Vol dankbaarheid

noemen wij U
in de stilte van ons hart
de namen van hen
om wie wij geven
met wie wij leven
voor wie wij zorgen
die ons voorgingen

Wij danken U
dat U ons bij name kent
dat onze namen geschreven staan
in de palm van uw hand
dat wij uw Naam hooghouden
en aanbidden,

Zo bidden wij U
in ons lied, in ons leven
in ons geloven, hopen en liefhebben
in Jezus’ naam.
Amen