ds. Erick Versloot (Mijdrecht): “Voor hen die ons regeren”, n.a.v. 1 Timotheüs 2: 1-6

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 18 september 2019  *

Ds Erick Versloot (Mijdrecht)

Voor hen die ons regeren“, n.a.v. 1 Timotheüs 2: 1 – 6

Gemeente van de levende Heer Jezus Christus,

We beginnen waar de kroonbede mee eindigt, elk jaar.

Koning Willem-Alexander beëindigde de Troonrede met de woorden: “U mag zich daarbij gesteund weten door het besef dat velen U wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor U bidden.
Dat is precies wat Paulus een kleine 2000 jaar geleden schreef aan Timotheüs.
Bid voor alle koningen en gezagsdragers. Dat is wat wij ook hier vandaag doen.
We doen dat met de woorden van Tom Naastepad (Nieuwe Liedboek Lied 994)

Voor hen die ons regeren,
de hoofden van het land,
bidden wij God de Here
om ootmoed en verstand,
dat zij bewaren hecht en recht
al de getuigenissen,
die ons zijn aangezegd

De sterken, die bewaken
de wegen met hun woord:
dat zij ook zullen dragen
de zwakken in de poort,
want hoofd en lichaam zijn in pijn
en niemand wordt behouden,
als dié verlaten zijn!

Wij bidden ook om vrede,
de aftocht van geweld:
Heer, dat wij niet vergeten,
hoe Gij de namen telt,
bewaar het land voor overmoed
en voor het blinde razen,
de stemmen van het bloed.

O God, Gij moet regeren
tegen het onverstand:
wij dienen vele heren
tot schade van het land.
Gij zijt genade, uw bevel
doet leven en vergeven,
o God van Israël.

Bidden voor de gezagsdragers. Makkelijker is het om er op te schimpen of te schelden. En soms ook terecht – we zouden er toch allemaal op vooruit gaan, was ons toch beloofd?
En weet u nog – dat kwartje van Kok op de benzine. ‘Als het niet meer nodig is, krijgt u het terug’. We wachten nog steeds geduldig af en betalen rustig door.
Alles is politiek, maar politiek is niet alles, zei een bekende theoloog ooit.
En gelijk had -ie. ­Als je op een feestje komt en de politiek komt ter sprake – dan moet je oppassen… De sfeer is zomaar verziekt.

Soms bezwijken we voor de verleiding om de wereldproblematiek op te kunnen lossen in één ogenblik.
HOE kun je in Gods naam over de politiek spreken?!

Soms stel ik in een gesprek voor dan maar eens Lied 994 te bidden of te zingen. Want als je bidt voor hen die ons regeren, ga je er anders over spreken.
Tom Naastepad schreef dit lied in 1966 – de tijd waarin van alles op losse schroeven stond, democratie en inspraak als toverwoorden klonken en de gevestigde orde op haar grondvesten schudde.

“De tekst van dit lied gaat uit van de veronderstelling dat er nu eenmaal van hogerhand bestuurd en beschikt moet worden om het leven tot een samenleving te maken, en dat het tot de menselijke mogelijkheden behoort dat dit goedschiks gebeurt,” aldus de dichter van dit lied.

Voor hen die ons regeren,
de hoofden van het land,
bidden wij God de Here
om ootmoed en verstand…

Hier wordt om te beginnen duidelijk gezegd dat het om mensen gaat, en niet om instituten. We kunnen macht anonimiseren en – pas op – dan makkelijk demoniseren: dan gaat het over DE overheid, DE macht, DE instituten.

Maar – het zijn mensen die over mensen regeren. In alle verscheidenheid. Het gaat niet om ‘het’ hoofd van ons land, maar in het meervoud, om ‘hoofden’. Je kunt er ook ambtenaren bij rekenen, journalisten, bedrijfsleiders, bankiers en niet te vergeten in onze tijd: de moderne media, de opiniemakers, de bloggers, vloggers en twitteraars.
Voor hen bidden wij om ootmoed en verstand.
Dat betekent dat we erkennen dat regeren moeilijk is. En ook al kiezen mensen daar zelf voor – en worden ze gekozen – je bidt om verstand voor de mensen die deze moeilijke taken willen vervullen.

