evangelist Jurjen ten Brinke (Amsterdam-Noord): Gods antwoord als alles tegen zit, n.a.v. Job 38 : 1-7

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 12 februari 2020  *

Voorganger: Evangelist Jurjen ten Brinke (Amsterdam-Noord)

Meditatie: Gods antwoord als alles tegen zit, n.a.v. Job 38 : 1-7

Er zijn van die dagen… dat echt àlles tegenzit. Het wordt wel de ‘wet van Murphy’ genoemd: Alles wat fout kán gaan, dat gáát ook fout.

Wel heftig. Het zijn van die momenten dat je bijna niet meer kunt relativeren en dat je vertwijfeld je handen in de lucht gooit. Hoe kan dit?! Of, wat cynischer: “Dit kan er óók nog wel bij.”

Als je dat gevoel wel eens hebt, dan kun je je een héél klein beetje inleven in Job. Job, over wie in het Oude Testament verteld wordt dat hij extreem rijk was, het helemaal ‘voor mekaar’ had en God eerde. En het bijzondere van het Bijbel­boek Job is dat we er een kijkje achter de schermen krijgen. Satan blijkt in de hemel te zijn langs geweest en hij heeft van God de uitdagende vraag gekregen of hij Job kent: ‘Niemand op aarde is als hij; zo onberispelijk.’ En satan antwoordt dat hij dat wel snapt, omdat Job rijk is en alles heeft wat zijn hartje begeert. Dan is geloof in God niet moeilijk! Misschien ken je het verhaal, maar satan krijgt toestemming van God om Job alles af te nemen. Zijn vee wordt gestolen, een bliksem uit de hemel doodt hele kuddes én herders en een hevige storm laat het huis waar Jobs kinderen een feest vieren instorten. Alles is weg, allen zijn dood. En alsof het nog niet genoeg is… wordt Job ernstig ziek, boordevol zweren. Zijn vrouw heeft een antwoord als hij daar ellendig zit te zijn: ‘Vervloek God en sterf.’

Er komen vier vrienden langs. En zij doen wat vrienden moeten doen. Ze komen bij Job zitten en… houden hun mond. Gelukkig maar. Want wat zou je moeten zeggen!? Mensen zoeken soms veel te snel en makkelijk naar antwoorden. Maar die zijn hier niet. Het is één grote ellendige bedoening. Job lijdt vreselijk.
En dan… vervloekt Job de dag van zijn geboorte. En blijkt hij er helemaal klaar mee te zijn. Dat is de opmaat voor zijn vrienden. Zij gaan nu ook een duit in het zakje doen. En tal van oplossingen op het vraagstuk van het lijden passeren de revue. ‘Job, je moet wel gezondigd hebben. Job, denk nog eens goed na: wat is er misgegaan. Job, het kan niet waar zijn dat God je zomaar straft. Job, wij kun
­nen God niet narekenen.

En dat is allemaal waar. Maar wat helpt het op zo’n moment!? Waar lopen deze gesprekken nou uiteindelijk op uit? Het duurt bijna het hele Bijbelboek lang, maar Job roept God ook echt ter verantwoording. Hij is boos, teleurgesteld en… be­grijpt het niet meer. En neem het hem eens kwalijk…
In een lange reeks hoof
dstukken proberen de vrienden hem te vertellen hoe het zit en stelt Job tal van vragen aan zichzelf, aan zijn vrienden en aan God en dan, uiteindelijk, gaat God antwoorden.

Er gebeurt iets wonderlijks. Job krijgt van God vier lange hoofdstukken lang ant­woord. Maar anders dan je zou verwachten. Ik lees je een klein stukje uit het ant­woord van God aan Job:

Waar was jij toen ik de aarde grondvestte? Vertel het me, als je zoveel weet.  (38:4)
Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch? Wie strekte het meet
­lint over haar uit?  (38:5)
Waar is de weg naar de oorsprong van het licht? 
(38:19)
Wie heeft de geulen gekliefd voor de stromen? 
(38:25)
Wie verschaft de raaf zijn voedsel? 
(38:41)

Job krijgt een reeks van talloze vragen van God. Retorische vragen. Vragen waar maar één antwoord op is… je voelt het wel aan zodra God de vraag stelt.
Maar is dat niet flauw van God?
Is dat niet wat oneerlijk, om Zijn grootheid en macht tegenover de arme, zieke Job te etaleren?
Weet je, wat we hier leren zijn volgens mij twee dingen.

  1. als je vragen over je leven en Gods almacht hebt, dan mag je ze aan God stellen. Doe het!

  2. als God je gaat antwoorden, dan geeft Hij een veel gróter antwoord dan dat wat je op grond van jouw vragen zou verwachten. God geeft niet zozeer antwoord op elke individuele vraag van je, nee, God geeft Zichzelf. (…)

Job, hier ben IK. De Ik Ben Die Ik Ben. Job, Ik die deze wereld maakte, met alles wat erin is, Ik die ook jou maakte (geschapen naar Mijn beeld), Ik sta erboven.
Al snap je het niet.
En Job? Die is vervolgens stil. En belijdt dan… dat hij het verkeerd zag, door God
ter verantwoording te roepen. Job herroept zijn woorden en buigt zich voor God neer. En God… herstelt, geneest en zegent. Wauw.
Ik weet wel, het gaat niet altijd zo. Op deze manier. En Job is wél zijn eerste
kin­deren kwijt en door een hèl gegaan. Om eerlijk te zijn heb ik daar geen goede ant­woorden op; misschien zijn ze er ook niet. Maar ik zie wèl hoe God er, in alle misère, ook voor mij wil zijn en Zichzelf geeft, in plaats van allerlei antwoorden. En dat troost me.

Amen.

Plaats een reactie