prof. dr. Eric Cossee (Rotterdam): ‘Ik ben niet waardig om tot U te komen, maar spreek slechts één woord en mijn knecht zal gezond worden’. n.a.v. Lucas 7: 7

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 26 februari 2020  *

Voorganger: Prof.Dr. Eric Cossee (Rotterdam)

Thema: ‘Ik ben niet waardig om tot U te komen, maar spreek slechts één woord en mijn knecht zal gezond worden‘. n.a.v. Lucas 7: 7

Aswoensdag

Vandaag is het Aswoensdag, het begin van de veertigdagentijd. Deze voorbereidings­tijd op Pasen staat in het teken van bezinning en boetedoening. Het askruisje van Aswoensdag is daarvan het symbool.
De bekende dichter T.S. Eliot heeft in zijn verzen-cyclus ‘Ash Wednesday‘ deze thema­tiek verder uitgewerkt, waarbij hij het woord van de Romeinse hoofdman, gericht tot Jezus, centraal stelt: Spreek slechts één woord en mijn knecht zal gezond worden. (Lucas 7: 7). Weinig woorden zijn maar nodig, of slechts één, maar waaruit bestaat dat verlossende woord?
In het aangehaalde Bijbelgedeelte gaat het om woorden met gezag. Zoals de centurio, de Romeinse hoofdman, zich onder andermans gezag gesteld wist en zelf weer sol­daten onder zich had, zo herkende hij in Jezus de man die met goddelijk gezag spreekt en wiens woord meer weet te bewerken dan wat in eenvoudige mensentaal bereikt kan worden. Hoe het woord van Jezus zijn weg gevonden heeft, vertelt de geschiedenis niet, maar hij prijst de hoofdman om zijn fundamenteel vertrouwen in de kracht van het woord. Hij zei tot de omstanders die hem gevolgd hadden: ‘Ik zeg jullie, zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof gevonden!’ Toen de vrienden van de centurio terugkeerden naar zijn huis, troffen ze daar de slaaf in goede gezondheid aan. Het hele verhaal laat zien, dat in een noodlottige ontwikkeling soms een enkel woord een door­braak ten goede kan betekenen.

Ja, dat ene woord kan mensen soms in extase brengen. Martin Buber verhaalt in zijn Chassidische vertellingen van rabbi Sussja dat Sussja als leerling niet één les van zijn leermeester kon volhouden. Want telkens als deze een Bijbeltekst wilde uitleggen en begon met de Schriftwoorden ‘En God sprak …’, dan werd Sussja door een extase be­vangen en hij schreeuwde en bewoog zich zo wild, dat zijn leermeester niet verder kon en men Sussja naar buiten moest brengen. Daar sloeg hij dan tegen de muren en riep: ‘En God sprak …! En God sprak …! En God sprak …!’ Dat alleen al was voor Sussja voldoende om buiten zichzelf te raken van ontroering en vreugde. En hij werd pas stil als zijn leermeester ophield met zijn uitleg. Buber tekent daarbij aan: ‘Zo kwam het, dat rabbi Sussja de voordrachten van zijn meester niet kende. Maar de waarheid is, dat zeg ik u: als iemand in waarheid spreekt en een ander in waarheid opneemt, dan is één woord genoeg – met één woord kan men de wereld verheffen, met één woord kan men haar van haar zonde verlossen’. Einde citaat.

‘Maar spreek slechts één woord en mijn knecht zal gezond worden …’
De dichter T.S. Eliot heeft dit hele thema overtuigend uitgewerkt in zijn verzen-cyclus Ash Wednesday’. Aswoensdag, het begin van de lijdenstijd, tijd van bezinning en inkeer. Eliot gebruikt in dit dichtwerk een reeks opeenvolgende trappen als het beeld van de weg van de mens naar zijn bestemming. De trap verbeeldt de gedachte dat wij in ons leven omhooggaan, steeds verder komen. Maar waar komt de klimmer op uit? Eliot rekent af met de illusie, dat de mens zélf de weg naar het hogere kan vinden. Het beklimmen van de trappen betekent een oneindige inspanning, maar wat krijgt de mens te zien? Op het eerste deel van de tweede trap kijkt de ik-figuur van het gedicht naar de afgelegde weg. Hij ziet zichzelf verkrampt tegen een trapleuning, worstelend met de duivel.

Toch slaagt de klimmer erin dat beeld kwijt te raken. Op de derde trap gebeurt er van alles. Het verrassendste is een verleidelijk uitzicht op een voorjaarslandschap met een vijgenboom, meidoornbloesem en een sering. Er treedt een soort ontspanning op: ‘verstrooiing, fluitmuziek, stilstand en een stap van de geest’. Maar dan gaan deze beelden vervagen. De klimpartij komt tot een stilstand. De woorden ‘kracht boven hoop en wanhoop’ doen de klimmer uitstijgen boven het balanceren tussen hoop en wanhoop. Hij is het stijgen op de trappen overstegen.

Een beslissende wending vindt plaats als de ik-figuur zich de Bijbelwoorden eigen maakt, uitgesproken door de Romeinse hoofdman: ‘Lord, I am not worthy / Lord I am not worthy / but speak the word only’‘Heer ik ben niet waardig, Heer ik ben niet waardig, maar spreek slechts één woord’. Kennelijk beseffen de hoofdman en de ik-figuur van dit gedicht dat oneindige inspanning tevergeefs is, dat zij iets anders nodig hebben: ‘doch spreek slechts één woord ’het gaat om het woord dat genade schenkt. Hoewel wij mensen het liefst steil naar boven gaan, met uiterste inspanning van al onze krachten het allerhoogste willen bereiken, komt de verlossing juist van boven naar beneden. Hadden we dan dus net zo goed onder aan de trap kunnen blijven? Heeft werken aan onszelf dan geen zin? Soms wel, maar het heeft zijn grenzen en leidt niet altijd tot het gewenste resultaat.

Wie in religieuze zin blijft werken aan zichzelf, telkens een trap hoger wil klimmen, wenst een heilige te worden, maar eindigt steevast als fundamentalist. De wereldlijke betekenis van de trap levert ook weinig goeds op. De afgelopen eeuw heeft afdoende laten zien dat pogingen een ideale heilstaat te stichten, eindigen in een hel. Met andere woorden: het heil wordt niet door mensen bewerkt, maar door en in het woord present gesteld. En wat dat ene woord dan wel is? Waar wij het uiteindelijk kunnen vinden? Het is ‘het woord van liefde, vrede en recht / in onze eigen mond gelegd / en in ons eigen hart geschreven’. Of zoals een romantische dichter het eens zei: ‘Ja in ons ligt de kiem, het wezen van ons wezen. / Van ’t eerste wordingsuur de grond van ons bestaan. / Het onuitspreeklijk woord staat in ons hart te lezen / en Christus gaf er klanken aan’. Als wij onze diepste drijfveer volgen, dat onuitsprekelijke woord dat in ons hart te lezen staat, die onblusbare behoefte aan Gods vernieuwende liefde, dan worden de woorden bevestigd die wij straks zullen zingen:

‘Door een geheimenis omsloten,
door alle dingen uitgestoten,
gaan wij op alle dingen in.
Alleen Gods woord geeft aan ons falen,
ons rustloos zoeken en verdwalen
een onuitsprekelijke zin.’ ( naar Jan Wit, Gezang 480 vers 4).

Amen.

Plaats een reactie