ds. Margriet van der Kooi: “Schaduw aan je rechterhand” n.a.v. Psalm 121

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 3 februari 2016  *

Voorganger: ds. Margriet van der Kooi, Driebergen

“Schaduw aan je rechterhand” n.a.v. Psalm 121

We lezen een psalm die een van de meest bekende is. Ik nodig u uit om ernaar te luisteren alsof u hem voor het eerst hoort. Het is een psalm die steeds opnieuw in alle tijden door mensen gezegd wordt, overal waar mensen met elkaar onderweg en in gesprek zijn, waar mensen overweldigd worden door grote vreugde of grote schrik, waar mensen diep adem halen voor een volgend stuk van hun weg, en zeggen: `O! Als een berg zie ik op tegen wat komt!’ of juist: kijk omhoog, dan weet je waar je het zoeken moet’. Ik denk aan The Sound of Music, waar een jonge vrouw moed verzamelt om een volgende stap te doen, en de moeder overste haar aanmoedigt: `ga maar, beklim de berg die je beklimmen moet, climb every mountain’. In deze psalm is er één pelgrim die met een vraag begint, en hij heeft het geluk dat hij andere pelgrims om zich heen heeft, die een antwoord geven waardoor hij een volgende stap kan maken. Vraag en antwoord: psalm 121

1. Een bedevaartslied.
Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen?

2. Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft. 3. Hij zal niet toelaten, dat uw voet wankelt, uw Bewaarder zal niet sluimeren. 4. Zie, de Bewaarder van Israel sluimert noch slaapt. 5. De Here is uw Bewaarder, de Here is uw schaduw aan uw rechterhand. 6. De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts. 7. De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren. 8. De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.

Schaduw aan je rechterhand

Mijn man brengt me de telefoon. ‘De receptie van je ziekenhuis’.
Het is de vriendin van een vrouw die ik lang geleden ontmoette.
`Het gaat slecht met Alexandra. Het is lang geleden dat jullie elkaar ontmoetten. Ze heeft iemand nodig die met haar bidt. Ze heeft naar je gevraagd. En misschien wil je haar begrafenis leiden’.
Ik aarzel. Ik moet eerst zeker weten dat ik geen collega voor de voeten loop. Van mijn baas mag ik geen uitvaarten doen in ziekenhuistijd. Dat is terecht: met aandacht en liefde een uitvaart begeleiden vraagt veel tijd, en die tijd is voor binnen het ziekenhuis.
Als ik neerleg is er een afspraak gemaakt. Ik heb nog een andere Baas en er zijn veel uren in een week.
De volgende dag bel ik aan, en drink eerst koffie in de keuken met Alexandra’s dierbaren. Die zijn met velen, steeds als ik er kom ontmoet ik weer anderen uit haar kring. Er wordt van haar gehouden. Dat hoor ik ook van haar terug als ik eenmaal naast haar bed zit. `Hoe heeft het leven, hoe heeft God je handen gevuld, Xandra?’ vraag ik. Want de balans wordt opgemaakt.

Het ergste dat ik ooit in mijn werk als ziekenhuispastor heb moeten doen was het optrekken met een vrouw die vertelde dat er niemand om haar huilen zou. Ze had een ziekte ten dode, en het moeilijkste in haar laatste dagen vond ze dat ze zoveel bedorven had in haar leven. `Ik kon niet leven en ik kan niet sterven’.
Niemand zou om haar huilen, en dat was ook zo. Er waren een man en kinderen, maar ze had hen van zich vervreemd. Op de gang zei haar dochter: `Ze had altijd kritiek, het was nooit goed, ik had het gevoel dat ze ons haatte, ons en het leven dat ze met ons had. Ze was iemand die nooit kinderen had moeten krijgen, dan had ze een flamboyant leven kunnen leven. Nu zat ze vast aan ons. U gelooft niet hoe het er bij ons thuis aan toe ging. In de etalage smeet ze met geld, maar binnen vrekkig, zelden een warme maaltijd, kapotte kleren, geen verwarming aan. In deze tijd had ze een beroep gekozen, en ze was vast ver gekomen, want talenten had ze wel. Maar niet om voor mensen te zorgen en van hen te houden’.

