evangelist Jurjen ten Brinke (Amsterdam): “Geloven: bidden en werken”, n.a.v. Handelingen 27: 21 – 26

* Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 28 augustus 2019 *

evangelist Jurjen ten Brinke (Amsterdam)

Thema: “Geloven: bidden en werken”, n.a.v. Handelingen 27: 21 – 26

Storm in je leven. Dingen die álles kunnen ontwrichten. Het overkwam mij de afgelopen periode, omdat een jonger zusje dé heftige boodschap kreeg: Uitgezaaide kanker. Je jongere zusje, moeder van vijf kinderen. Kun je tien keer dominee zijn en al heel wat mensen begraven hebben, maar dit went natuurlijk nooit.

Ik stelde mezelf weer de vraag: en nu? Hoe reageer ik daar nu op? Het geloofs­vertrouwen van mijn zusje en Gods duidelijke aanwezigheid in haar leven hielp.

Zelf moest ik denken aan het verhaal in de Bijbel dat gaat over Paulus, die onderweg is naar Rome. Dat ging per schip. Paulus is op dat moment een gevangene, samen met een grote groep anderen. Er zijn maar liefst 276 mensen aan boord. Als ze vanuit een haven verder willen varen, zegt Paulus dat het gevaarlijk is, omdat het winter- en storm­seizoen eraan komt. Maar de hoofdman van de soldaten (die de gevangenen moesten bewaken aan boord) gelooft Paulus niet en stelt meer vertrouwen in de kapitein.

Dus varen ze op zijn commando wél uit. Ze komen in een geweldige storm terecht. Volgens de Bijbel waren dagenlang de zon noch de sterren te zien (en die waren be­langrijk om richting te bepalen!). Uiteindelijk verliest iedereen elke hoop op redding. Bijna twee weken lang wordt er nauwelijks gegeten, wordt er lading overboord gezet (zodat het schip lichter wordt) en roepen allerlei mensen hun eigen goden aan. En dan lezen we dat Paulus het woord neemt, uitlegt dat ze niet hadden moeten uitvaren, maar ook dat God hem in de nacht iets heeft duidelijk gemaakt: níemand zal verdrinken.

En vervolgens concludeert hij zijn korte speech door te zeggen:
Houd dus moed, mannen, want ik stel vertrouwen in God en verwacht dat het zo zal gaan als me gezegd is. We zullen stranden op een of ander eiland. (Handelingen 27: 25,26)

Wat bijzonder! Geloven en weten dat Gods woorden zullen uitkomen. Moet je nagaan wat hier gebeurt. Paulus was waarschijnlijk de enige christen aan boord. En die heeft het lef om op de boeg van het schip te gaan staan en te vertellen dat hij heeft ge­droomd… en dat God wat wil zeggen. Daar moet je veel durf en lef voor hebben!?

Vast wel, maar iedereen is ook echt bang. Zo je wilt: de harten staan open voor een optimistische boodschap. En het goede nieuws is dat dit maar niet zomaar ‘positive thinking’ is, maar dat Paulus woorden van de Levende God citeert.

Hij weet zeker dat iedereen veilig aan wal komt. En tegelijk is er een les: ja, we komen levend aan wal, maar hoe we daar komen, dat weet ik niet. Op één of ander eiland, staat er. (En zo staat het ook in de grondtaal en in andere talen waarin je de Bijbel kunt lezen.) Met andere woorden: hoe het precies gaat? Geen idee.

‘Op één of ander eiland.’ Je mag geloof en vertrouwen hebben dat het goed komt, we worden er toe opgeroepen, maar… je moet je niet laten verleiden tot een detail­overzicht van hoe het gaat. Dát krijg je niet. Daar is het leven te onzeker en te complex voor.

Dan komt het dus aan op vertrouwen. Geloven dat de Bijbel, het Woord van God, houvast biedt in de storm van je leven of van deze wereld. Vertrouwen dat God Zijn woord zal houden. Maar ook ‘loslaten’ hoe dat dan precies zal gaan.
En dat… is voor ons georganiseerde en vaak controlerende leven natuurlijk best heel moeilijk.

Er is nog een mooi detail: Paulus roept de mensen ook op om te eten. Want veel van hen hadden dagenlang geen hap door hun keel gekregen. Als ze straks wél moeten zwemmen, dan moeten ze natuurlijk energie genoeg hebben! Dus: geloof, vertrouw God, het komt goed (hoe dan ook) en… hupsakee, eten! Nuchter nadenken dus…

Het blijft een spannende tocht, waar mensen alsnog dreigen te sterven. Maar: uitein­delijk komen alle opvarenden van het schip zwemmend en drijvend op wrakhout aan op het eiland Malta. ‘Op één of ander eiland… stranden we. Allemaal.’

Mooi hè? Paulus stónd er. Hij kón niets in zijn eigen kracht, maar wát hij kon doen, dat deed hij. Hij vertelde over zijn God, riep op tot kalmte, geeft toe dat hij de details ook niet kent, maar zegt ook dat we ons moeten voorbereiden op wat komen gaat, dus: brood eten om sterk te worden. Geloven, bidden, werken.

En ik? En jij? Ik kijk om me heen en zie ellende en verdriet. Ik roep tot God en bid tot Hem. En vandaag wil ik tegen jou zeggen: houd moed. De wereld zucht en huilt. Het is zwaar. Ver weg, of dichtbij. Tot in je eigen familie. Tot in je eigen leven, lichaam of geest. Het is moeilijk. Een oude tegeltjeswijsheid zegt: ‘God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.’ Hoe precies… ik weet het niet.

Dezelfde Paulus schrijft in een brief, terwijl hij gevangen zit, dat Jezus Christus alles voor hem is. En dat dit in het leven geldt, maar óók als Paulus gaat sterven. Hij noemt zijn sterven ‘winst’, omdat hij dan bij God zal zijn. Dan maak je de aankomst niet hier, op deze kapotte wereld, waar niet alles in een happy end eindigt mee, maar bij God. Laat dat je troost geven!

Mijn zusje ging een operatie in.
Na 11 uur op de operatietafel waren de chirurgen klaar. Wat weggehaald kon worden, is weggehaald. En toen ze wakker werd, waren haar eerste woorden: ‘Goddank, ik leef nog. Ik mag nog een tijd voor mijn gezin zorgen.’ Veilig in Jezus armen. Nu. En ook, als die dag komt (hopelijk duurt dat nog heel lang)… straks.

Amen.

Plaats een reactie