commissioner Hans van Vliet (Almere): ‘De Naam van Jezus’, n.a.v. Filippenzen 2: 5-11

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 22 november 2017  *

Voorganger: Commissioner Hans van Vliet,  (Leger des Heils) Almere

De Naam van Jezus n.a.v. Filippenzen 2: 5-11

De naam die we dragen is belangrijk voor ons. De achternaam of familienaam hebben we ontvangen van de voorgaande generatie. Onze voornaam is ons gegeven. Sommigen zijn blij met hun naam, anderen vinden het lastig.
De laatste decennia is het geven van een naam ingrijpend veranderd. De vernoemingsgewoonte, die bepaalde dat een kind de naam van één van de grootouders of een tante of oom kreeg, is geen verplichting meer en tegelijkertijd leren we, vooral door de media en ook wel door buitenlandse vakanties, steeds meer ‘nieuwe’ namen kennen.
Er zijn belangrijke instituten die onderzoek doen naar onze naamgeving. Het wordt serieus bijgehouden. Hoe pijnlijk ook: namen als Marietje, Kees, Theunis, Neeltje zijn al lang uit de mode. Ook mijn naam Hans, vernoemd naar Johannes, staat niet meer in de top 100.
Het gaat vandaag om: Bo, Dea, Lente en Monk, de namen Anna en Judith zijn ook weer in. En dan praten we nog niet eens over al die mooie, maar soms moeilijke buitenlandse namen: Milan, Bruce, Tahiri, Janga of Yilmaz.

Jezus, want daar gaat het vandaag over, kreeg zijn naam dus vanwege de betekenis (“Jahweh redt“). Zijn status van verlosser was in zijn naam besloten.
We hoeven niet verbaasd te zijn, hoe en waarom Jezus zijn naam kreeg. Dit naamgevingsmotief past goed in de oude Joodse traditie.
In Jezus tijd was een gewoonte, net zo als wij dat eeuwen gedaan hebben, terug te grijpen op namen in de familie. De naam Jezus bestond al lang en kwam veel voor. Het was een gewone Joodse naam.

De engel Gabriël verwoordt de prachtige betekenis van deze naam. In Mattheüs 1: 21 uit de Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap staat: En gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden.
En in de Groot Nieuws vertaling: En u moet Hem Jezus noemen, dat is: De Heer bevrijdt, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.

Het was de engel Gabriël die de hemelse boodschap bracht aan een verwarde Jozef. Een gewone timmerman uit een dorp genaamd Nazareth. Hij was ondertrouwd met Maria. Maria was zwanger, maar niet van Jozef, maar van de Heilige Geest. Iets wat ons menselijke verstand te boven gaat. Jozef wilde er vanaf… maar een hemelse boodschapper met de naam Gabriël, verscheen aan Jozef en legde Gods plan uit. Maria zou een zoon baren. “En je zult Hem de naam Jezus geven”.

En vanaf dat moment “ruist er langs de wolken een liefelijke Naam”. Het is de naam van Jezus.

Met het geven van de naam Jezus tekent God hoogstpersoonlijk het wezen en werk van zijn Zoon. Hij geeft daarin nauwkeurig aan waarom deze er is en wat Hij met en door Jezus wil bewerken. De naam Jezus maakt duidelijk dat God wil dat alle mensen behouden worden en zijn oorspronkelijke bedoeling met mensen alsnog tot stand komt: het beërven van de zaligheid en heerlijkheid Gods.

In deze naamgeving wordt alles aangeboden wat nodig is om tot dat doel van God te komen: hulp en redding, verlossing en bevrijding, bewaring en veiligheid, leiding en opvoeding, gezondmaking en genezing. In deze naam laat God heel zijn liefde en zorg, zijn kracht en nabijheid tot uiting komen. Daarin spreekt God zijn hele hart uit!
Wat een diepte en rijkdom van leven en heil ligt er besloten in de naam Jezus !
Hij is de brenger van het heil. Gods heil. Gods verlossing, Gods geluk voor alle mensen.

Waar vind je het hoogste geluk? Op die vraag worden allerlei antwoorden gegeven. Sommigen zoeken hun geluk in andere wereldreligies. Anderen zoeken het geluk in zich zelf.
Dan zoek je je heil en je geluk in de dingen waarin je goed bent.
Dan denk je het volmaakte geluk te vinden in een geslaagd leven.
Je kunt je heil ook nog ergens anders zoeken. In wat je hebt, bijvoorbeeld: hoe meer geld, hoe gelukkiger je bent. Je kunt je heil en geluk ook zoeken in een mooi lichaam. Of in een belangrijke baan. Je kunt zelfs denken dat je het volmaakte geluk vindt in een fijn en harmonieus gezin of in een huwelijk waar geen krasje op zit.

En toch leren we in de bijbel dat we werkelijk maar op één plaats het hoogste geluk vinden, ons behoud, onze welvaart. En dat is in de Naam van Jezus.Er is onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden.’ Jahweh redt, bij de Here is het heil.

Ja, als je de naam Jezus hoort, dan gaat daar altijd weer een appèl van uit.
Het is in die zin ook een confronterende naam.
Als je de Naam Jezus hoort, dan word je gedwongen om na te denken over de vraag: ‘Waar zoek ik mijn heil?’
Want je kunt je heil ook zoeken in drank of in drugs, je kunt je behoud zoeken in een flitsende carrière of een geweldige opleiding, in een goed verstand of in je enorme handigheid, je kunt denken dat je het hoogste geluk vindt bij een andere vrouw of een andere man. Dat zijn allemaal plaatsen waar mensen menen het heil te vinden. Maar dat is niet waar. Op al die plaatsen is het heil niet.

Alleen in de naam van Jezus vind je het hoogste geluk. Alleen de bevrijding van de zonde en van de macht van de zonde maakt je echt gelukkig. Natuurlijk, er is heel veel geluk op aarde waarvan je ook kunt genieten, maar het is altijd geluk voor nu. Het duurt maar even. Het volkomen geluk, het volmaakte heil dat je vindt in Jezus is niet alleen voor nu, maar ook voor straks.

Zoek daarom Jezus. Schrijf zijn naam aan de deurposten van je leven. En vertaal die naam ook altijd in je hoofd en in je hart: Jezus, dat is: Jahweh redt, en Hij alleen. Jezus, dat is: bij de Here is het heil, en nergens anders.

Broeders en zusters, er is nergens, maar dan ook nergens anders echt heil te vinden dan in de ene Naam die ons onder de hemel is gegeven. Koester die naam. Houd van die Naam. Heb die Naam lief met hart en ziel. En spreek die Naam uit, als het meest kostbare woord dat we hier op aarde kunnen uitspreken: Jezus!

Amen

 

Plaats een reactie