Nog persoonlijker is het gebed om ootmoed.
Dat veronderstelt dat het innemen van een regerende positie gevaarlijk voor je ziel is.
Mijn grootmoeder groeide op met koopmannen in haar omgeving. Daar waar het ook gaat om macht en geld. Zij rijmde daarop: een glimmende gladgestreken kiel, maar een bedorven ziel.

Of zoals een Romeins veldheer ooit sprak: twee dingen zijn begerenswaardig in het leven: liefde en macht en geen bezit beide.

Er dreigt op hoge posities niet alleen vervreemding van de werkelijkheid maar meer nog: vervreemding van jezelf, van God, van menselijkheid. Ook daarvan kun je zeggen: ze hebben er zelf voor gekozen.
Maar ook hier blijf je hen gedenken in het gebed om ootmoed.
En het gebed gaat nog verder – ook wijzelf komen in beeld. Wij blijven zelf niet buitenspel…

O God, Gij moet regeren tegen het onverstand:
wij dienen vele heren tot schade van het land.

Mensen kunnen dingen onverstandig doen. Maar als we in de verwarring en zorg daarover gaan roepen, biedt dit lied een onverwacht moment van inkeer en zelfreflectie.

Mensen die bidden, stellen zich niet als rechter op, maar zeggen: wij zijn erbij betrokken, het onverstand woont ook in ons. Wij zijn zelf betrokken in de komedie en tragedie van het politieke leven. Tegenover onze Heer belijd je je eigen schuldige betrokkenheid: wij dienen vele heren. En zo doen wij mee met het slechte imago en de wanprestaties van de politiek: tot schade van het land.

Te midden van alle geroep over democratie en de verheerlijking van identiteiten bewaart degene die bidt nuchterheid. Een nuchterheid die in God is gegrond.

Gij zijt genade! Uw bevel doet leven en vergeven, o God van Israël.

Zo bidden wij voor hen die ons regeren. Paulus riep ons ertoe op, wij geven gehoor. Maarten Luther zei het zo: zoals een schoenmaker schoenen maakt, zo moet een christen bidden, dat is zijn vak.
God hoort ons gebed, hoe God het verhoort is aan God zelf.

Maar bidden verandert ook onszelf –

Een verhaal, verteld door Eli Wiesel:
Een rechtvaardige man kwam naar Sodom, vastbesloten om de inwoners van zonde en straf te redden. Dag en nacht liep hij door de straten en op de pleinen en protesteerde tegen hebzucht en diefstal, leugen en apathie. In het begin luisterden de mensen en glimlachten ironisch.
Toen luisterden ze niet meer; ze vonden hem zelfs niet grappig meer. De moordenaars bleven moorden, de wijzen zwegen alsof er geen Rechtvaardige in hun midden was.
Op een dag kwam een kind dat medelijden had met de ongelukkige leraar naar hem toe en zei: ‘Arme vreemdeling, je roept, je schreeuwt, zie je dan niet dat het hopeloos is?’ ‘Ja, ik zie het,’ antwoordde de Rechtvaardige. ‘Waarom ga je dan door?’ ‘Dat zal ik je zeggen. In het begin dacht ik, dat ik de mensen kon veranderen. Vandaag weet ik, dat ik dat niet kan. Ik roep vandaag nog en ik schreeuw, omdat ik de mensen wil verhinderen, dat zij tenslotte míj zullen veranderen…’.

Bidden – laat je anders kijken, handelen, het verandert ook jezelf.
Bidden is ook opkomen voor recht en gerechtigheid: bidden en werken.
De wereld de goede kant op bidden, zingen – het kán!

Plaats een reactie