Om Xandra heen waren velen die van haar hielden. Ze deed haar naam eer aan: ze gold als iemand die om mensen gaf, een weldoenster in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Ze had haar handen gevuld door lief te hebben en recht te doen en te wandelen met haar God. In de eigen kerkgemeenschap had ze zich niet kunnen vinden. Een bijbel lag onder handbereik.
`Hoe heb je iets gemerkt in je leven van God?’ vroeg ik.
`O…zo vaak…maar God is niet opgesloten binnen de muren van een gebouw’ zei ze.
`Er wordt verteld dat in zijn Huis zijn veel woningen zijn’, zei ik. `Vertel eens, hoe heb jij iets van hem gemerkt?’

Ze vertelde hoe ze als jonge studente in een verre stad zo’n heimwee had naar huis. Dat was lang geleden. Hoe ze het liefst elk weekend naar huis, naar haar ouders zou zijn gegaan, maar dat dat niet mogelijk was. Heimwee is vreselijk, het knaagt je hart en levenslust aan.
Toen was daar ineens de gewaarwording geweest van een liefdevolle presente God. `Rechts schuin achter me’.
`Is dat belangrijk, dat het rechts van je was, dat je dat erbij vertelt?’
`Ja, want ik weet het nog zo goed, ik voel het weer als ik erover spreek, als een soort schaduwbeeld, nabij en veilig’.
Ik pakte de Bijbel, en sloeg op bij de psalm, de 121e: `De HERE is uw Bewaarder, de HERE is uw schaduw aan uw rechterhand’.
`Stáát dat daar?’

Voor mij als pastor zijn dit de beste momenten. Een mensenkind wordt iets gewaar van de God van Israël. Zij vertelt, ik luister. Ik vraag, zij ontsluit een levensgeheim. We knikken elkaar niet alleen toe: ‘móói!’. Er gebeurt veel meer dan dat: de ervaring van ooit wordt verbonden met een stem van lang geleden, waarin iemand zegt: je hoeft niet als een berg op te zien tegen wat komt. Het is de God van Israël die je zal behoeden en bewaren. Hij zal je ziel bewaren. Hij is je schaduw aan je rechterhand.
Zo is Xandra’s opmerkzame herinnering geankerd, en dat blijkt een bodem. We verheugen ons, we zijn niet sprakeloos. Er gebeurt veel goedheid onder Gods zon.

U wens ik toe dat u die schaduw, die nabijheid, gewaarwordt en dat u daarop let. Dan is het beter mogelijk om de bergen tegemoet te gaan.

Reacties ( 2 )

  1. Beantwoorden
    Jan Heeren says:

    Ben zo blij je stem weer te horen en terug te denken aan die keren dat je aan mijn bed zat en je me bemoedigde en aanmoedigde en dat je ook iemand gestuurd had waarmee ik kon praten en zelfs zingen. De zondagen dat je me meenam om de diensten te kunnen bijwonen, nog hartelijk dank voor je liefde en aanwezigheid, het heeft me veel gedaan. Ben ondertussen gescheiden er is veel gebeurd in mijn leven, maar de Heer is en blijft de schaduw aan mijn rechterzijde. Hij brengt mij thuis.
    Nieuw adres: ———————– 2404 VJ Alphen aan den Rijn. De Heer zegene en behoede je……

  2. Beantwoorden
    Tanja J. says:

    Mooi getuigenis! Ik vind psalm 121 één van de moeilijkste psalmen, omdat er zo duidelijk staat dat ‘niets je zal overkomen’. De realiteit is vaak anders. Hoe moet je dat lezen?? Ik zocht naar een goede verklaring. Maar ‘de schaduw’ is zeker ook realiteit en goed om vast te houden!

Plaats een reactie