ds. Joost Röselaers (Amsterdam): ‘De (kwetsbare) vreugde van kerst’, n.a.v. Sefanja 3: 14-20

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 4 december 2019  *

ds. Joost Röselaers (Amsterdam)

De (kwetsbare) vreugde van kerst‘, n.a.v. Sefanja 3: 14-20

De Kersttijd is de tijd van Ebenezer Scrooge. Binnenkort zal hij weer veelvuldig verschijnen op onze schermen, in één van de vele verfilmingen van ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens.
Ebenezer Scrooge is de vrek, die staat voor alles, wat de vreugde van het Kerstfeest in de weg staat. Deze man leeft maar voor één ding en dat is: geld. Al het andere (en alle anderen) moeten daarvoor wijken.
Maar dan komt de Kerstnacht en komt onze Scrooge door een aantal dromen tot inkeer.
Door schade en schande leert hij wat vreugde is. En pas door een crisis heen hervindt hij de blijdschap in zijn leven.
Ik herken wel iets van mijzelf in Scrooge. En vooral dit aspect: je kunt iemand niet tot vreugde dwingen.

Vreugde is iets, dat je zelf moet ervaren en leren: misschien wel door schade en schande.
Als je droevig bent, of als jij je somber voelt, dan helpt het niet, als iemand tegen je zegt: ‘Wees nou gewoon gelukkig!’; ‘Wees blij: je hebt jouw kinderen toch!’; ‘Wees blij: je bent nog jong!’ ‘Wees blij: jij hebt tenminste werk, een huis, en eten!’
U zult het wellicht herkennen: dit soort uitspraken werkt bij mij eerder averechts. En dat maakt dat de lezing van vandaag ook iets lastigs in zich heeft. Het regent namelijk van imperatieven, die opdragen om blij te zijn.

Sefanja begint immers als volgt: ‘Jubel, dochter van Sion! Zing van vreugde, Israel! Juich met heel jouw hart, vrouwe Jerusalem! Het is een tekst vol uitroeptekens, en vol uitroepgeloof: ‘Wees blij!’ Het klinkt absoluut prachtig: om blij te zijn, en volop gelukkig, en om geen enkele zorgen te kennen. Maar wat moeten wij doen, als wij daar niet toe in staat zijn? Wat moeten wij doen, als blijdschap geen werkelijke blijdschap meer is: als de Ebenezer Scrooge-in-ons : de ware vreugde in de weg staat?

De sceptische stem van deze Scrooge verschijnt in verschillende gestalten – en dan doel ik op Scrooge zoals hij was, voordat hij ging dromen. Hij verbond vreugde met materie. Maar dan is het geen echte vreugde. En het is altijd van korte duur. Eén van de Scrooge-verschijningen uit onze tijd is te vinden in ons eten en drinken: chocola eten, of wijn drinken.
In deze Kersttijden gaan we wat dat betreft veel vreugde tegemoet. Wij krijgen dezer dagen heel wat gelukstofjes binnen. En als het teveel is, dan joggen wij het er na Kerst gelukzalig weer af.
Dat heet een win-win situatie. Er is alle reden tot vreugde, en ik (de mens) ben er zelf de oorzaak van.
De Scrooge in onze dagen leert ons: een mens is het instrument van zijn eigen geluk. Ik beschrijf hier een instrumentalistische en ietwat cynische kijk op geluk. Ik besef echter, dat ik er geen recht mee doe aan de Scrooge van Dickens, nadat hij de vreugde heeft ervaren in zijn dromen. Want Dickens laat Scrooge niet blijdschap ervaren: door stofjes te activeren in zijn brein; door te eten, en door te sporten.
Nee: Dickens laat Scrooge in zijn dromen wijzen op mensen om hem heen. Er verschijnen namelijk allerlei mensen in zijn dromen. Uit het verleden duikt zijn vader op. En vervolgens, zijn overleden zus. Uit het heden verschijnt zijn neef, en ook een arme bekende: Tiny Tim.
En uit de toekomst verschijnen allerlei mensen, die geen tranen zullen laten om zijn dood.
En hij beseft: dit zijn allemaal mensen die hem gelukkig hadden kunnen maken, maar zij deden het niet. Of zij konden het niet.
Het zijn trouwens ook mensen, die hij (op zijn beurt) blij had kunnen maken. Maar hij liet het na. Hij was teveel met zichzelf bezig.

Telkens draait het om de relatie met de ander, en Sefanja is Dickens daarin voorgegaan: Zijn er mensen die wij blij maken? Of mensen die ons blij maken? Klagen: daar zijn wij over het algemeen wel goed in. Mopperen, trouwens ook.
Maar hoe vaak gebeurt het echt, dat wij tegen iemand zeggen: ‘ik ben blij met je!’ ? En hoe vaak zegt iemand anders dat tegen ons?
‘Ik ben blij dat jij er bent. Ik ben blij met jouw eenvoud, jouw creativiteit, met jouw humor; ik ben blij met de vuilniszakken die je (meestal) buiten zet.’
Of, als je het breder trekt: ‘Ik ben blij met het land, waar ik woon. Ik verheug mij over mijn stad. Wij konden het slechter hebben met elkaar.‘
Blijdschap over de ander: dat is wat Sefanja ‘ware blijdschap’ noemt. En deze blijdschap verwijst naar iets, dat groter is dan onszelf.
Achter het gezicht van de mens, waar wij ons over verheugen, is altijd ook het aangezicht van God te zien. En dat is precies, wat wij straks vieren met Kerst.

Wij verheugen ons, over de nabijheid van een kind, dat net is geboren. En in dat kind wordt ook de nabijheid van God voelbaar. Sefanja kon wel dromen van zo’n nabije God en dat deed hij dan ook: ‘De Heer, jouw God, zal in jouw midden zijn’.

En misschien durven wij wel mee te dromen met Sefanja: ook al zijn wij soms het dromen verleerd, net als Ebenezer Scrooge, en schrikken wij ruw wakker van geweld in Syrië en Irak, of van onze eigen hardheid en onhandigheid.
En daarom zijn wij misschien ook hier: op zoek naar die droom en verlangend naar een glimp van vreugde.
‘Wees blij, en zing van vreugde!’ Het is absoluut een vreemde opdracht, van Sefanja. En we zitten er lang niet altijd op te wachten. Maar het is zeker geen onmogelijke opdracht.
Want ware blijdschap wordt ons aangereikt in het aangezicht van de ander. En misschien zijn wij het zelf wel. Want het kind kan in ieder mens geboren worden. Verheugt u daarom over de Heer, altijd!
Amen

Gebed
Wij willen U danken, God, omdat U ons nabij wil zijn: een God: thuis, tussen de mensen. Een vriendelijk licht, dat de donkere nachten en dagen verdragen kan.
Een goede reden, om ten diepste verheugd te zijn en om zelf ook onze stem te verheffen.
Wij danken U, voor Uw zoon: die altijd daar was, waar de mensen zijn. Hij bracht bij velen de glans terug over hun doffe leven. Hij is trouw gebleven aan de wereld, ten dode toe. En zo heeft hij de weg geopend naar een nieuw leven.
Wij willen bidden voor vluchtelingen, hier en overal. Voor daklozen, in deze koude maanden. Wij bidden voor hen, die opzien tegen Kerstmis. Voor hen die niet kunnen delen in de vreugde.
In stilte leggen wij U voor wat niemand anders voor ons kan verwoorden…

Al onze gebeden vatten wij samen met de woorden die Jezus ons leerde…[ Onze Vader … ]